RADIOHEAD

De wending die de Engelse groep Radiohead nu aan haar carrière geeft, is te vergelijken met de koers van U2 ten tijde van Ach-tung Baby (1991). U2 deed toen in populariteit nauwelijks meer onder voor Jezus Christus en verraste met een voor die tijd `experimentele' plaat, opgenomen onder leiding van Brian Eno. Ach-tung Baby deed in een keer U2's reputatie van hemelbestormende stadiumrockers herzien.

Radiohead was in de jaren negentig binnen drie cd's uitgegroeid tot een miljoenen verkopende, aanbeden groep, met de kreukelige voorman Thom Yorke als onwaarschijnlijke ster. Naar verluidt had het succes van de vorige cd Ok Computer (1997) de groep zozeer uit balans gebracht dat het niet zeker was of er ooit een vierde cd zou komen.

Met Kid A is dat nu toch gebeurd - op Radioheads eigen voorwaarden. Zo toerde de groep - ook in Nederland - nog voordat ze cd uit was, zodat niemand de nummers kende. Ook heeft de groep verboden dat er een single wordt uitgebracht, zodat er weinig van op de radio te horen zal zijn en er zeker geen hit kan worden gescoord.

Kid A is een experimentele cd geworden, maar dan - net als Achtung Baby - van het soort experiment dat snel went. Er mogen dronken toeterende blazers op voorkomen en lucide geluiden (alsof iemand met een vinger langs een glas strijkt) op de voorgrond zijn ingezet, het totale geluidsbeeld op Kid A is harmonieus en warm. De gitaren zijn minder prominent dan vroeger maar de vreemde ijle klanken passen Thom Yorkes dunne stem wondergoed. De klagelijke mijmeringen (`Yesterday I woke up sucking a lemon') die hij schijnbaar achteloos uitstrooit krijgen juist hiermee een mysterieuze lading. Dat er dan ook nog een stukje free-jazz van trompetten en saxofoons wordt ingevoegd, geeft opnieuw blijk van Radioheads vermogen om het vreemde vertrouwd te laten lijken. De nummers op Kid A mogen dan nauwelijks nazingbaar zijn, pop-gevoel en experiment worden hier op bijzondere wijze geïntegreerd.

Radiohead: Kid A (EMI 27753)