75 jaar

Jan Wolkers is, behalve een groot schrijver, ook een jeugdherinnering. Vooral voor de generatie die kort na de oorlog geboren werd. Iedere lezer van die generatie koestert zijn eigen herinnering aan hem.

Voor mij was het een voorlopig leesverbod op Gesponnen suiker, uitgevaardigd door mijn ouders, die het boek geschrokken naar de boekhandel terugbrachten nadat ze in hun omgeving verontwaardigde reacties hadden gehoord. Het typeert, achteraf, meer de tijdgeest dan mijn ouders, die verder nooit iets voelden voor de rol van zedenmeester.

Gisteravond zaten veel lezers van die generatie in het Werkteater in Amsterdam om met Wolkers zijn 75ste verjaardag te vieren. Het werd, goddank, geen plechtige bijeenkomst. Er mocht veel gelachen worden. Wolkers toonde zich weer eens de geboren verteller die altijd met anekdotes komt die je nooit eerder van hem gehoord hebt. Hij vertelde nu het verhaal over Hella Haasse die hem onlangs bij het beklimmen van een podium had vastgepakt en gezegd: ,,Jan, waarom zijn we toen toch niet met elkaar naar bed gegaan?'' Ze doelde op een samenzijn na een lezing van Wolkers in Utrecht, ergens in de jaren zestig. Wolkers, grijnzend: ,,Het kon niet, Karina zat thuis te wachten.''

Robbert Ammerlaan, directeur van uitgeverij De Bezige Bij, begon de avond met een voorlezing uit Serpentina's petticoat, Wolkers' debuut. Hij koos het slot van het verhaal `Vivisectie'. Dat is sterk, dacht ik, want ik had 's middags om in de stemming te komen – hetzelfde verhaal herlezen. Het is mijn favoriete Wolkers-verhaal, ook omdat het een zin bevat die als een sublieme dichtregel in mijn geheugen is blijven hangen. `Vivisectie' speelt zich af op de dag dat de Duitsers zijn binnengevallen. De oudere broer van de ik-persoon is burgerwacht. De `ik' is ervan overtuigd dat zijn broer zal sneuvelen. Elke handeling en waarneming van die dag zal gekleurd worden door de gedachten aan de onherroepelijke dood van de broer.

De avond tevoren zag de hoofdpersoon uniform en laarzen van zijn broer op zolder liggen. Dan komt die zin: ,,De wanhopige stralen zwart bloed van de veters stromen naast de zolen over de vloer weg.''

Alle vertwijfelde voorgevoelens van de jongere broer worden in die ene zin samengebald. Dat is schrijven, dat is Wolkers op zijn best. Wolkers ziet zichzelf in de eerste plaats als beeldend kunstenaar – dat beklemtoonde hij gisteravond ook weer – maar ik zou er graag aan toevoegen dat hij ook als schrijver vaak een beeldend kunstenaar is.

Toen W.F. Hermans in 1995 overleed, vroeg het Algemeen Dagblad Wolkers om een reactie. Wolkers vertelde dat Hermans eind jaren vijftig bij hem op bezoek kwam in zijn atelier. Wolkers had toen net in het tijdschrift Podium het verhaal `Vivisectie' gepubliceerd. Wolkers herinnerde zich dat Hermans had gezegd: ,,Daar staan dingen in die je niet vergeet.''

Als lezers en collega's zó op je werk reageren, mag je als jarige schrijver niet ontevreden zijn en dat is Wolkers dan ook niet, geloof ik.