Juwelen van chocolade

België heeft een naam op te houden op het terrein van bonbons, chocolade en andere zoetigheden. Niet alleen de smaak telt, de vorm is ook belangrijk. Een expositie van designpralines in Gent.

Grote Belgische chocolatiers als Neuhaus, Godiva en Leonidas brengen met een zekere regelmaat nieuwe pralines op de markt. Die smaken dan net iets anders en zien er ook net even anders uit dan de al bestaande variëteiten. Lekker zijn ze vaak wel, maar om nu te zeggen dat ze ook ogentroost bieden, nee. Kunstgenootschap Alibi België en de grootste Belgische chocoladefabrikant voor de professionele markt, Belcolade, besloten dat daar verandering in moest komen. Het project `Smaak krijgt Vorm' was geboren.

Twintig kunstenaars mochten een naar vorm en inhoud nieuwe praline ontwerpen, tien van hen kregen de definitieve opdracht. Vervolgens gingen gespecialiseerde chocolatiers ermee aan de slag. De vruchten van deze gezamenlijke inspanning zijn onder de titel `10 Designers, 10 Pralines' te bewonderen in het Gentse Museum voor Sierkunst en Vormgeving.

Neem de Lune de miel van beeldend kunstenaar Hélène Keil. Een elegante, asymmetrische maansikkel in witte chocolade met een sexy deukje bovenin. Een smaaktest wees uit dat de heerlijke vulling van melkchocolade met honing uitstekend past bij deze verwezenlijking van het Franse woord voor honeymoon (lune de miel). Of de mooie Amphithéâtre van Emile Souply, die in het gewone leven beeldhouwer en ontwerper van sieraden is. Souply heeft het juweeltje gemaakt `uit respectvol eerbetoon aan meneer Praline'. Een mini-colosseum van zes trapjes hoge witte chocolade waar de krokante butterscotch vulling voorzichtig doorheen schijnt.

Iets minder geslaagd zijn de zetpil-achtige Punt 7.5 en de Voodoo. De eerste is volgens ontwerpers Marc Godts en Charlotte Geldof `een imaginair kaliber tussen lipstick en kogel, een bitterzoet projectiel', maar het ding deed het smaakforum thuis toch meer denken aan een buitenmodel zetpil, waarvan de zacht zalmroze crèmevulling aan de pure chocolade buitenkant veel te veel zoets meegeeft. Voodoo van Jos Devriendt heeft weliswaar een mooie, palmbladachtige vorm - waarin eventueel ook een golvend vrouwensilhouet is te herkennen - maar het suikergehalte van de melkchocolade is te hoog en de totaalsmaak te slap.

Maar mooi en lekker gaan gelukkig toch vaak samen. Zoals bij de verleidelijke Topolina van Siegfried de Buck, bij de met melkchocolade sneeuw bedekte bittere bergjes van `Tu veux un sommet?' van architect Jan Godijns of de heerlijke Tjokolate - met kokos - van keramist Tjok(!) Dessauvage.

De tweelingpiramide Pyraline van René Greisch kan door het overlijden van de ontwerper in juli dit jaar de overeenkomst met een praalgraf jammer genoeg niet van zich afschudden, al wordt de pure chocolade van de statige buitenkant mooi aan- en opgevuld met een lekkere, niet te zoete likeur. Toppraline? Berg en Dal van Piet Stockmans. De harde, onvervalst pure chocolade van het kokerachtige kommetje met een werkelijk perfecte ronding draagt in de uitholling bovenin een omgekeerd kegeltje van zalige witte chocolade. De vormen - en smaken - kunnen samen en apart genoten worden.

Tot slot de bijpassende bonbonnière. De pralines liggen in een goudgekleurd bedje, verstopt onder het afneembare blad van een kaboutertafeltje van zacht glanzende witte karton (17x17x17cm) met stevige vierkante poten. Op het tafelblad schitteren trots een zwarte B en een gouden E: Belgian Excellence, jawel.

Belgian Excellence, `10 Designers, 10 Pralines', t/m 17 dec in het Museum voor Sierkunst en Vormgeving, Jan Breydelstraat 5, Gent. Geopend: di t/m zo van 10-18u. Inl 00-3292679999. Het pralinetafeltje met een mooi boekje over de inhoud en de ontwerpers is in het museum en binnenkort in de handel te verkrijgen voor 350 Bef.