Thuiszorg

Flip de Kam brak in zijn column `Holle Bolle Gijs' de staf over de zorgsector, die hij karakteriseert als een `bodemloze put' (NRC Handelsblad, 21 september). Hij laat een paar steken vallen. Ten eerste: Onder verwijzing naar het rapport `Gezondheidszorg in Tel' van 1998 stelt hij dat de zorgaanbieders nu al aanzienlijk meer geld krijgen dan zij zelf in 1998 aangaven nodig te hebben, zijnde 3,2 procent groei per jaar. In dat verband noemt hij met name de ziekenhuizen, de huisartsen en de thuiszorg. Mij beperkend tot de thuiszorg moet ik vaststellen, dat De Kam het rapport ten dele tot zich heeft genomen, althans weergeeft. In dat rapport wordt berekend dat het zorgvolume in de thuiszorg jaarlijks met 4,1 procent moet toenemen om de feitelijke vraagontwikkeling bij te houden. In dit percentage is onder meer niet meegenomen het inhalen van de achterstand die tot uitdrukking komt in enerzijds wachtlijsten en anderzijds rantsoenering van zorg. Om die achterstand in te lopen, is bovenop het percentage van 4,1 nog eens een volumegroei nodig van tussen de 1,8 en 2,1 procent per jaar. Het rapport `Gezondheidszorg in Tel' leert derhalve dat de thuiszorg vooralsnog per jaar met circa 6 procent moet groeien om aan te sluiten op de behoefte.

Ten Tweede: De Kam stelt, dat bij thuiszorgorganisaties de overheadkosten kunnen oplopen tot 40 procent van het budget en suggereert daarmee dat de sector ondoelmatig werkt. Dat nu is een karikatuur van de werkelijkheid. Bestudering van onafhankelijk onderzoek van onder meer PricewaterhouseCoopers, uitgevoerd bij alle thuiszorgorganisaties in het land, toont aan dat de sector thuiszorg goed scoort op het vlak van doelmatigheid en kwaliteit. Wat Flip de Kam als overmatige overhead kwalificeert, is voor een groot deel de reistijd die thuiszorgmedewerkers noodzakelijkerwijs kwijt zijn om van de ene naar de andere cliënt te reizen. Die afstand is nu eenmaal groter dan tussen twee ziekenhuisbedden. En voor het overige bestaat die uit volstrekt normale zaken als de kosten van administratie, CAO-verlof, bijscholing en afstemming met andere zorgverleners. De echte overhead van de thuiszorg in termen van gebouwen, leiding, boekhouding e.d. bedraagt circa 20 procent.

Op de keper beschouwd, is binnen de thuiszorg eerder sprake van een doorgeschoten doelmatigheid dan van een tekort aan efficiency.