Wetenschap omdat het moet

`Dames en heren van de wetenschap, het wordt tijd dat U eens te rade gaat bij de kunstmafia. Daar weet men als geen ander hoe je moet de aandacht op jezelf moet vestigen. Hoe krijg je bijvoorbeeld geld voor het opknappen van je museum? De directeur van het Rijksmuseum verkondigde dat zijn gebouw zo akelig vol is dat het aan een Horror Vacui lijdt. Minstens zo briljant was zijn uitspraak dat het gebouw nodig aan renovatie toe is omdat het last heeft van `visuele vermoeidheid'.

Magnifieke verkooppraatjes die op Prinsjesdag 445 miljoen opleverden, en dat voor een instelling die toch al jaarlijks vele miljoenen subsidie ontvangt (68% van de jaarlijkse begroting van het Rijksmuseum komt van de overheid). Natuurlijk niets dan lof voor de schone kunsten, maar wat is dat toch dat de kunstwereld keer op keer in staat is om de hele Nederlandse politiek en de media naar haar hand te zetten. Neem bijvoorbeeld ook het debat over de kunstnota de afgelopen weken. Televisieprogramma's, paginagrote artikelen in de kranten. Dat is pas lobbyen.

Hoe vreemd was het dat rond de jaarwisseling het enige publiekscentrum voor wetenschap en technologie newMetropolis, nu NEMO, bijna van het Nederlandse toneel geveegd was, omdat onze kennisgeoriënteerde overheid een dergelijke instelling niet structureel wenst te subsidiëren. Waar waren de protesterende wetenschappers? Waar waren de ingezonden brieven, de paginavullende artikelen, de discussieprogramma's op radio en televisie over deze uiterst merkwaardige misstand?

De kunstmaffia kreeg het jaren geleden via staatssecretaris en kunstminnares Hedy d'Acona zelfs voor elkaar om een passage aan de omroepwet toe te voegen; minstens 10% van de zendtijd moet besteedt worden aan kunst (art. 50 mediawet)! Er bestaat sindsdien zelfs een programma met die titel: `Kunst omdat het moet'.

Waarom komt de wetenschap helemaal niet voor in de mediawet? Waarom bestaat er nog geen programma `Wetenschap omdat het moet'?

Ik zal het overdreven duidelijk stellen: de wetenschappers in Nederland zijn een stelletje grijze muizen die zich niet durven te presenteren. Hun belangrijkste club, de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, is misschien wel de grootste verzameling introverte briljante sufkoppen die niet inzien dat dankzij hun lethargische houding de wetenschaps- en techniekcommunicatie in Nederland nog steeds een marginaal bestaan leidt. Alle pogingen van de huidige president van de KNAW Rob Reneman ten spijt, de clubleden zijn nauwelijks uit hun leunstoel te branden.

Hoe meesterlijk weten de kunstpausen de politiek en de media te mobiliseren met mooie woorden, overdrijving, verbeelding, grootse protesten en manifestaties. Geen middel blijft ongebruikt om de kunst te promoten en te verkopen.

En wat doen de Nederlandse wetenschappers om zichzelf en hun werk te promoten? Wat doen zij om de media te bestoken met hun bevlogenheid? Iedere collega die zich in in té populaire bewoordingen uit wordt met de nek aangekeken. En als de betreffende collega zich dan ook nog een uitspraak permitteert buiten zijn of haar eigen wetenschappelijke veld dan moet, tsjak!, het hoofd eraf.

Hoe verfrissend is het soms om Angelsaksische wetenschappers te mogen interviewen. ``Wat wilt U mijnheer de regisseur? Een quote met toekomstvisie van een minuut of misschien een halve minuut. Zegt U het maar.'' Als rasverkopers weten ze zichzelf, hun onderzoek en hun bevlogenheid aan te bieden. Zonder gêne. Niet verwondelijk, want ze leren op de middelbare school al zichzelf en hun ideeën te verkopen door hun fascinatie te uiten. Wetenschapspopularisatie door de wetenschap zelf is daar gewoon een gewaardeerde bezigheid.

Extrovert gedrag, daar draait het om, dat is wat de Nederlandse wetenschap kan leren van de kunstmaffia. Er zijn slechts enkele wetenschappers in Nederland die zich zonder te stamelen in de media durven te bewegen. Die zich niet schamen voor het versimpelen van de uitkomsten van hun onderzoek, die niet bang zijn voor het commentaar van hun collega's.

Er zit zeggen en schrijven één wetenschapper in het bestuur van de stichting newMetropolis, Vincent Icke. En weet U wat nou het aardige is? Hij is tevens kunstenaar. Hij is extrovert en bevlogen en draait zijn hand niet om voor een lekker stukje populariseren. Hij weet hoe belangrijk het is om geen grijze muis tussen de grijze muizen te blijven en zo afwachtend jezelf te beklagen over de magere aandacht voor wetenschap en technologie.

Onderzoekers, wees niet bescheiden. Stel dat een beschaving zonder wetenschap gedoemd is ten onder te gaan, eis 200 miljoen van de overheid om het publiek voor te lichten, eis een plaats in de omroepwet, een eigen satellietkanaal. Lobby, netwerk, beheers, infiltreer, chanteer desnoods... maar doe wat!'

Rob van Hattum is eindredacteur wetenschap bij de VPRO, inhoudelijk directeur van NEMO en voorzitter van de Vereniging van Wetenschapsjournalisten in Nederland.

Bovenstaande is een bewerking van een voordracht, afgelopen maandag in Felix Merites uitgesproken tijdens een bijeenkomst t.g.v. het 50-jarig bestaan van NWO en het 15-jarig bestaan van de Vereniging van Wetenschapsjournalisten in Nederland.