WINDMOLENS OP ZEE

De wetenschapsbijlage van 14 oktober meldt dat het DOWEC consortium (Dutch Offshore Wind Energy Converter) windmolens met een vermogen van 5 tot 6 MW wil installeren op zee. Daartoe dient het gemiddeld aantal storingen per molen van twee per jaar tot één keer per drie jaar te worden teruggebracht. Onze wateren bieden ruimte voor de opwekking van zo'n 330 TWh per jaar aan windenergie (bijna vier keer ons huidig elektriciteitsverbruik), laat Novem in hetzelfde artikel weten. Maar wat betekenen die getallen nu eigenlijk?

Fysische wetten dicteren dat het maximaal vermogen dat aan de wind valt te onttrekken evenredig is met de derde macht van de windsnelheid; dit betekent bijvoorbeeld dat bij halvering van de windsnelheid het maximaal vermogen terugvalt tot 1/8 van het oorspronkelijke, zijnde 12,5%. In een gebied met sterk fluctuerende windsnelheden (zoals onze omgeving) is het rendement van een windmolen daarom niet beter dan 16%.

Om 330 TWh in een jaar te genereren moet het gemiddeld geleverd vermogen 37.645 MW zijn; hiervoor is een geïnstalleerd vermogen van 37.654/0,16 = 235.284 MW nodig, overeenkomend met 39.214 windmolens van 6 MW (die continue moeten draaien, zonder uitval).

Als die molens (met wieken van 50 m lengte) tegen elkaar aan geplaatst worden, overbruggen ze een afstand van 3.921 km. Bij een uitval van één keer per drie jaar vallen er gemiddeld 36 per dag uit.

Wel eens van argumentum ex silentio gehoord?