Hof: Toch vervolging voor ramp Hercules

De militaire kamer van het gerechtshof in Arnhem heeft vanmorgen bepaald dat twee officieren van de luchtmacht kunnen worden vervolgd voor de ramp met het Hercules-vliegtuig vier jaar geleden op het (militaire) vliegveld van Eindhoven.

Eerder dit jaar oordeelde de rechtbank in Arnhem dat de brandweercommandant van de basis en de luchtverkeersleider niet kunnen worden vervolgd voor hun aandeel in het ongeluk. Het openbaar ministerie verwijt beide functionarissen nalatigheid. Brandweercommandandant K. had volgens het OM eerder moeten beginnen met het redden van de inzittenden en verkeersleider Z. had de reddingsploegen moeten inlichten over het juiste aantal passagiers.

Het militaire vrachtvliegtuig verongelukte op 15 juli 1996 op de landingsbaan van de vliegbasis na een aanvaring met een zwerm vogels. Aan boord was het bijna voltallige fanfarekorps van de Landmacht dat terugkeerde van een tournee in Italie. Bij het ongeluk kwamen 34 mensen om het leven, zeven overleefden de ramp.

Na de uitspraak van de rechtbank afgelopen zomer, greep het college van procureurs-generaal in en werd hoger beroep aangetekend tegen de uitspraak. Twee weken geleden betoogde procureur-generaal D. Steenhuis dat de twee officieren voldoende te verwijten valt om een strafzaak te beginnen. Tegelijk erkende hij dat de zaak ingewikkeld is, ,,maar juist daarom moet de rechter maar oordelen''.

De raadsheren van het hof zijn van mening dat de procureur-generaal terecht het maatschappelijk belang stelde boven dat van de verdachten persoonlijk.