Pluk je kip

Een lezer uit Zeeland schrijft het volgende. Op het Schotse Isle of Arran leest 93 procent van de gezinnen de Arran Banner, als betalend abonnee. Voor een dagblad de hoogste dekking ter wereld. Hoe komt dat? Een gepensioneerde financiële man schrijft daarin elke week de rubriek Money Matters – Geld Telt, of geldzaken. De Zeeuw las dat in het Guinness Book of Records. Vandaar zijn vraag: `Liet NRC Handelsblad zich bij de opzet van de pagina Geld Telt inspireren door een Britse medestander?'

Nee, integendeel. De betrokken schrijver, Sean McStingy-Wily, liep stage bij deze krant. Het kostte zijn mentor veel inspanning om Seans kop 180 graden om te draaien, want de Schot keek veertig jaar lang naar het publiek door de ogen van een verkoper. Hoewel hij zei altijd zeer klantgericht te werken, maar daarbij kwamen zijn werkgevers natuurlijk op de eerste plaats. Wiens brood men eet, diens woord men spreekt. Dat gaat op den duur wringen in je hoofd. Aan welke kant van de tafel zit je nou?

Pas toen Mac's vrouw na zijn pensioen alle veertien grijs/blauwe streepjespakken – met vest – aan het Leger des Heils had meegegeven, begreep hij dat het spel van de verwarrende belangen uit was. Hij kon zijn ervaring, kennis en inzicht zonder remmingen inzetten voor de `behoeftige' medemensen, naast hen aan tafel zitten, wat een halve, psychologisch zware, draai vereist. De moraal van deze fabel? Gedraaide vutters, gepensioneerden en eerder gestopten zijn geknipt om te helpen.

Maar iedere lezersreactie heeft een moraal, net als een fabel: geldzaken. De Zeeuw omschrijft zichzelf als een kleine zelfstandige èn levensgenieter, nadat hij op zijn 35ste minder ging werken. Maar die pensioenbreuken hè. Je gaat er toch een keer over nadenken.

Meneer bezit 300 duizend gulden aan aandelen, verdeeld over zes potjes van 50 duizend. Aandelen Koninklijke Olie, Ahold en een Engelse brouwerij, en participaties in drie beleggingsfondsen. Een Amerikaans fonds dat belegt in Amerikaanse bedrijven, een Duits fonds in Europese bedrijven en een Duits fonds in top-50 Europese bedrijven.

Deze levensgenieter heeft af en toe wat geld nodig, en in de toekomst nog meer, door zijn pensioenbreuken. `Uit welk fonds haal ik dat? Neem Ahold, waar al lange tijd geen beweging meer in zit. Levert niets meer op. Weg? Het Amerikaanse fonds en het top-50 fonds lopen prima. Verkoop ik die, dan slacht ik twee gouden kippen. Hoe kom je daarna aan geld? Hoe slacht je ze, zonder ze te doden, wat even halfslachtig klinkt als een beetje zwanger.'

Antwoord. Het gaat er niet om wat je aandelen en beleggingsfondsen in het verleden deden, maar wat ze in de toekomst gaan doen. Die visie hoort een beslissing – kopen, houden of verkopen – te bepalen. Er bestaat een handige strategie tussen verkopen en houden, maar eerst iets over de samenstelling van deze effectenportefeuille.

Die bestaat eigenlijk uit zes beleggingsfondsen. Bedrijven als Koninklijke Olie, Ahold en die brouwerij werken (bijna) over de hele wereld in één of hooguit twee sectoren. Olie, eten en bier. Wat heeft een mens meer nodig om in beweging te blijven? Die internationals staan tot hun knieën in de wereldeconomie en doen er alles aan om hun aandeelhouders te plezieren met hogere koersen. Daarom zijn deze ondernemingen in feite beleggingsfondsen pur sang.

De drie beleggingsfondsen die beleggen in zeer grote bedrijven staan wat verder van de wereldeconomie af dan de internationals, maar werken ook wereldwijd via hun deelnemingen. Dus niet of amper aan één land gebonden. Alleen het Amerikaanse fonds moet je als euroaan omrekenen naar euroos om je rendement te bepalen. Meneer kan net zo goed kiezen voor één wereldwijd beleggingsfonds, in plaats van die drie.

Hoe slacht je nou een beurskip zonder haar de nek om te draaien? Door er meerjarige call-opties op te schrijven – te verlenen. Je plukt haar heel voorzichtig. Die strategie houdt het midden tussen houden (de dividenden lopen gewoon door) en wellicht verkopen op termijn (met koerswinst), en je krijgt er nog geld voor ook. Belastingvrij. Een voorbeeld.

De Zeeuw bezit, zeg, 300 Olieaandelen, huidige koers circa 68 euro. Daarop kan hij 3 call-opties verlenen. Bijvoorbeeld die met uitoefenprijs 80 euro en vier jaar looptijd, wat inhoud dat hij de Olies misschien een keer moet verkopen op 80 euro – dik 10 euro koerswinst per aandeel. Voor het lopen van dit verkooprisico ontvangt hij een belastingvrije vergoeding (premie) van circa 7.500 gulden, 15 duizend bruto. Zo pluk je een kip. Het lijkt op het verzilveren van de overwaarde in je huis, maar dan zonder knellende fiscale regels.

Het is de kunst om een portefeuille op te bouwen met liquide optieaandelen. Daar horen geen beleggingsfondsen bij, want daar worden geen opties op verhandeld. Je moet spelen met de looptijden (van zeer kort tot vijf jaar) en uitoefenprijzen. Ervaren (optie)beleggers kunnen dat.

Wie geen optie-ervaring heeft, laat zijn bank of een gepensioneerde uit de financiële wereld een constructie opzetten die geen onderhoud vergt.