In Kinshasa is iedereen te koop

Het juridisch systeem in de Democratische Republiek Congo biedt geen enkele waarborg voor een eerlijk proces, zei deze week VN-commissaris voor de mensenrechten, Mary Robinson. In een doodgebloede economie is iedereen te koop, ook rechters.

Victoire is rechter in de Congolese hoofdstad. Iedere ochtend om vijf uur staat hij op en gaat te voet naar zijn werk, waar hij drie uur later arriveert. Kinshasa zit vrijwel zonder benzine en als er al openbaar vervoer is, dan kan Victoire van zijn maandsalaris van 50 gulden zich geen buskaartje veroorloven. Zijn huur bedraagt honderd gulden, het schoolgeld voor zijn twee kinderen 500 gulden. ,,Ja, het is een mysterie hoe de stadbewoners overleven', zegt hij schaamteloos. Breed moet hij lachen om de vraag of rechters onder deze omstandigheden eerlijk recht kunnen spreken. ,,Hoe kunnen wij eerlijk zijn? Wie het meest betaalt, die wint.'

Jean Paul is geheimagent. Hij kijkt sip, vandaag was een slechte dag. Hij arresteerde vijf mensen maar zij wisten allen met hulp van invloedrijke contacten vrij te komen. Zonder betaling. ,,En wat moet ik vanavond voor mijn familie mee naar huis nemen? Salaris heb ik al vier maanden niet gehad.'

Kinshasa is vermoedelijk de meest miserable hoofdstad van Afrika. Het door burgeroorlog verscheurde land spendeert vrijwel al zijn schamele inkomsten aan de militairen en het oorlogstuig. Wat er resteert, wordt geconsumeerd door corrupte politici. De formele economie functioneert nauwelijks meer. Tachtig procent van de vijf miljoen Kinois is werkeloos en slechts een kwart van de kinderen gaat naar school. ,,We konden nog net overleven onder het dievenregime van Mobutu', klaagt een inwoner. ,,Maar zo diep als nu zijn we nog nooit gezonken.'

Mobutu was een dief maar in de laatste jaren van zijn regeerperiode liet hij de teugels vieren opdat de bevolking stoom kon afblazen. De nieuwe president, Laurent Kabila, daarentegen vestigt een terreurregime. Verscheidene veiligheidsdiensten bespieden de bevolking én elkaar. De paranoia heeft toegeslagen. ,,Niemand durft meer te praten', zegt een mensenrechtenactivist. De afgelopen maand moesten tien particuliere tv-stations sluiten en journalisten leven continue onder dreiging van arrestatie.

Leonard She Okitundu is minister voor Mensenrechten. Diplomaten beschouwen hem als een van de allerlaatste behoorlijke ministers. ,,Je moet alles zien in de context van de oorlog tegen Rwanda en Oeganda die ons land zijn binnengevallen', luidt zijn argument. ,,Onze prioriteit is nu het verslaan van de vijand, niet politieke vrijheid.' Okitundu probeert de militaire rechtbanken af te schaffen die van spionage beschuldigde burgers ter dood kunnen veroordelen zonder mogelijkheid tot beroep. Een achterhoedegevecht. ,,Als burgers om veiligheidsredenen zijn opgepakt, dan kan ik niets meer doen', zegt de minister. ,,Ik moet dagelijks strijd voeren met mijn kabinetscollega's. Ik heb een erg moeilijke baan.'

Baudouin Kabarhuza werkt voor een mensenrechtenorganisatie. ,,Ik gaf een verklaring uit dat zich een humanitaire ramp voltrekt als de oorlog niet stopt', vertelt hij. ,,Daarom ging ik een maand de cel in.'

Kabamba Mbwenbe leidt illegaal een politieke partij en belandde ook achter de tralies. Met zestig man stond hij enkele maanden in een cel van twee bij zes meter. De gevangenen vochten om een plaatsje bij een klein raampje om lucht te happen. ,,De onderdrukking en het gebrek aan vrijheid hebben niets van doen met Oeganda, Rwanda of met de rebellen', zegt hij boos. ,,De regering chanteert ons door te zeggen dat je sympathiseert met de rebellen als je tegen Kabila bent. Ligt het aan de rebellen dat ik mijn kinderen niet naar school kan sturen? We moeten niets hebben van de rebellen of de Oegandezen en Rwandezen. Kabila heeft de oorlog nodig om aan de macht te blijven. Als er vrede uitbreekt, komt zijn machtspositie in gevaar.'

De economie is doodgebloed door dubieuze overeenkomsten tussen ministers en buitenlandse bedrijven. Export van diamanten was tot voor kort de laatste bron van inkomsten voor de overheid. Tot de regering onlangs voor 20 miljoen dollar aan het Israëlisch bedrijf IDI-Diamonds het monopolie verleende om alle glinsterende steenjes te kopen en te exporteren. De mijnwerkers mogen niet zoals vroeger hun diamanten voor dollars verkopen, maar ontvangen waardeloze Congolese francs. Sindsdien smokkelen de meeste mijnwerkers hun waar naar de buurlanden en is de staatskas leeg. De drukpersen voor bankbiljetten draaien 24 uur per etmaal door met als gevolg een gierende inflatie.

De buitenlandse militaire steunpilaren van Kabila worden beloond met mijnconcessies. Zimbabweaanse soldaten graven bij Mbuji Mayi naar diamanten. In het zuidelijke Shaba krijgen de Chinezen voor hun wapens betaald in de vorm van toekomstige concessies in de koper- en kobalt mijnen.

Achtergebleven buitenlandse investeerders zijn de wanhoop nabij, zij vormen regelmatig het doelwit van chantage. Bierbrouwerij Bralima is het oudste buitenlandse bedrijf. In augustus liet een minister twee topmanagers arresteren op beschuldiging van heulen met de vijand, opdrijving van prijzen en illegaal geld wisselen. De twee, een Nederlander en een Belg, gingen de cel in. Na moeizame onderhandelingen kregen vertegenwoordigers van een Nederlandse bierbrouwerij die aandelen in Bramila heeft de twee na drie weken vrij. De afkoopsom bedroeg vermoedelijk één miljoen dollar. De minister eiste cash, hij weigerde om een cheque te accepteren. In dit Congo van de gauwdieven heeft ook een minister zijn kosten die niet door loon worden gedekt.

Eerdere afleveringen over Congo verschenen op 18,19,26,30 september en 5 oktober