Raad van Kerken

De geruchtmakende tekst Dominus Jesus die onlangs van de Congregatie van de Geloofsleer is uitgegaan, onderstreept dat de godsdiensten niet gelijk zijn en de kerken evenmin. Dat doet de vraag rijzen of een dialoog met een kerk die zoiets zegt nog wel zinvol is. De voorzitter van de Raad van Kerken, volgens wie deze tekst uit Rome geen terugslag hoeft te hebben op de oecumene in Nederland, doet er beter aan de afzenders ervan serieus te nemen en niet te tegemoetkomend te zijn. Aldus de column van J.L. Heldring (NRC Handelsblad, 15 september).

In de eerste plaats heb ik op persoonlijke titel gesproken. De Raad van Kerken heeft in zijn vergadering van 13 september een korte, niet geagendeerde, bespreking aan het document gewijd, maar geen standpunt bepaald. De vergelijking met de tegemoetkomende houding van de Wereldraad tegenover Moskou ten tijde van de Koude Oorlog gaat dus niet op. Vervolgens zal ik de laatste zijn om luchtigjes te doen over deze tekst, temeer daar hij hoofdzakelijk werkt met concepten die ook het Tweede Vaticaans Concilie heeft gebruikt.

Alleen, je moet natuurlijk ook letten op datgene wat het concilie, dat een hoger gezag heeft dan deze tekst, óók zegt maar wat hier verzwegen wordt. Daardoor raakt hetgeen in Dominus Jesus in overeenstemming met het concilie vooral over `de volheid van de heilsmiddelen' die zich in de rooms-katholieke kerk bevindt wordt gezegd, uit balans. Tenslotte geeft ook het Vaticaan bij herhaling te verstaan dat het oecumenisch engagement van de rooms-katholieke kerk onherroepelijk is. Ook zij stelt haar vorm en gestalte in de waagschaal wanneer zij met andere kerken een dialoog aangaat. Met dezen is zij steeds tot vernieuwing geroepen om in en voor de wereld zo goed mogelijk Kerk van Christus te zijn. Daarom hebben uitwisseling en gesprek tussen de kerken wel degelijk zin.