Maakbaar

Vroeger had je de maakbare samenleving. Dat was grappig. Je had politici, meestal linkse, die een zakje geld reserveerden en daarmee de maatschappij gingen veranderen. Onnavolgbare redeneringen.

Verhoog de uitkeringen en de mensen zullen solidair met mekaar zijn. Investeer in opbouwwerk en jongeren worden lief en creatief: weg geweld op straat.

Het was te duur, het werkte zelden, en bijna alle politici, ook linkse, werden liberaal. Van de `maakbaarheidsgedachte' (zo noemden ze dat) werd nooit meer vernomen. Leidraad werd de financierbare samenleving. Alles draaide om het wegwerken der geldelijke tekorten. Het is na jaren warempel gelukt, werd op prinsjesdag vanwege de majesteit bevestigd.

Goed nieuws – maar niet goed genoeg, want ander nieuws domineert dezer dagen de televisiejournaals en de kranten. Ze `gingen' voor goud, zeiden de sporters, en uit Sydney blijven de berichten komen dat de `kanjers' in hun gang zijn geslaagd, inbegrepen hun reactie: `Toppiejoppie.'

Ook politici nemen hun deel van het succes. Soms met malle pet op, dan weer in officieel gewaad, bezien zij in Sydney de sportieve records vanuit een breder perspectief: beleid. Als iemand hard kan zwemmen, luidt de indirecte boodschap, is dat te danken aan Haagse sportnota's en hogere budgetten voor `de sport'. Tot en met de vice-premier vertelden de politici deze week wat er daarom moet gebeuren: nog meer geld naar `de sport'. Nu nog de vraag hoe ze het zullen noemen: de maakbare topsporter?