PAPYRUS ONTDEKT MET HANDTEKENING VAN KONINGIN CLEOPATRA

De Nederlandse papyroloog Peter van Minnen heeft een papyrus met de `handtekening' van de Egyptische koningin Cleopatra ontdekt. Van Minnen, KNAW Fellow en verbonden aan de universiteiten van Groningen en Leuven, deed zijn ontdekking toevallig toen hij een onlangs verschenen feestbundel voor een Belgische collega doorkeek en ontdekte dat er iets aan de hand was met tekst no 45 (= P. Berol. inv. 25239). De papyrus is afkomstig uit de Staatlichen Museen in Berlijn en maakte deel uit van een archief uit Alexandrië. Later in de oudheid is de inventaris als een soort papier maché gebruikt om mummiekisten van te maken.

De kisten zijn in het begin van de twintigste eeuw opgegraven in een necropool bij Abusir el-Melek, iets ten zuiden van Cairo. In Berlijn zijn later de papyri losgeweekt, om onderzocht en gepubliceerd te worden.

De uitgeefster van de Berlijnse tekst heeft in de feestbundel de Griekse tekst geïnterpreteerd als een contract tussen twee privé-personen. Van Minnen zag meteen dat dat niet mogelijk was. Het ging namelijk om een concessie voor vrijstelling van in- en uitvoerrechten. Dat kan alleen de hoogste regerende instantie doen. Op 23 februari in het jaar 33 voor Christus, waarop het document is gedateerd, was dat Cleopatra.

De uitgeefster, die vanaf het begin op het verkeerde been was gezet, heeft vervolgens enkele foutieve toevoegingen gedaan op plaatsen waar de tekst incompleet is. De naam van de begunstigde was ook niet helemaal compleet, maar Van Minnen heeft zonder al te veel moeite kunnen achterhalen, dat het om Publius Canidius gaat, de rechterhand van Marcus Antonius. Plutarchus schrijft dat Publius Canidius er voor heeft gezorgd dat Cleopatra tegen de aanvankelijke wil van Marcus Antonius bij de slag bij Actium mocht blijven, `omdat hij met veel geld was omgekocht'. Boze tongen beweerden na de slag dat de Romeinse generaal, voordat hij stierf, zijn legioenen in de steek had gelaten.

Van Minnen denkt dat de concessie de eerste stap van Cleopatra is geweest om Publius Canidius aan haar te binden. Hij kreeg vrijstelling van belastingen op invoer van wijn en uitvoer van graan en op zijn land in Egypte. Bovendien werden zijn pachters vrijgesteld van gewone belastingen en heffingen voor het leger.

Het document is in een andere hand dan de rest van de tekst bekrachtigd met de term `genestoo': zo moet het gebeuren. Volgens Van Minnen gaat het om de handtekening van Cleopatra zelf, de enige die in het autocratische Egypte zo'n concessie kon bekrachtigen.

Het is de derde keer dat een handtekening van een uit de oudheid bekend persoon wordt gevonden. Eerder zijn documenten gevonden die ondertekend zijn door keizer Theodosius II en Ptolemaeus Alexander I. Niet eerder is een persoonlijk document gevonden met zo'n belangrijke historische achtergrond.