Huilen in het bos

Henryk Okarma, De Wolf, Europese Wildernis, deel 1. Blackwell Wissenschafts-Verlag GmbH, Berlijn, 1997. Ned. uitgave: Uitgeverij de Kei, Amersfoort, 2000. 160 blz., geïll., ISBN 90 804616 1 X. Prijs: ƒ59,90.

Als kleuter kom je hem tegen in de sprookjes van Roodkapje, de zeven geitjes en de drie biggetjes – een bloeddorstig monster met blikkerende tanden. De wolf heeft een pr-probleem. Als veedief, kinderrover en lustmoordenaar is hij eeuwenlang met klemmen, strikken, giftig aas, drijfjachten en alle andere denkbare middelen systematisch bestreden en vervolgd. In veel gebieden is de wolf inmiddels uitgeroeid. Nu beleeft hij op het nippertje een opmerkelijke comeback.

Wetenschappelijk onderzoek waaruit blijkt dat het roofdier niet de ongeremde killer is waarvoor hij werd versleten dringt door in natuurdocumentaires en publicaties. Als toppredator in het ecosysteem blijkt de wolf juist een belangrijke rol te spelen bij het gezond houden van hoefdierpopulaties. In lespakketten voor scholen wordt onvermoeibaar uitgelegd wat een nuttige, leuke, sociale, speelse, intrigerende beesten die wolven in werkelijkheid zijn. Natuurbeschermingsorganisaties zamelen geld in om wolven te beschermen en natuurparken adverteren met de wolf als trekpleister. In het Canadese Ontario zijn nachtelijke excursies met de boswachter, waarbij je de wolven in het bos van dichtbij kunt horen huilen, een topper voor ecotoeristen.

Ook in Europa komt deze vrijetijdsbesteding aarzelend op gang. In het Oost-Poolse Bialowieza, een van de allerlaatste oerbossen van Europa, kunnen ecotoeristen lokale onderzoekers tegen betaling helpen bij hun wolvenonderzoek. De kans dat ze het pelsdier ook in levende lijve ontmoeten is echter niet groot, want de wolven zijn schaars en schuw bovendien. De jacht in Polen is pas twee jaar geleden gesloten. Wie de wolf niet te zien krijgt kan zich troosten met het pas verschenen boek De Wolf van de Poolse auteur Henryk Okarma, die zelf in het Bialowiezawoud veel wolvenonderzoek heeft gedaan. Zijn in 1997 verschenen boek werd onlangs voor de Nederlandse markt vertaald en aangevuld met informatie over wolven in de rest van Europa.

Oorspronkelijk kwamen wolven voor op het hele noordelijk halfrond: in Noord-Amerika, Europa, Azië inclusief het Arabisch schiereiland en Japan. Er bestaan diverse ondersoorten – over het juiste aantal wordt door taxonomen nog getwist – die zich thuisvoelen in het hooggebergte, in woestijnen of in het tropisch regenwoud. Hun aanpassingsvermogen en hun verspreidingsgebied worden alleen overtroffen door de leeuw en de mens.

In veel gebieden heeft diezelfde mens de wolf inmiddels uitgeroeid. In Noord-Amerika leven alleen nog behoorlijke aantallen wolven in Canada, Alaska en Minnesota. In de rest van de Verenigde Staten en in Mexico zijn alleen nog kleine restpopulaties te vinden.

Balkan

In Europa komen wolven alleen op de Balkan nog in redelijke aantallen voor. Verder leven er nog enkele tientallen in de berggebieden van Spanje, Portugal en Italië. Incidenteel worden ze ook in de Scandinavische landen aangetroffen, maar meestal meteen uitgeroeid. In Rusland komt de wolf oorspronkelijk voor van de Siberische toendra tot in de zuidelijke steppen en woestijnen. Vooral na de Tweede Wereldoorlog, toen de aantallen waren gestegen tot zo'n 150.000 exemplaren, werden wolven fel vervolgd. De huidige stand wordt geschat op zo'n 20.000 dieren. De laatste jaren is in het hele land een toename merkbaar. Volgens sommige schattingen is het aantal wolven na het uiteenvallen van de Sovjet Unie met zo'n 30 procent gegroeid. Als oorzaak wordt gewezen op het instorten van de oude handelsstructuren. Handelshuizen kunnen de aankoop en verwerking van de pelzen niet meer financieren en de belangrijkste afnemer, de overheid is als marktpartij weggevallen. Oude voorraden rotten weg en pelsjagers trekken naar de steden om ander werk te zoeken. Rond Moskou zijn wolvenpaks gesignaleerd die uit tien tot vijftien dieren bestaan, tweemaal zoveel als vroeger. En vanuit Rusland trekken de wolven ook verder naar landen als Finland, Estland, Polen, Roemenië en Bulgarije.

Maar mogelijk spelen daarbij ook andere factoren mee. Door de slechte economische situatie in de voormalige Sovjet-Unie wordt er, bij gebrek aan vlees in de winkels, volop gestroopt. Herten en zwijnen worden massaal gedood. Hierdoor blijft er voor de (relatief grote) wolvenpopulatie weinig voedsel over en daardoor zouden ze over grote gebieden wegtrekken op zoek naar gebieden met een betere wildstand.

In Polen werden tot in de jaren tachtig forse premies, ter hoogte van meer dan een maandloon, uitgeloofd voor iedere gedode wolf. Begin jaren zeventig waren er in het hele land nog maar 100 dieren over. Op den duur gingen er steeds meer stemmen op om het dier niet definitief uit te roeien. Er ontstond meer begrip voor de natuurlijke rol van de wolf bij het reguleren van de wildstand. Eind jaren tachtig werd een jager die een Poolse wolf wilde schieten niet langer beloond, maar moest hij juist betalen. In het jachtseizoen 1989/90 kostte deelname aan een wolvenjacht in het district Krakow zo'n 20.000 Zloty en wie inderdaad een wolf schoot moest nog eens 200.000 Zloty (destijds een gemiddeld maandloon) bijbetalen.

Volgens officiële cijfers leven in Polen nog zo'n 800 à 900 wolven, waarvan er tot voor kort jaarlijks zo'n 100 à 200 werden geschoten. Erg betrouwbaar zijn die cijfers echter niet, zo betoogt de auteur. De kans op dubbeltellingen is groot, omdat de dieren over grote gebieden rondzwerven. Sinds 1998, een jaar na het verschijnen van Okarma's boek, is de wolf in Polen definitief beschermd en de jacht gesloten. Deze informatie wordt door de Nederlandse bewerkers wel in het eerste hoofdstuk vermeld, maar de hoofdstukken over het beheer van wolvenpopulaties en jachtmethoden zijn niet bijgewerkt. Dat werkt verwarring in de hand, alsof er in Polen nog volop op wolven wordt gejaagd. Maar dat is detailkritiek.

De Wolf bevat een schat aan informatie over verspreiding en gedrag, anatomie en ecologie van dit tot de verbeelding sprekende roofdier. Hondenliefhebbers zullen er veel in herkennen.

Om de harmonie binnen de roedel te bewaren en openlijke gevechten zoveel mogelijk te vermijden beschikken wolven over een uitgebreid repertoire van gedragspatronen, lichaamshoudingen en bewegingen, die je ook bij huishonden terugvindt. Alleen al de houding van de staart en de oren kunnen een heel scala van agressie, speelsheid en andere stemmingen uitdrukken die in het boek mooi geïllustreerd zijn. Zo treedt een wolf met een hoge sociale positie een dito soortgenoot met rechtop gehouden, trillende staart tegemoet. Met deze stoere houding verspreidt hij tevens een stevige lichaamsgeur via de geslachtsklieren, de vioolklier en de anaalklieren onder de staart. Een erg bange, onderdanige wolf zal zijn achterlijf juist laten zakken en zijn staart tussen de poten klemmen om zo min mogelijk geur te verspreiden, net zoals een angstig hondje.

In het laatste hoofdstuk, gewijd aan wolf en mens, wordt vastgesteld dat het imago van de wolf nu beter is dan ooit tevoren. Wolven staan niet langer symbool voor het kwaad, maar voor machtige, ongerepte wildernis. Natuurbeheerders hebben de wolf als marketinginstrument ontdekt: waar wolven leven is de natuur nog in orde.