Zeeschilderes op Vlieland

Traditiegetrouw was ik deze zomer even op Vlieland. Ik kom daar niet om nieuwe ervaringen op te doen, maar om te controleren of alles bij het oude is gebleven. Bij kampeerterrein Lange Paal stapte ik van de fiets en liet voor de zoveelste maal de schoonheid van het waddenlandschap op mij inwerken – een vergezicht van helmduintjes, bloeiende egelantiers, eenzame vliegdennen en een bosrand met vuurtoren. Overal hing de zoete geur van kamperfoelie en de kruidige lucht van bloeiende struikhei.

's Avonds, boven de zee, nam de zon op dramatische wijze afscheid. De ene keer schilderde hij de wolken fel oranje, een andere keer knalroze. Die flamboyante kleuren zag ik in het dorp terug, in het Tromp's Huys, nu een museum, vroeger het woonhuis van zeeschilderes Betzy Akersloot-Berg (1850-1922). Meteen al in de voorkamer werd je op een bloedrode zonsondergang getracteerd.

In 1896 kwamen Betzy en haar man Gooswinus Gerardus Akersloot naar Vlieland. Hij was oud-burgemeester van Hoevelaken en ex-eigenaar van hotel Rauch in Scheveningen. In het recent verschenen Betzy Akersloot-Berg zeeschilderes noemt de Noorse biografe Brit Bell hem een `knappe en vriendelijke man die het haar tot op zijn schouders droeg.' Verder komen we weinig over hem te weten. Merkwaardig genoeg werd hij op Vlieland benoemd tot consul van het Noors-Zweedse koninkrijk. Had hij die benoeming aan Betzy te danken, die ver van haar Noorse geboortedorp was afgedwaald?

In het Vlieland van die tijd – `een klein, winderig, vlak eiland zonder bossen' – moeten zij beiden bijzondere verschijningen zijn geweest. ,,Klein en slank, met een aristocratisch air, gekleed in een mooie japon en altijd met een parasol op straat'', was zij voor de eilanders een afgezant van een totaal andere wereld. Elke eerste zondag van de maand hield zij salon voor de notabelen van het dorp; dan presenteerde zij zelfgemaakt gebak en onderhield haar gasten met verhalen over haar reizen. Niet alleen had zij Duitse, Franse en Italiaanse streken bezocht, maar tevens trok zij jaarlijks naar de Noorse kust, op zoek naar geschikte onderwerpen voor haar schilderijen.

Achterin de tuin van het Tromp's Huys verrees al snel een atelier – een bouwpakket van Noors grenen – vanwaaruit ze een vrij uitzicht had over de Waddenzee. Het atelier, nu een zomerhuisje, staat er nog steeds.

In de jaren tachtig kreeg zij in Scheveningen les van Mesdag, die een atelier in hotel Rauch had gehuurd. Uit die tijd dateren haar doeken van op het strand liggende vissersschepen, die we ook van haar leermeester kennen. Liever dan een spiegelgladde zee hield Mesdag van woeste golven en waaiend schuim. Betzy deelde die voorkeur. Bij slecht weer trok zij haar oliejas aan, zette haar zuidwester op en installeerde zich in een houten kist op het strand. Zij schilderde ook op het dek van schepen die langs de Noorse kust voeren. Zelfs een walvisvaarder was haar niet te min.

De dame met parasol kon dus zomaar veranderen in een gedreven kunstenares met een zuidwester. De Vlielanders dachten er het hunne van. Toen zij met haar palet naast een aangespoelde drenkeling plaatsnam, greep de burgemeester in. Dit ging te ver! Toch maakt de verdronkene wel degelijk deel uit van de ruim driehonderd olieverven die de schilderes heeft nagelaten. Ingewijden weten dat een Vlielandse jutter bereid was de plaats van de ongelukkige zeeman in te nemen.

Zeetaferelen van Vlieland en de Noorse kust beheersen haar werk. In haar verhouding tot de zee speelden religieuze gevoelens mee. Haar biografe vindt het aannemelijk dat ,,zij in al haar landschappen met zee en lucht Gods grootheid en tegenwoordigheid in de natuur zichtbaar wilde maken''. Betzy was een diepgelovige vrouw die al op jonge leeftijd als verpleegster en evangeliste naar Lapland trok.

Zowel in Nederland als in Noorwegen is de naam van Betzy Akersloot-Berg in de vergetelheid geraakt. Toch heeft dit naar de wadden afgedwaalde lid van de Haagse School prachtige, sfeervolle doeken gemaakt. Trouwe Vlielandgangers, zoals ik, kunnen dat beamen.

Brit Bell, Betzy Akersloot-Berg zeeschilderes. Uitgeverij Van Wijnen, Franeker, ƒ49,50.