Oranje

Je zag Inge de Bruijn, nog nat van de 50 meter vrij, heel lichamelijk nog, de catacomben inlopen en je zag ook dat ze daar werd opgewacht door onze kroonprins. Drie kussen gaf hij haar, een meisje uit het volk. En zij maar lachen, en hij maar lachen, kennelijk was dat goud van haar de beste grap die ze in jaren hadden uitgehaald. Nee, ik geloof niet dat er ergens ter wereld zo om olympische medailles gelachen wordt als bij ons.

De Nederlandse sportman/-vrouw legt bij een topprestatie opmerkelijk weinig verbetenheid aan de dag. Hem/haar zul je niet gauw in ernst horen beweren dat hij/zij gewonnen heeft omdat hij/zij nu eenmaal de beste is, of nog ernstiger, dat zijn/haar overwinning door God zelf gewild is. Integendeel, hier wordt alle ruimte gelaten voor ongeloof.

,,Te gek joh. Ik begrijp zelf nog niet wat er allemaal gebeurt. Het lijkt wel of ik vleugeltjes gekregen heb.'' Met deze woorden richt de Nederlandse sportman/- vrouw zich tot de natie, om vervolgens het podium te beklimmen met een gezicht alsof hij/zij iemand een geweldige poets heeft gebakken.

Ik geloof niet dat dat bescheidenheid is. Of laat ik het zo zeggen: ik geloof dat deze bescheidenheid erg verstandig is. Wij kunnen de overwinning niet serieus nemen omdat we dan ook de nederlaag serieus zouden moeten nemen – en er zullen, daarvan zij wij met ons allen diep doordrongen, altijd aanzienlijk meer nederlagen dan overwinningen zijn.

In dit door-en-door Nederlandse sportwereldje zoekt de kroonprins nu zijn inspiratie voor de wedstrijd die hij zelf heeft te doen, de verovering en voortzetting van het koningschap. Op de golven van het oranjegevoel zeilt de monarchie de toekomst in. Natuurlijk, het is hún oranje.

Willem-Alexander. Straks grijpt hij de hoofdprijs. Je ziet hem de catacomben van het Paleis op de Dam inlopen (of nog mooier: van de Arena) en je ziet ook dat hij daar wordt opgewacht door Inge de Bruijn. Drie kussen geeft ze hem, en hij maar lachen, en zij maar lachen. Glunderend verschijnt hij vervolgens op het balkon om zich tot de natie te richten. ,,Te gek joh. Ik begrijp zelf nog niet wat er allemaal gebeurt. Het lijkt wel of ik vleugeltjes gekregen heb.'' En dan hoort hij er eindelijk echt helemaal bij.