Spellingcorrector: Van Dale versus Word

Een spellingchecker (`speller') moet spelfouten signaleren en de correcte vormen aanbrengen. We verwachten dus dat hij onmiddelijk herkent als fout en verbetert in onmiddellijk. De spellingcontrole van een tekstverwerker als Microsoft Word doet dat uitstekend. Waarom brengt Van Dale dan een eigen corrector op de markt, die je bovenop Word moet gebruiken?

Nogal wat schrijvers worden meer gefrustreerd dan geholpen door hun spellingchecker. Ze schakelen het ding uit omdat het stopt bij woorden waar niets mis mee is. In de regels die ik nu geschreven heb, wijst Word mij op de vorm Dale. Die kent hij niet, maar ik wel. Hij stelt voor dat ik hem vervang door iets als Dalem, Daler, Duale zelfs. Maar dat bedoel ik helemaal niet.

Een speller vergelijkt elk woord in je tekst met de lijst die hij in zijn werkgeheugen heeft opgenomen. Hij slaat alarm als hij een vorm niet terugvindt. Samenstellers van spellers werken aan zo uitgebreid mogelijke woordenlijsten om te vermijden dat de speller nodeloos halt houdt. Van Dale is met meer dan een miljoen woorden een stuk preciezer dan Word met zijn 340.000 vormen.

Maar zelfs Van Dale bevat lang niet alle woordvormen waarover we in onze taal beschikken. De meeste persoonsnamen, plaatsnamen, straatnamen en merknamen komen er niet in voor. En elk zelfstandig naamwoord heeft dan nog een meervoud, verkleinwoord, meervoud van het verkleinwoord. De werkwoorden hebben vervoegde vormen. Alles samen kent het Nederlands miljoenen woorden. Daarbij kan elke taalgebruiker samenstellingen verzinnen, zelfs voor eenmalig gebruik: een vuurwerktragedie, bijvoorbeeld, of een dromedaristeller.

Daarom aanvaarden de spellers de meeste nieuwvormingen met twee bekende onderdelen. Van Dale beheerst deze kunst beter dan Word, dat de bal wel eens misslaat bij tussenletters: het wil dat we dichtingmiddel schrijven in plaats van dichtingsmiddel.

Maar samenstellingen aanvaarden houdt een risico in. Als je een spatie vergeet, zoals in `als ik mijn boekverkoop', dan merkt de speller dat niet op. Nog vervelender is het omgekeerde: woorden die aaneen moeten. Ze bestaan ook los en daarom ziet de speller de verbrekingen niet. `Mijn groot ouders hebben een straat hond', vindt hij prima.

Er is nog een probleem. Als er meer woorden in de lijst zitten, brengt een tik- of spelfout je vaker bij een bestaand, maar ongewenst woord. Een voorbeeld is de vervoeging van worden. Je kunt wel word en wordt schrijven, maar een werkwoordsvorm wort bestaat niet. Wel een zelfstandig naamwoord wort. Dat betekent: aftreksel van mout voor de bereiding van bier. Van Dale moet dan kiezen: als hij wort in zijn woordenboek opneemt, zal soms een dt-fout onopgemerkt blijven.

Dramatisch is de kans op verkeerde treffers voor de controle van dt- of ij/ei-vormen. Lijd bestaat, maar ook lijdt, leid en leidt. Reken niet op een speller om dit soort fouten uit je tekst te halen.

Vindt de speller een fout, dan verwacht de gebruiker een correctie of op zijn minst een suggestie. Aan de bruikbaarheid hiervan zie je het verschil tussen een matige en een goede speller. De suggesties voor moeilijke woorden zijn bijna altijd bruikbaar. Aggressief, aplaudisseren, commité, falikant, geenzins, impressario,... de twee spellers herkennen deze klassieke schrijffouten meteen en weten wat ze moeten doen. Word en Van Dale beschikken over een optie om ze automatisch te verbeteren.

Maar echte tikfouten of verstrooidheidsfouten zijn vrijwel onberekenbaar. Als iemand worod tikt in plaats van woord, kan de computer nauwelijks raden wat de bedoeling was. Het allermoeilijkste is te raden welk woord de slordige schrijver bedoelde, die bijvoorbeeld legeregingen typte. Word suggereert hier tekeergingen, neergingen, leergangen. Van Dale doet geen gok en dat is wellicht het verstandigste.

Een kunstje is het detecteren van woorden op basis van de uitspraak, bijvoorbeeld `sjokolade'. Word doet dat niet onaardig, Van Dale is daar sterk in. Die herkent zelfs `oksidaatsie'. Dichter bij de dagelijkse praktijk staat het probleem van de `nieuwe spelling'. Van Dale verbetert desgewenst automatisch teksten van voor 1995, of waarin fouten zitten tegen de nieuwe regels. Hij vraagt wat hij moet doen met betwiste gevallen zoals paarde(n)bloem en twijfelt vreemd genoeg nog bij aktrice, terwijl hij akteur wel spontaan een c meegeeft. Word blijkt niet te weten dat kommissie met k niet bestaat.

Conclusie. De `ingebouwde' speller van Word, een product van Polderland, valt positief op door zijn snelheid en gebruiksgemak, negatief door de gebrekkige documentatie. Word aanvaardt ook onmogelijke samenstellingen met twee delen, maar behandelt uitdrukkingen die uit meer dan één woord bestaan, niet als een geheel. In grote getale ziet hij niet als fout. Bij Word zit ook een grammaticacontrole. Die herkent wel gehelen van meer dan één woord. Doorgaans levert deze controle meer ergernis dan winst op. Alles uitschakelen behalve de spelling van werkwoordsvormen en staande uitdrukkingen, is wel een goed idee.

De nieuwe speller van Van Dale heeft prachtige mogelijkheden, maar die komen pas tot hun recht als de gebruiker ze correct instelt. De resultaten worden beter door het gebruik. De speller van Van Dale kijkt wel over de woordgrens. Hij ziet dat in grote getale fout is. Hij herkent woorden op hun uitspraak en signaleert `verwarbare woorden' met een schermpje dat uitlegt wat bijvoorbeeld het verschil is tussen bokser en boxer. Dt-fouten corrigeert Van Dale niet, maar risicowoorden (bepaalt/bepaald) geeft hij aan met een waarschuwingsvenster.

Van Dale Spellingcorrector voor MS-Word, ISBN 9066489022. Adviesprijs ƒ119. Meer informatie: www.vandale.nl. en www.polderland.nl