Schilder van de armoede

De Friese kunstschilder Jopie Huisman is na een ziekbed van enkele weken overleden in het Academisch Ziekenhuis van Groningen. Hij is 77 jaar oud geworden. Huisman werd bij het grote publiek bekend door zijn levensechte afbeeldingen van onder meer vodden, oude schoenen, oude poppen, hoeden en jassen. Die gaven, zoals hij in een interview met deze krant in 1992 zei, ,,mijn eigen binnenkant'' weer.

Huisman werd in 1922 geboren in Workum. Zijn vader was boerenarbeider, zijn moeder had een manufacturenwinkel. Hij bezocht de ambachtsschool en werkte als schilder in Workumer aardewerkfabriekjes om vervolgens koopman in lompen en oud ijzer te worden. Hij raakte nu gefascineerd door kapotte kleren, opgelapte schoenen en verstelde broeken, omdat ze getuigden van de schrijnende armoede van de eigenaren en hij er hun strijd in weerspiegeld zag. Tussen de vodden begon hij te schilderen.

In 1963 exposeerde hij voor het eerst in Franeker – al zijn doeken werden verkocht. Daarna volgden tentoonstellingen in het hele land. Toen tijdens een tentoonstelling in 1984 drie schilderijen werden gestolen, besloot hij nooit meer te exposeren. Huisman kreeg nu het idee een eigen museum op te zetten, dat in 1986 in zijn geboortestad werd geopend. Hij noemde het ,,museum van het mededogen'' omdat hij zich als schilder ,,ontfermt'' over het ,,onaanzienlijke en weggeworpene''.

Huisman schilderde eerlijk en zonder opsmuk. Zo ontstonden talloze realistische stillevens van een vele malen verstelde melkersbroek of een oude kruiwagen. Het onvolmaakte, de underdog, de zwakke mens, afval en rotzooi boeiden hem.

Het Jopie Huismanmuseum trok in vijf jaar meer dan een half miljoen bezoekers en was al snel te klein. In februari 1992 werd een ruimer onderkomen geopend, waar 150 tekeningen, aquarellen en schilderijen van de schilder werden tentoongesteld. Het museum is de best bezochte dagattractie van Friesland. Vijf jaar geleden werd er de één-miljoenste bezoeker verwelkomd.

Huisman weigerde principieel zijn werk te verkopen, omdat hij de `hebzucht' niet wilde stimuleren. Wel schonk hij werken aan vrienden en kennissen. In 1993 ging bij wijze van uitzondering een aquarel van hem op een kunstveiling onder de hamer voor het Antoniusziekenhuis in Sneek. Het bracht ruim 63.000 gulden op.

De laatste jaren kwam Huisman niet veel meer in het museum. Liever schilderde hij in zijn woning even buiten Workum, gewoon in de kamer, gezeten op een vijftig jaar oude stoel. Een atelier had hij nooit, een schildersezel evenmin. ,,Ik ben mijn eigen ezel'', vond hij. In toeristen die hem thuis opzochten had hij geen trek. Hij vroeg de baliemedewerkers van het museum hen te zeggen dat hij dood was of een enge ziekte had. ,,Beriberi of zo. Tenslotte is dit privéterrein.''