MINI-DUBBELPLANETOÏDE ONTDEKT MET BEHULP VAN RADARMETINGEN

Amerikaanse astronomen hebben voor het eerst met behulp van radarwaarnemingen een `dubbelplanetoïde' gevonden. Het rotsblok, aangeduid als 2000 DP 107, was op 29 februari ontdekt door onderzoekers van het Lincoln Near Earth Asteroid Research (LINEAR) project en bleek in een baan te bewegen die hem in september op een afstand van `slechts' 7 miljoen kilometer langs de aarde zou voeren. Steven Ostro (Jet Propulsion Laboratory) en zijn collega's gebruikten op 22 en 23 september de 70 meter grote radiotelescoop van de NASA in Goldstone om de planetoïde met behulp van radargolven te bestuderen. Tot hun verrassing bleek het radarbeeld uit twee delen te bestaan die een verschillende diameter en rotatietijd hadden.

Nu had Ostro al eerder zulke dubbele radarbeelden gevonden, maar die bleken naderhand altijd het gevolg van de beperkte detailscherpte. Het ging dan om één langgerekte, haltervormige planetoïde waarvan alleen de buitenste delen waren te zien. Ostro en collega's namen het object van 30 september tot 3 oktober opnieuw waar, maar nu met de 300 meter-telescoop op Puerto Rico. De planetoïde bleek wel degelijk uit twee delen te bestaan. Zij hebben een diameter van 800 en 300 meter en draaien in 42 uur op een afstand van slechts 2600 meter om elkaar heen.

Planetoïde 2000 DP 107 is de vierde planetoïde die een begeleider blijkt te hebben. Bij de drie andere werd de begeleider met een ruimtesonde en optische telescopen ontdekt. Bij die zijn de componenten echter veel groter en draaien ook op veel grotere afstanden om elkaar heen. Bij 2000 DP 107 staan de componenten zo dicht bij elkaar dat men mag veronderstellen dat ze zijn ontstaan door het rustig uiteenvallen van een groter object met een vrij broos inwendige, ongeveer zoals de kern van een komeet. Dat klopt met berekeningen van de soortelijke dichtheid, afgeleid uit de afstand en omlooptijd van de componenten: slechts 1,6 g/cm³.

Theoretisch onderzoek laat zien dat als zo'n broos object een planeet passeert getijdekrachten het uiteen kunnen trekken. De opvallende haltervorm van sommige planetoïden zou dan het voorstadium van deze scheiding kunnen zijn. De grote vraag is nu hoe stabiel de omloopbanen van zulke componenten zijn, dus hoe lang ze als paar bijeen kunnen blijven.