Opgelegd

Besturen op afstand, meer autonomie voor onderwijsinstellingen, deze uitgangspunten staan model voor de bestuurlijke revolutie van het onderwijs in de jaren negentig. Als je scholen meer vrijheid geeft, moet je zorgen dat je over instrumenten beschikt om de kwaliteit ervan te controleren. Wat het voortgezet onderwijs betreft is dat controle op de output via gegevens over zitten blijven en eindexamenresultaten. Daarnaast is er de inspectie die toeziet op de gang van zaken. Voor een overheid die pretendeert van afstand te willen besturen, moet dat meer dan genoeg zijn zou je zeggen. Dit temeer daar scholen zich in dezelfde jaren negentig zijn gaan organiseren met steeds grotere, en, als het goed is, ook steeds competentere besturen.

Zoetermeer en de politiek kunnen dus met een gerust hart steeds meer overlaten aan de onderwijsinstellingen zelf. Maar erg veel rust kent dat Zoetermeerse hart niet en hetzelfde geldt voor dat van politiek Den Haag. Die kunnen het niet laten zich met van alles en nog wat te bemoeien.

Het voortgezet onderwijs heeft in toenemende mate te kampen met een tekort aan leraren. Dat kon je al jaren zien aankomen. Toch heeft de overheid dat op zijn beloop gelaten. Sterker nog, tot voor kort heeft zij niets ondernomen om het beroep aantrekkelijk te maken. Wel modieus, veel omstreden en tot conflicten leidend vrouwenvoorrangsgedoe, maar geen maatregelen waardoor het onderwijs voor vrouwen aantrekkelijk zou worden zoals kinderopvang, betaalde opleiding voor wie zorg en werk moest zien te combineren of de ervaring als opvoeder honoreren als relevante ervaring voor het leraarschap. Ter toelichting van dit laatste: de econoom van middelbare leeftijd die in het onderwijs ging werken kreeg zijn ervaring in het bedrijfsleven gehonoreerd met een bij zijn leeftijd passend salaris, maar zijn leeftijdgenote die onbetaald kinderen had opgevoed werd verondersteld van niets te weten en kreeg hetzelfde salaris als de beginnende leraar die net van de opleiding kwam.

Politiek en beleid hebben ernstig gefaald en de gevolgen daarvan zijn voor de scholen. Die moeten maar zien hoe de tekorten op te vangen. Nu zou je verwachten dat de overheid zich tenminste genoeg schaamde om zich bescheiden op te stellen en scholen alle ruimte te bieden om de gevolgen van haar wanbeleid op te lossen. Bij voorbeeld door scholen zelf te laten bepalen aan welke aanvullende scholingseisen assistenten dienen te voldoen om leraar te kunnen worden. Maar die ruimte hebben ze niet. De overheid gaat bepaalde scholen onderscheiden met het predikaat opleidingsschool. Alleen zij mogen, in samenwerking met lerarenopleidingen, leraren opleiden. Niet degene die belang heeft bij een goede leraar bepaalt de eisen, maar degene die behoefte heeft aan veel opleiden.

Sterker nog: scholen mogen niet eens zelf bepalen of hun leraren nog wel competent zijn. Dat wordt, heeft Zoetermeer bedacht, centraal geregeld via registratie in een landelijk register. Alsof leraren kleine zelfstandigen zijn en niet deel uitmaken van een onderwijsorganisatie met zijn eigen specifieke eisen qua opleiding en nascholing. Ook wil de overheid bepalen hoeveel procent van zijn leraren een school als excellent mag kwalificeren en om die reden extra belonen.

Terwijl scholen van alles moeten doen om de gevolgen van het beroerde beleid van de afgelopen jaren op te vangen, zitten Zoetermeerse en Haagse hobbyisten van alles te bedenken om de scholen in een onwerkbaar keurslijf te persen. Besturen op afstand; tot in de details.