BBP: een harde belastingzaak

In de BBP-affaire heeft justitie een harde belastingzaak te pakken. Maar rond andere `beursfraude-elementen' blijft vooralsnog veel onduidelijkheid bestaan.

Drie jaar geleden was Gregor de K. nog financieel directeur bij de vooraanstaande zakenbank Bank Bangert Pontier (BBP). Totdat de beursfraude-affaire uitbrak en BBP in snel ten onder ging. De voltallige directie moest opstappen, de bank werd, na betaling van een boete van één miljoen gulden, noodgedwongen overgenomen door de Friesland Bank en De K. kreeg een dagvaarding in de bus. Nu probeert hij zijn geld te verdienen met de import van Franse aperitiefwijnen. ,,Maar dat is geen vetpot'', vertelde hij gisteren tijdens zijn rechtszaak.

De BBP-affaire is een van de meest curieuze onderdelen van het Clickfondsonderzoek. Toeval speelt er een grote rol in. De bank kwam onbedoeld in beeld na huiszoeking bij een van haar cliënten, effectenhandelaar E. Swaab. Daar vond men 100.000 gulden aan contant geld. Pas nadat uit publiciteit bleek dat dit bedrag afkomstig was van BBP, werd bij de bank een inval gedaan. Zo kreeg justitie twee onvoorziene zaken in de schoot geworpen: het bestaan van een Luxemburgse kasfaciliteit (`Codalux') waar BBP-klanten hun geld konden onderbrengen. En een blik op Swaabs activiteiten, die bij BBP enkele rekeningen bleek aan te houden. Via deze rekeningen deed hij wat justitie nu 'verdachte effectentransacties' noemt. Bovendien nam hij regelmatig grote sommen contant geld op.

De BBP-directie had deze feiten zelf al eens voorgelegd aan toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB). In overleg werd geconcludeerd dat de transacties weliswaar opmerkelijk, maar niet onrechtmatig waren. Over de kasopnames was het de vraag of ze wel bij het meldpunt ongebruikelijke transacties (MOT) hadden moeten worden gemeld. Een extern juridisch advies liet alle mogelijkheden open en de centrale bank vond de melding ook niet echt nodig. Toch werd afgesproken dat voortaan telkens maar 25.000 gulden cash aan Swaab zou worden uitbetaald. Met de uitbetaling van de 100.000 gulden, die later bij de huiszoeking gevonden werd, schond BBP die afspraak. De K. was daar volgens justitie verantwoordelijk voor.

Hoewel Swaabs `ongebruikelijke transacties' in deze zaak een mineure rol speelden, kwamen ze toch regelmatig ter sprake. De K. hekelde de rol van De Nederlandsche Bank die immers met haar neus bovenop de gebeurtenissen had gezeten, maar later wel een aangifte deed waarin gesproken werd over `heling' van gelden. Net als beurswaakhond STE, die het zelfs had over `witwassen'.

De aangiftes blijven een intrigerend feit, omdat ook gisteren niet helemaal duidelijk werd waarop deze zware aantijgingen, die uiteindelijk leidden tot de val van BBP en haar directie, zijn gebaseerd. Extra onderzoek kwam niet ter tafel en ook justitie kon (nog) niet aantonen waar de strafbaarheid is te vinden. Het zijn zaken die meer in het Swaab-dossier thuishoren. Mogelijk komt bij de behandeling van diens zaak meer helderheid.

Justitie had wel een harde zaak in de Codalux-affaire, waar Swaab trouwens helemaal buiten staat. Het gebeurt niet vaak dat het openbaar ministerie een bank in de schoot geworpen krijgt die een buitenlandse faciliteit blijkt aan te houden waar klanten, via de kas in Amsterdam, hun geld buiten het zicht van de fiscus kunnen houden. In het onderzoek was een schaduwadministratie aangetroffen en BBP-medewerkers gaven toe dat belastingontduiking inderdaad de intentie van de `Luxemburgse lijn' was.

Justitie noemde de handelwijze van BBP dan ook ,,uiterst schadelijk''. De officier legde een forse eis op tafel omdat De K. als financieel bestuurder aan ,,dit misdrijf met a-sociale trekken'' had meegewerkt. Volgens justitie heeft BBP niet alleen meegeholpen zwart vermogen verborgen te houden, maar is hiermee ook ,,inherent de wet MOT overtreden''.

Geslagen verliet De K. de zaal. Codalux was maar een kleine BBP-activiteit, overgenomen uit het verre verleden met relatief weinig klanten, had hij betoogd. En bovendien: waarom moest alleen hij hangen en geen andere bankmedewerkers, zoals directievoorzitter Hans Pontier, die ook wist van Codalux? Als het erom gaat een vorbeeld te stellen dat de integriteit in de financiële sector bevordert, aldus De K., pak het dan goed aan.

Het OM was er niet gevoelig voor. Sterker: de eis was volgens de officier nog mild, omdat rekening werd gehouden met de lange duur van het onderzoek en het feit dat De K. persoonlijk al zwaar was getroffen. En wat Pontier betreft: die had er wellicht ,,beter bovenop moeten zitten'', maar bevond zich in de praktijk te ver van Codalux. Pontier zelf, die gisteren als getuige optrad, zei dat hij ,,verdraaid weinig had gemerkt van Codalux''. Waarna De K. weinig anders kon dan in zijn emotionele slotwoord concluderen ,,dat ik nu alles op mijn bordje krijg''.