Italië dweilt met de kraan open

Gisteren is weer een Turks schip met 461 vluchtelingen aangekomen in Zuid-Italië. Rome wil Europese druk op Ankara om de Turken te dwingen harder op te treden.

Ali is nog maar tien, maar hij laat zich niet afbrengen van zijn opdracht. En die luidt: breng je twee zusjes van vijf en zeven naar Nederland. Daar zitten hun ouders. Toen hij gisteren van de volgepakte, stinkende boot was gestapt die hem en honderden andere Koerden naar Zuid-Italië had gebracht, klampte hij zich vast aan een agent, begon te schreeuwen en hield niet op totdat hij was herenigd met de twee meisjes.

Door roerende scenes als deze gaan de deuren van de opvangcentra in de Zuid-Italiaanse regio Apulië opnieuw zonder veel aarzeling open, ook al zitten ze propvol. De Koerden onder de vluchtelingen weten dat ze met een grote kans op succes een aanvraag voor politiek asiel kunnen indienen en in de tussentijd kunnen doorreizen naar andere Europese landen.

Maar tegelijkertijd probeert het Italiaanse kabinet te voorkomen dat dergelijke schepen vertrekken. Op 20 juli kwam er een Turks schip met 558 man. Tien dagen later 418 vluchtelingen. Op 8 augustus 319 man, vier dagen later 245. Op 4 september, 430 man. Op 24 september, 600 vluchtelingen. De optelsom maakt er een herkenbaar patroon van.

Volgens een ruwe schatting hebben de Turkse mensensmokkelaars zo'n twee miljoen gulden overgehouden aan hun laatste operatie. Een roestig oud schip, overgeverfd en omgedoopt tot de Diler, dat begin oktober vertrekt uit de Turkse havenstad Izmir. Aan boord een paar honderd Koerden, met nog wat Pakistanen en andere nationaliteiten. Reisdoel is Calabrië, de teen van de Italiaanse laars. Maar het weer is slecht, de koers wordt verlegd naar Apulië en de smokkelaars proberen een bekend trucje uit: binnen de territoriale wateren van Italië worden de motoren uitgezet en er gaat een SOS-oproep om hulp uit. De bemanning probeert nog in een rubberbootje ervandoor te gaan, maar het weer is te slecht. Als het schip de haven van Otranto binnen is geloodst, worden de vijf Turkse bemanningsleden uit de groep gehaald en gearresteerd.

Geïrriteerd zei minister van Binnenlandse Zaken Enzo Bianco dat Turkije de afgelopen tijd een grotere bereidheid tot samenwerking heeft laten zien, maar dat ,,er meer kan en moet gebeuren''. Hij zei dat de Europese Unie druk moet uitoefenen op Ankara ,,om het niveau van de samenwerking te vergroten''. De bewindsman doet zijn best de indruk te ontzenuwen dat Italië zich laks opstelt tegen de geregelde stroom vluchtelingen die de lange kustlijn van Zuid-Italië gebruikt als draaideur naar Europa. Er zijn nieuwe radarinstallaties neergezet, de samenwerking met buurlanden-over-zee is verbeterd en er worden meer mensen het land uitgezet. Bianco rekende voor dat dit jaar 21.000 illegale immigranten per boot Italië hebben proberen binnen te komen, tegen 43.000 in dezelfde periode vorig jaar. Tot september zijn ongeveer 50.000 illegalen het land uitgezet.

Maar er is zoveel geld te verdienen met mensensmokkel, dat er steeds nieuwe gaten worden gevonden. Volgens Bianco moet er snel een Europese politiemacht komen om de illegale immigratie te bestrijden. Binnenkort komt een groep Duitse agenten meehelpen bij de opsporing van mensensmokkelaars in Zuid-Italië. Italiaanse agenten gaan hetzelfde doen aan de Duits-Poolse grens.