Het raadsel-Lubbers valt moeilijk te doorgronden

Wie of wat is Rudolphus Franciscus Maria Lubbers nu echt? Die vraag hebben velen zich de afgelopen veertig jaar soms vertwijfeld gesteld.

Wie is die man, 61 intussen, die nu als chef van de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties gaat zorgen voor de ,,arme sloebers van deze wereld'', zoals hij het zelf gisteren zei.

Niemand kent het antwoord helemaal. Of, anders gezegd, alle antwoorden zijn vaak wel een beetje waar, maar zij kunnen het raadsel-Lubbers nooit helemaal ophelderen. Hij komt in 1957 als 18-jarige met een fantastische eindlijst (gymnasium B) van het Canisius College in Nijmegen, waar hij op het internaat van de paters jezuieten zat en vaak als ,,een schriel mannetje'' wat eerder naar bed wordt gestuurd. Zijn economiestudie in Rotterdam sluit hij na vijf jaar met lof af. Hij is intussen zo aangesterkt dat hij een gevreesd hockey'er is, zij het niet dankzij veel aanleg maar dankzij een tomeloze inzet.

Lubbers is actief in het studentenleven, en onder meer voorzitter van de landelijke Unie van Katholieke studenten, maar studeert niettemin zó snel dat hij het behalen van het kandidaatsexamen een poosje verzwijgt voor zijn sociëteitsvrienden. In die tijd leert Lubbers andere Rotterdamse studenten als de latere ministers Neelie Kroes (nu mevrouw Peper), Onno Ruding en Jan Pronk kennen. Aardig is, zeker ook vandaag, de anecdote die wil dat Lubbers en Ruding ooit eens aan medestudente Neelie Kroes vroegen of zij hen wilde voorstellen ,,aan die meneer die bij u op schoot zit'' (Pronk).

Deze Lubbers is als twintiger al miljonair, ondernemer in het familiebedrijf Hollandia en zal door de KVP'er Duynstee later smalend worden beschreven als iemand die ,,met een gouden lepel in de mond'' geboren werd. Maar hij is als twintiger óók een KVP-radicaal die, nadat KVP-fractieleider Schmelzer in oktober 1966 het kabinet-Cals/Vondeling ten val heeft gebracht, gaat behoren tot de zogeheten Americain-groep, die even later mee aan de wieg zal staan van de KVP-afsplitsing die PPR gaat heten, een voorloopster van GroenLinks. Zelf blijft Lubbers lid van de KVP. Wat weer niet wegneemt dat hij even later als lid van de onderhandelingsdelegatie van de metaalwerkgevers door zijn open en ondogmatische opvattingen óók prettig opvalt bij de vakbeweging. Later zal hij op een vraag van Vrij Nederland naar zijn vermogen verzoeken of hij de vermogensbestanddelen beneden één miljoen buiten beschouwing mag laten.

In mei 1973, min of meer rond zijn 34ste verjaardag, wordt hij minister van Economische Zaken in het kabinet-Den Uyl (tot '77), het ,,progressiefste kabinet dat Nederland ooit regeerde'' en dat KVP en ARP tandenknarsend ,,gedogen''. Andere debutant: Pronk. Wanneer Lubbers zich meldt voor een gesprek met formateur Burger vraagt toenmalig RVD-directeur Van der Wiel wie deze jonge man met lang haar nu toch weer is. In dat kabinet ligt Lubbers geregeld dwars tegen progressieve ambities, hij dreigt zelfs intern zó vaak met aftreden dat niemand er meer op let. Zijn geestverwanten, de KVP'er Van Agt als vice-premier voorop, klagen daarentegen juist dat hij jegens Den Uyl c.s. te meegaand is.

In het eerste deel van de marathon-achtige kabinetsformatie van 1977, het deel dat gericht is op vorming van een tweede kabinet-Den Uyl (dat er niet kwam), biedt onderhandelaar Van Agt Lubbers aan Ontwikkelingssamenwerking te gaan doen, wat deze weigert omdat hij dat ziet als een degradatie. Tussen Van Agt en Lubbers komt het daarna nooit meer helemaal goed, ook niet wanneer eind 1977 verrassenderwijs het kabinet Van Agt (CDA/VVD, tot '81) ontstaat en Ruud Lubbers het moet doen met het vice-voorzitterschap van de CDA-fractie (onder mr. W. Aantjes), waarin vooral de uit de ARP afkomstige Kamerleden het als ,,dissidenten'' heel moeilijk hebben met dat rechtse kabinet, dat maar op 77 Kamerzetels rust. Een klein jaar later mag de als ,,dossiervreter'' intussen vermaarde Lubbers de CDA-fractie gaan leiden, namelijk doordat Aantjes heeft moeten vertrekken. Lubbers, door Van Agt sarcastisch geprezen als ,,onze koene keeper'' moet dan de CDA-fractie bijeenhouden en doet dat bijvoorbeeld ook door almaar min of meer progressieve varianten te bedenken op de financiële saneringskoers die het kabinet aarzelend (en zonder veel succes) inzet. Lubbers geldt dan als een soort politieke Simon Vestdijk (de auteur die sneller schreef dan God kan lezen), als een politicus die de ministeries zó vaak met ideeën bestookt, dat men daar soms nog niet uitgerekend is als er alweer een nieuw idee aankomt van de CDA-fractieleider.

Zoals Aantjes' vertrek de weg voor Lubbers vrijmaakte in de CDA-fractie, maakt het vertrek van Van Agt, kort na de verkiezingen van '82, zijn weg vrij naar het premierschap. Vrijwel vergeten is dat Lubbers, voorafgaand aan Van Agts ,,verdwijntruc'', als financieel-economische whizzard dan zó omstreden is dat iemand als bankpresident Zijlstra zijn stukken niet eens wil lezen. Maar dat duurt maar even, want met het premierschap van een CDA/VVD-kabinet dat heel dringend wat moet doen aan de ernstig uit de hand gelopen overheidsfinanciën laat Lubbers een andere gedaante zien. Binnen de kortste keren ontdekt het weekblad Time hem als Ruud Shock die met veel no-nonsense in zijn beleid het tij gaat keren. Deze Lubbers wordt in 1982 via het Akkoord van Wassenaar een van de vaders van het `poldermodel'. Hij voert het VVD-verkiezingsprogramma uit, als het ware, en geeft die partij aansluitend in de verkiezingen van '86 een geweldige mep. En passant beheert hij het `rakettendossier' zó creatief en geduldig, dat het CDA dat tamelijk onbeschadigd overleeft en zijn naam in Moskou een uitroepteken en in Washington een vraagteken krijgt. Zo ooit, dan blijkt in dit dossier dat de geniale Lubbers altijd weer nieuwe oplossingen weet te bedenken en te verdedigen, maar er ook altijd een paar in zijn binnenzak houdt. Uiteindelijk, zo ook in dit geval, wint dan de oplossing die een meerderheid kan krijgen.

Twaalf jaar blijft Lubbers premier, een nationaal record, hij regeert zowel met `rechts' (tot '89 met de VVD) als met `links' (tot '94) met de PvdA. Hij is als geen ander zowel verantwoordelijk voor de opgang als de neergang van het CDA, dat hij bij zijn vertrek als premier grote schade berokkent door de door hemzelf als opvolger gekozen Elco Brinkman voor de verkiezingen ,,af te branden''. Als tot dan erkend zondagskind krijgt Lubbers dan zelf heel grote klappen als de Duitse kanselier Kohl hem in 1994 niet (meer) als voorzitter van de Europese Commissie wil en de VS hem een jaar later, na een pijnlijk bezoek aan Washington, niet als secretaris-generaal van de NAVO wensen.

Er volgen een paar jaar betrekkelijke stilte, die duidelijk maken dat hij in politiek Nederland niet zóveel echte vrienden heeft. Die mensen kan hij nu uitlachen. Want wat Van Agt in '82 over zichzelf zei, kan Lubbers hem intussen nazeggen: deze vogel is gevlogen. In eigen beheer en ver weg.