Roma-gezinnen wederom op drift

Na de afschaffing van de woonwagenwet zijn veel kampen gesloten. Net als in de jaren `70 zwerven Roma weer van gemeente naar gemeente.

Caravans die onder politie-escorte over de gemeentegrens worden gesleept, Roma-gezinnen die bivakkeren langs de snelweg, gemeenten die oprotpremies bieden en de verantwoordelijkheid voor huisvesting op de volgende gemeente afschuiven: het zijn typische taferelen uit de jaren zeventig, en sinds kort ook weer van deze tijd.

Nadat het twintig jaar lang betrekkelijk stil was rond de Roma in Nederland zorgden de recente problemen van de familie Nicolich uit Driebergen, en nu ook de familie Horvath-Aleksic uit Nijmegen, voor een déjà-vu. Hun omzwervingen zouden nog wel eens lang kunnen gaan duren: zonder ingrijpen op provinciaal of landelijk niveau staat het de gemeenten vrij de Roma na een paar dagen weer door te sturen naar een volgende gemeente. De huisvesting van woonwagenbewoners is sinds de afschaffing van de Woonwagenwet op 1 maart vorig jaar immers niet meer de verantwoordelijkheid van provincie of rijk, maar van de gemeenten zelf. Toch zegt staatssecretaris Remkes (Volkshuisvesting) dat de huidige problemen helemaal niets te maken hebben met de afschaffing van de Woonwagenwet, in een antwoord op vragen die kamerlid L. Kortram (PvdA) hierover heeft gesteld.

Onzin, meent advocaat Sjoerd Jaasma, advocaat van de familie Horvath en voorzitter van de Stichting Woonwagennieuws. Jaasma is sinds vijf jaar een van de weinige advocaten in Nederland die zich bezighouden met woonwagenzaken. ,,We hebben voortdurend gewaarschuwd voor de gevolgen van de afschaffing. De Woonwagenwet was er juist om situaties zoals deze tegen te gaan.''

De afschaffing van de Woonwagenwet – die gepaard ging met veel protesten van de woonwagenbewoners zelf – was het sluitstuk van de ontwikkeling van de laatste tien jaar om het woonwagenbeleid onder te brengen in de reguliere Huisvestingswet. In de nieuwe wettelijke situatie zijn gemeenten niet verplicht om nieuwe standplaatsen te creëren. Huisvesting is uitbesteed aan woningcorporaties. Er zijn geen speciale woonwagenvergunningen meer nodig; iedereen kan zich inschrijven op de wachtlijsten voor standplaatsen, hoewel degenen die al in woonwagens woonden daarbij voorrang krijgen.

Maar kampen nemen veel ruimte in beslag. En lagen ze vroeger nog aan de rand van de gemeente, nu veel gemeenten gaan uitbreiden liggen ze alleen maar in de weg. Bovendien is het voor de woningcorporaties weinig lonend. Veel gemeenten hebben de afschaffing van de wet dan ook aangegrepen als excuus om kampen te sluiten. De bewoners weten van te voren vaak van niets. Jaasma: ,,Soms word ik gebeld dat de bulldozers buiten al klaar staan. Blijkt zo'n gemeente daar niet eens een bouw- of sloopvergunning voor te hebben.'' Woonwagenbewoners doen nu alles om een standplaats te krijgen, vertelt hij. ,,Ze betalen grof geld, schrijven zich in bij familie, gaan naast een plek staan. Ze zijn doodsbang dat ze anders nooit meer een standplaats krijgen.''

De situatie is de laatste tien jaar nijpender geworden voor alle woonwagenbewoners in Nederland: Roma, Sinti en traditionele Nederlandse woonwagenbewoners (`kampers'). Maar de Roma hebben het extra moeilijk, als nieuwkomers met een zwakke maatschappelijke positie. De meesten van hen zijn afkomstig uit de groep van vierhonderd Roma die aan het eind van de jaren zeventig naar Nederland kwamen. Ze kregen toen een verblijfsvergunning op voorwaarde dat ze in huizen gingen wonen, en het merendeel was lange tijd geen woonwagenbewoner. Cultuurverschillen en de moeizaam verlopende integratie maakten hun positie er niet beter op. Zo spreken sommige Roma niet eens Nederlands. Jaasma: ,,In het gevecht om de standplaatsen krijgen de Roma geen voet aan de grond. En ze krijgen van niemand hulp. Er is geen belangenvereniging, geen politieke lobby, geen specifiek welzijnswerk.''

De zogeheten `normalisering' van de woonwagenhuisvesting ging gepaard met een toenemende privatisering. Gemeenten deden het beheer van de kampen over aan particuliere bedrijven. Jaasma schat dat ongeveer tachtig procent van alle standplaatsen in Nederland wordt beheerd door drie bedrijven: Broekhuizen en Wit, Nijbod Consultancy en Integra. Die regelen alles, van contracten met woonwagenbouwers, transportbedrijven en aannemers tot het overleg met woningbouwverenigingen en gemeenten.

Broekhuizen en Wit werkt al jarenlang voor het woonwagenschap waar ook het kampje in Driebergen onder valt. Directeur Broekhuizen heeft daarnaast ook een ambtelijke functie in datzelfde woonwagenschap. Directeur Wit, van hetzelfde bedrijf, zat in de coördinatiegroep die het gemeentebestuur van het advies voorzag om de familie Nicolich af te kopen met zes ton. Daarnaast zou Broekhuizen en Wit de familie hebben voorgehouden dat voor dat bedrag een compleet kamp ingericht kon worden in Limburg, waar het bureau immers ook een filiaal heeft. Maar volgens de familie is het onmogelijk gebleken voor dat bedrag een kamp in te richten. Broekhuizen en Wit kan geen uitspraken doen over de kwestie, zegt Wit: ,,Dat is afgesproken met het gemeentebestuur van Driebergen.'' Wel wil hij kwijt dat de problemen als gevolg van de afschaffing van de Woonwagenwet alleen maar zullen toenemen: ,,De wachtlijsten worden alleen maar voller.'' De gemeente Driebergen heeft inmiddels sinds anderhalve maand een eigen beheerder ingehuurd, laat een woordvoerster weten. ,,De samenwerking met Broekhuizen en Wit is tot nader order stopgezet.''

Advocaat Jaasma hoopt dat het tot de Tweede Kamer begint door te dringen dat de afschaffing van de Woonwagenwet onbedoelde en ongewenste gevolgen heeft. ,,De vraag is nu welk instrument de staatssecretaris heeft om er iets aan te doen. Want er moet iets worden gedaan. Het is één groot afschuifsysteem geworden.''