Zuid-Afrika knuffelt zijn auto-industrie

Zuid-Afrika kent een bloeiende auto-industrie, onder andere dankzij lucratieve subsidies van de regering. De wagens zijn bestemd voor de niet geringe binnenlandse markt en voor de export.

Op de idyllische vierbaans autosnelweg van Durban naar Margate, langs de oostkust van Zuid-Afrika, rijden de nieuwste automodellen uit de internationale stallen. Uiteraard de verse Volkswagen kever, de Toyota Condor, zelfs een exemplaar van de Chrysler PT Cruiser, met zijn nostalgische frontje, tuft vrolijk rond. Aan de waarschuwing `spoedvervolging dmv kamera' langs de kant van de weg trekt de doorsnee automobilist zich niets aan, het gas gaat erop. Zuid-Afrikanen zijn gek op auto's, met een voorkeur voor nieuw, duur en glimmende import, hoewel de meeste mensen genoegen moeten nemen met een goedkoper exemplaar van eigen bodem.

De auto-industrie heeft zich geconcentreerd in de drie grote havensteden Durban, East-London en Port Elizabeth, een ideale uitvalsbasis voor de export naar Europa en Azië. Durban is Toyota-stad. Quality For Ever staat op een van de vele spandoeken die de arbeiders in de assemblagehal van de Toyotafabriek, moet motiveren. Het werkt, de onderneming is met zijn 7.000 werknemers een geoliede machine, die volgens het just in time (JIT) principe 360 wagens per dag (tussen de 80.000 en 100.000 wagens per jaar) produceert. In de body shop (de carrosseriehal) dansen arbeiders in blauwe overalls ritmisch rond hun machines. Dit is de Zoeloe-manier om het werk te doen. ,,De Japanners hebben zich erover verbaasd hoe efficiënt wij hier op onze manier toch JIT kunnen produceren'', zegt voorlichter Richard Wingfield. ,,Het is toch een kunst om zo'n grote worstmachine in balans te houden.''

Zijn collega Wellington Mbokazi leidt rond op het uitgestrekte fabrieksterrein, Het bedrijf heeft zich geconcentreerd op de meest gangbare modellen: de Corolla (op afstand de meest populaire auto in Zuid-Afrika), de Conquest en Camry en een drietal bedrijfswagens. Mbokazi zegt dat de meeste grondstoffen en onderdelen uit Zuid-Afrika zelf afkomstig zijn. Enkele componenten, zoals de versnellingsbak, worden ingevoerd uit Japan. Toyota Zuid-Afrika is de grootste autofabriek van het land, hoofdzakelijk producerend voor de lokale markt. Kan het bedrijf ook kwaliteit leveren die zich kan meten met de fabrieken in Europa en Japan? Wingfield is daar heel resoluut over: ,,De auto's hier moeten voldoen aan andere vereisten, Afrikaanse. Zo hebben we behalve de snelwegen ook veel onverharde wegen op het platteland. Daarvoor moet je de schokbrekers iets stijver afstellen. Verder hoef je hier geen rekening te houden met ijs en sneeuw, dus behandelingen ter bescherming daarvan kun je achterwege laten.'' Maar de auto's voor de export worden dusdanig aangepast dat ze in het land van bestemming optimaal kunnen worden gebruikt.

Toyota in Durban is al jarenlang in Zuid-Afrikaanse handen, het Japanse moederbedrijf heeft een aandeel van net iets meer dan een kwart, al hebben de Japanners wel een belangrijke stem in het beleid. Maar Toyota SA staat als apart bedrijf genoteerd aan de beurs van Johannesburg. Op de binnenlandse markt staat het Toyota Zuid-Afrika vrij om te doen en te laten wat men wil, maar Japan bepaalt de export. ,,We zouden wel meer willen exporteren en daar hebben we ook de capaciteit voor', zegt Mbokazi, ,,maar Tokio zegt daar nee tegen op dit moment.'' Verscheidene Japanse ingenieurs banjeren intussen door de bedrijfshallen om toezicht te houden op de productie en advies te geven. Maar Toyota Zuid-Afrika huurt hen, de fabriek in Durban is als het ware een klant van het moederbedrijf, en zeker geen dochter. In Zuid-Afrika verkopen dealers elke maand om en nabij de 5.000 Toyota's, dat daarmee het best verkopende merk is, gevolgd door Volkswagen, met tussen de 3.500 en 4.000 verkochte wagens.

Het gaat niet zo goed met de Zuid-Afrikaanse vestiging van VW, die opereert vanuit Uitenhage, nabij Port Elizabeth in de provincie Oost-Kaap. Begin dit jaar was er grote arbeidsonrust onder de 4.000 werknemers, nadat er een wilde staking uitbrak die het bedrijf meer dan 25 miljoen rand schade opleverde. Met de arbeidsomstandigheden zelf had de actie weinig te maken, de arbeiders legden het werk neer uit protest tegen hun eigen vakbond, de Numsa, die 13 shopstewards wilde ontslaan. Het moederbedrijf in Duitsland nam de zaak hoog op, dreigde zelfs de hele fabriek te sluiten en de productie over te brengen naar Europa. Dat is uiteindelijk niet gebeurd, maar de naweeën van de onrust zijn nog steeds voelbaar. Voor VW is het een teken dat de arbeidsmarkt in Zuid-Afrika nog erg onrustig is. Radicale vakbonden hebben een belangrijke stem en worden, zoals VW aan den lijve ondervond, soms voorbijgestreefd door nog militantere elementen.

Hier staat tegenover dat de regering in Pretoria er alles aandoet om de auto-industrie in het land te stimuleren. Minister van handel en industrie Alec Erwin heeft investeringspremies in het leven geroepen die kunnen oplopen tot 30 procent. Fabrikanten juichen de plannen toe, evenals consumentenorganisaties. Het betekent onder meer dat kopers in Zuid-Afrika minder voor een nieuwe wagen hoeven neer te tellen. Erwin borduurt met zijn maatregelen voort op het Motor Industry Development Programme (MIDP) uit 1995 dat een grotere productie en meer concurrentie behelst.

Op 1 juli werd de Productive Asset Allowance van kracht, die fabrikanten voor vijf jaar een belastingpremie in het vooruitzicht stelt van 20 procent. daardoor wordt het voor fabrikanten in veel gevallen voordeliger auto's in Zuid-Afrika te maken dan ze in te voeren en dat is precies wat Erwin graag wil, want het land zit – met een werkloosheid van tussen de 20 en 30 procent – te springen om werkgelegenheid. De rek in de traditioneel sterkste bedrijfstak, de mijnindustrie, is er uit, vandaar dat de overheid vooral manufacturing wil aantrekken. Autoproductie of -assemblage is een ideale sector voor Zuid-Afrika. Er bestaat een goede nationale afzetmarkt, in grootte vergelijkbaar met die van Nederland, de lonen liggen een stuk lager dan in Europa, Azië of de Verenigde Staten, terwijl de infrastructuur op hoog peil staat. Een goed vestigingsland voor internationale autobedrijven.

De open, neoliberale economie die de regering voorstaat betekent tegelijkertijd dat men de import niet kan en wil tegenhouden, de markt moet zijn loop hebben. De importheffingen op complete auto's gaan daarom geleidelijk terug van de huidige 47 procent naar 30 procent in 2007. De import bevredigt de midden- en toplaag van de autokopers, de snobisten en de durfals. Want de nieuwe VW-kever, de PT-cruiser, de BMW cabriolet of andere duurdere wagens worden niet in Zuid-Afrika gemaakt en het in bezit hebben brengt ook een zeker risico met zich mee. Zuid-Afrika heeft namelijk een zeer hoog aantal autodiefstallen. De meeste daarvan betreft de zogenaamde car-hijacking: bestuurders worden in hun stilstaande wagen overvallen, in veel gevallen met dodelijke afloop. Achter de overvallen zitten criminele bendes die vooral de chiquere merken op het oog hebben, die worden doorverkocht en het land uitgesmokkeld. De provincie Gauteng (Johannesburg en Pretoria) is wat dit betreft het gevaarlijkst; de afgelopen jaren hadden er 8.000 gevallen van autoroof per jaar plaats.

De auto-industrie in Zuid-Afrika heeft een roerige geschiedenis. Tijdens de jaren van de apartheid viel de bedrijfstak lange tijd onder de internationale economische sancties. De blanke regering gebruikte in samenwerking met autofabrikanten een van de vele listen van de multinationals om dit te omzeilen: ze lieten auto's onder licentie bouwen, dat mocht wel. Zuid-Afrika verhief op tal van economische terreinen de importsubstitutie tot kunst en de auto-industrie was er een van. Tal van bedrijven, zoals Ford, besloten niettemin in de laatste fase van de apartheid, eind jaren tachtig, te desinvesteren.

Na de politieke overgang van 1994 haasten de internationale firma's zich om terug te keren, en kochten de moederbedrijven gedeeltelijk hun aandelen terug. Zo verwierf Toyota in 1996 27,8 procent van Toyota Zuid-Afrika. Ford USA verhoogde begin deze maand zijn aandeel van 45 naar 90 procent in zijn Zuid-Afrikaanse vestiging en schafte ook de schuilnaam uit de apartheidstijd, SA Motor Corporation, af om vanaf nu weer gewoon door het leven te gaan als Ford. Nissan Japan, vanaf 1959 in Zuid-Afrikaanse handen, kocht zichzelf begin dit jaar terug en heeft nu een 98 procent belang.

Buitenlandse investeerders zijn ondanks de problemen die men in Zuid-Afrika kan ondervinden (arbeidsonrust, hoge criminaliteit) vol vertrouwen op de goede afloop, gelet op de gepleegde diepte-investeringen. Zo opende Jürgen Schrempp, topman van DaimlerChrysler, onlangs in East-London, samen met de Zuid-Afrikaanse president Thabo Mbeki, een nieuwe fabriek waar per jaar 40.000 Mercedessen van de C-klasse zullen worden geproduceerd. Het gaat om wagens met het stuur aan de rechterkant, dus voor linksrijdend verkeer, zoals in Zuid-Afrika, maar een belangrijk deel van de productie is bestemd voor export naar andere `linkse' landen, waaronder Australië, het Verenigd Koninkrijk en Aziatische bestemmingen. Met de nieuwe productielijn is een investering gemoeid van 1,4 miljard rand. Schrempp onderstreepte Zuid-Afrika's leidende positie in de Ontwikkelingsgemeenschap van Zuidelijk Afrika (SADC) en stelde meer investeringen in het vooruitzicht. Ford deed eerder deze maand forse investeringen. Het Amerikaanse bedrijf gaat in Port Elizabeth 180.000 automotoren per jaar maken, een contract dat ruim twee miljard rand op jaarbasis waard is.

Nissan is een van de grote groeiers en plannenmakers in Zuid-Afrika. Het bedrijf heeft anders dan zijn grote concurrenten niet gekozen voor een havenstad als vestigingsplaats, maar Pretoria. Het voordeel van de Zuid-Afrikaanse hoofdstad is dat alle economische instanties binnen handbereik liggen, terwijl Gauteng, de kleinste van de negen provincies, de belangrijkste arbeidspool is door zijn hoge bevolkingsdichtheid (470 per km2). Het bezwaar van de lange weg naar zee Durban is als dichtstbijzijnde uitvoerhaven 650 kilometer ver weg is voor Nissan van minder belang, omdat het bedrijf zich met zijn export vooral op de rest van Afrika ligt, noordwaarts. Nissan maakt behalve het eigen merk ook Fiats, op contractbasis en gaat binnenkort ook Renaults produceren de Franse autoproducent heeft een belang van 34 procent in Nissan.

De autofabrikanten in Zuid-Afrika klagen niet. De Nationale Associatie van Automobiel Makers (NAAMSA) heeft juichend gereageerd op de stappen van de regering. Volgens de voorzitter van de fabrikantenvereniging, Chris Köpke, krijgt de industrie in Zuid-Afrika hierdoor een ,,stabiele basis' waarop plannen kunnen worden gemaakt. ,,Het beleid van de minister vertegenwoordigen een gebalanceerd pakket van voorzieningen die de levensvatbaarheid van de Zuid-Afrikaanse automobielsector garandeert op een wereldmarkt waar de concurrentie almaar heviger wordt', aldus Köpke.

Mike Whitfield, een van de directeuren van Nissan, zei tegen Business Report van het dagblad The Star dat ,,stevige groei'' van de Zuid-Afrikaanse auto-export in het verschiet ligt, ,,alle modellen wijzen daar op''. Maar Whitfield is van mening dat op het gebied van de kwaliteit nog wel het een en ander kan worden verbeterd.

,,Het is makkelijk om enkele auto's van hoge kwaliteit te maken, maar een constant proces waarbij duizenden auto's van gelijke kwaliteit van de band rollen is een heel ander verhaal', aldus Whitfield.

Bij alle hoera-geluiden van de autofabrikanten zet het vakblad Finance Week enkele kritische kanttekeningen. Expert Douw van der Walt wijst er in het blad op dat de binnenlandse vraag weliswaar in de lift zit, maar tussen 1997 en 1998 diep kelderde. In 1996 lag de afzet beduidend hoger dan de huidige. Finance Week waarschuwt de industrie voor een te groot optimisme. ,,Natuurlijk, de export is omhoog gegaan, de betalingsbalans is solide en de economie is gezond. Maar rinkelen de kassa's ook? Daar lijkt het niet op.'' De winstverwachting blijft achter door een algeheel gebrek aan vertrouwen van investeerders in Zuid-Afrika, aldus van der Walt. ,,Naar alle waarschijnlijkheid zal de industrie een matige groei tegemoet gaan. De basis voor verdere economische groei is er.''