Klem tussen angst voor ebola en rebellen

Ebola, een besmettelijk virus, is extra gevaarlijk in gebieden waar oorlog de infrastructuur heeft aangetast. Het virus heeft de `nachtbewoners' van het ziekenhuis in Gulu hun schuilplaats ontnomen.

In het afgelegen noorden van Uganda, waar mannen van de zogeheten Lord's Resistance Army 's nachts kinderen stelen, gold het Lacor ziekenhuis als een veilige schuilplaats. Als de schemering viel verzamelden mensen uit de omgeving zich rond het ziekenhuis om de nacht door te brengen in de nauwe gangen. Nachtbewoners werden ze genoemd.

Nu in het 500 bedden tellende ziekenhuis het zeer besmettelijke ebola-virus is ontdekt – drie verpleegsters uit het ziekenhuis behoren al tot de slachtoffers – bestaat de vrees dat het zich door deze nachtbewoners in de omgeving heeft verspreid. Dat is volgens een van de hulpverleners in het ziekenhuis een worst-case scenario. Tot nu toe is er één zo'n geval bekend, zegt Matthew Lukwiya, het hoofd van het ziekenhuis. Een man uit de buurt is dood gevonden ,,aan de overkant van de straat''.

Ebola is voor de mens een uiterst gevaarlijke ziekte. Negentig procent van degenen die besmet raken met het virus gaan eraan dood. De angst ervoor is bijzonder groot, door de snelheid waarmee het virus zich kan verspreiden en door het vreselijke ziektebeeld – het is alsof het slachtoffer van binnenuit smelt, bloedvaten breken open, organen worden aangetast.

Ebola werd voor het eerst gesignaleerd in 1976 in het toenmalige Zaire, het huidige Congo. Het heeft sindsdien ook de kop opgestoken in Soedan, Gabon en Ivoorkust. In 1995 stierven in korte tijd 244 mensen in Kikwit (Congo) aan de ziekte. In Gulu zijn tot nu toe officieel 71 mensen aan het virus overleden. Maar waarschijnlijk gaat het om een veel groter aantal, omdat veel sterfgevallen in dit afgelegen gebied niet worden gemeld.

Medici proberen al jaren de ziekte onder controle te krijgen, maar hebben nog geen idee waar het virus vandaan komt en waar het zich precies bevindt als het niet in een menselijk lichaam zit. Er wordt tegenwoordig veel aandacht besteed aan het verband met oorlogssituaties. Net als bij een eerdere uitbraak in Congo, hapert volgens dokter Lukwiya in Gulu de infrastructuur. ,,Regeringsinstellingen werken hier nauwelijks. Gezondheidszorg bestaat alleen dank zij hulporganisaties en kerken.''

Het verband tussen oorlog en ziekte is altijd aanwezig in Centraal-Afrika. Hulporganisaties vechten er voortdurend tegen epidemieën van cholera, mazelen en andere besmettelijke ziekten die gemakkelijk de kop opsteken in vluchtelingenkampen. Maar ebola vraagt om een ander soort aandacht. Rond Gulu wonen duizenden Ugandezen, op de vlucht voor de rebellen, in kampen. Er zijn inmiddels twee gevallen van ebola in zo'n kamp gemeld en volgens specialisten zou door de concentratie van mensen en de slechte sanitaire omstandigheden een uitbraak dramatische gevolgen hebben.

Hulpverleners proberen wanhopig te achterhalen hoe wijdverspreid de ziekte in de buurt van Gulu inmiddels is. Mensen die zieke familieleden naar het Lacor ziekenhuis brengen vertellen over het algemeen van sterfgevallen thuis – gevallen die niet in de statistieken voorkomen. Lukwiya gaat er van uit dat er ,,heel veel'' mensen zijn getroffen en dat er nog vele zullen volgen. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) in Genève hangt een succesvolle bestrijding van het virus af van de toegang tot het gebied.

Hulpverleners hebben nog een mogelijke bron voor besmetting gevonden: begrafenissen. De eerste overleden verpleegster van het Lacor ziekenhuis kreeg het virus waarschijnlijk van een onbekende patiënt, maar Lukwiya gaat er van uit dat de twee anderen mogelijk bij de begrafenis van hun collega besmet zijn.

Begrafenissen zijn in deze streek intieme gebeurtenissen. Vrienden en familie komen bijeen in de hut van de overledene om te waken. Daarbij is contact met de dode heel gewoon. Na de begrafenis wordt er gezamenlijk gegeten en voor het eten wast iedereen zijn handen in dezelfde waterkom.

Waarom doen jullie dat? vroeg een hulpverlener. Om een gevoel van eenheid uit te drukken, luidde het antwoord. Het grote aantal slachtoffers onder vrouwen (meer dan twee van de drie) zou hieruit verklaard kunnen worden. Vrouwen hebben traditioneel de belangrijkste rol in de verzorging van de zieken en in het klaarmaken van de dode voor de begrafenis.

© Washington Post