Briljant docent

Afgelopen dinsdag is Jan Bezemer, emeritus-hoogleraar in de Russische geschiedenis en de Ruslandkunde, op 79-jarige leeftijd in zijn woonplaats Oldeberkoop overleden. Hij was een briljant docent en vooral bekend om zijn standaardwerk over de Russische geschiedenis.

Bezemer was een leerling van de Russische emigrant en Amsterdamse hoogleraar Bruno Becker, de vader van de Nederlandse slavistiek. Na hun studie werden Bezemer en zijn vriend Karel van het Reve medewerkers van Becker op het Rusland-Instituut (later Oost-Europa Instituut) van de Universiteit van Amsterdam.

Karel van het Reve vereeuwigde het instituut in zijn misdaadverhaal Twee minuten stilte (1959), dat gaat over de moord op professor Karel Maria van Bever. Daarin fungeert de instituutscatalogus als medium om geheime berichten uit te wisselen over een briefwisseling tussen Lenin en Trotski waar Stalin op aast. Van Bever vertoont sterke gelijkenis met Becker; één van de verdachten is Peter Struve, voor wie Bezemer model stond.

In 1956 promoveerde hij op een proefschrift over `De Russische revolutie in westerse ogen'. Een jaar later volgde hij Becker op als hoogleraar-directeur van het Rusland-Instituut. Bezemers colleges waren zeer populair. Als een erudiete en wijze docent kon hij glashelder uitleggen hoe het nu zat met de Russische revolutie, de anarchisten Bakoenin en Kropotkin, de dorpsgemeenschap en de kolchozen in Rusland, de troebele verhouding tussen de Sovjet-Unie en China.

In 1963 nam Bezemer een jaar verlof en werd correspondent van Het Parool in Moskou; enkele jaren later volgde Karel van het Reve hem op die post op. Samen met hem richtte Bezemer daarna de Alexander Herzen-stichting op die een groot aantal geschriften van Russische dissidenten heeft uitgegeven dat in de Sovjet-Unie door de censuur niet kon worden gepubliceerd. Door de Sovjet-propaganda werd hij sindsdien net als Van het Reve steevast als CIA-agent betiteld.

In 1986 ging Bezemer met emeritaat. Twee jaar later verscheen zijn belangrijkste werk, `Een geschiedenis van Rusland van Rurik tot Brezjnev', dat hij later nog met een hoofdstuk over de Gorbatsjov-jaren tot de val van de Sovjet-Unie aanvulde. Het is een knap boek, waarin op een zeer leesbare manier meer dan duizend jaar Russische geschiedenis geserreerd maar uiterst deskundig wordt behandeld.

Bezemer vond dat een geschiedenisboek een verhaal moest vertellen, dat niet nodeloos werd onderbroken door interpretaties en waardeoordelen. Niet alle critici wisten dat te waarderen. Zijn plan om het boek ook nog met een hoofdstuk over de Jeltsin-periode uit te breiden kon door zijn ziekte niet meer worden uitgevoerd.

Jan Bezemer was een liberaal in hart en nieren. Hoewel hij nooit iets heeft gezien in het communisme, in welke vorm dan ook, had hij er geen bezwaar tegen dat zijn medewerker Marius Broekmeijer op het Oost-Europa Instituut congressen organiseerde over het Joegoslavische arbeiderszelfbestuur.

Aan polemiseren deed hij, anders dan zijn vriend Van het Reve, niet mee. Ik weet maar één gelegenheid waarbij hij zich geroepen voelde in de pen te klimmen. Dat was toen de Amsterdamse socioloog W.F. Wertheim in de jaren zeventig in het toen woedende China-debat de slachtoffers van de communistische terreur bagatelliseerde. Rustig maar goed gedocumenteerd betoogde hij in deze krant dat het Stalin-regime in de Sovjet-Unie miljoenen slachtoffers had gemaakt. Nu is dat haast onvoorstelbaar, maar nog jaren later werd er in de politicologische faculteit van dezelfde universiteit een congres over het stalinisme georganiseerd waar mensen als Bezemer uitdrukkelijk werden geweerd.

Bezemer was een ouderwets geleerde in de ware zin des woords. In de moderne managersuniversiteit voelde hij zich niet thuis. Hij trok zich liever terug in zijn studeerkamer in Oldeberkoop, waar hij ook is overleden.

    • Marc Jansen