Hoop bloeit op puin burgeroorlog

Somaliland heeft tien jaar burgeroorlog achter de rug, wordt nog altijd geassocieerd met oorlog en honger en wordt internationaal niet erkend. Toch gloort er hoop op economisch herstel. ,,De tijd is rijp om te investeren.''

,,Lijd je aan depressies of ben je geestelijk gestoord'', vroeg de huisarts aan Stuart Foster toen hij de verplichte vaccinaties ging halen om twee jaar lang in Somaliland te werken. Daarmee werd Forster meteen met het belangrijkste obstakel geconfronteerd waar hij tegen aanloopt bij investeerders en zakenmensen. ,,Somaliland wordt geassocieerd met Mogadishu en dus met chaos en warlords. Of met de Hoorn van Afrika en dat staat synoniem voor oorlog en honger.''

De Brit Stuart Foster, directeur van de Kamer van Koophandel in midden-Yorkshire, is er door de Europese Unie op uit gestuurd om een onafhankelijke Kamer van Koophandel op te zetten in Somaliland. Een hulpproject dat is gestart door gevluchte Somaliërs in Engeland en wordt gefinancierd door de EU. Het is een onnoemelijk lastig project in een land dat niet wordt erkend door andere staten en ruim tien jaar burgeroorlog achter de rug heeft.

Somaliland verklaarde zich op 18 mei 1991 onafhankelijk en wil niets te maken hebben met de onlangs gekozen president in Mogadishu van buurland Somalië.

Forster is ervan overtuigd dat Somaliland over anderhalf jaar, als zijn missie ten einde loopt, over een onafhankelijke Kamer van Koophandel beschikt die wereldwijd wordt erkend en bevoegd is documenten af te geven. Het voormalige Britse protectoraat in het Noordwesten van Somalië is veilig concludeert Foster na zes maanden werken in het land. De situatie is enorm verbeterd, doordat de regering van president Egal er vorig jaar in is geslaagd om de milities te ontwapenen. Tegelijkertijd is een centraal belastingsysteem op in- en uitvoer geïntroduceerd.

Onder de bevolking heerst een algemeen streven de vrede te bestendigen en het land op te bouwen. Steeds meer Somali keren terug uit het buitenland om de mogelijkheden te onderzoeken of ze een bedrijfje kunnen beginnen of aan een baan kunnen komen. Anderen keren definitief terug als ze merken dat de situatie veilig is. De ene onderneming na de andere schiet volgens Foster uit de grond. Somaliland telt inmiddels vijf commerciële telefoonmaatschappijen en kent de laagste telefoontarieven van het continent vanwege de felle concurrentie. Veel bedrijven zijn echter genoodzaakt om bij alle vijf de maatschappijen een abonnement te nemen, omdat er niet van de ene maatschappij naar de andere kan worden door geschakeld.

Foster denkt dat de belangrijkste investeringen in de komende tijd in Somaliland uit het buitenland zullen komen. En hij ziet daarin nog een extra bewijs dat de situatie veilig is en stabiel zal blijven. ,,Deze mensen hebben tijdens de burgeroorlog vaak alles verloren wat ze hadden opgebouwd. Nu hebben ze in het buitenland opnieuw geld gemaakt en ze denken wel twee keer na om dat hier te investeren. Kennelijk zijn zij er van overtuigd dat de tijd rijp is.''

Somaliland ligt vlak bij de monding van de Rode Zee. Het heeft een belangrijke diepzeehaven in Berbera, waar de Europese Unie in investeert. Die haven heeft extra vracht te verwerken gekregen sinds Ethiopië niet langer gebruik kan maken van de Eritrese havens Asab en Massawa in verband met de oorlog tussen de beide landen. De Europese Unie steekt ook 22 miljoen euro in het herstel van de weg van Berbera naar het Ethiopische achterland en dat doet ze niet alleen om noodhulp te vervoeren. Ethiopië is een markt met 60 miljoen consumenten. Olie- en gas voorraden zijn al voor het uitbreken van de oorlog in de regio gelokaliseerd. Shell heeft een vergunning voor offshore winning, maar maakt daar geen gebruik van sinds het begin van de burgeroorlog. De regering van Somaliland hoopt dat oliemaatschappijen, nu de situatie weer begint te normaliseren, hun activiteiten zullen hervatten.

Het land produceert verder henna en Arabische gom dat wordt gebruikt in de cosmetica. De landbouw is klein maar interessant voor de sector van natuurlijke producten denkt Foster, omdat er geen bestrijdingsmiddelen worden gebruikt. Jaarlijks worden drie miljoen stuks vee, voornamelijk kamelen, geiten en schapen geëxporteerd. Merkwaardig genoeg worden alleen de mannelijke dieren verkocht aan het buitenland omdat de Somali niet willen dat er gefokt wordt met hun dieren. Er is bijvoorbeeld geen verwerkingsindustrie voor de huiden van de lokaal geconsumeerde dieren.

Maar er is nog een andere sector die interessant is. ,,Bijna alles wat hier wordt geconsumeerd is ingevoerd. De Somali zijn handelaren geen producenten. Alles wat je ter plaatse maakt en waar vraag naar is, kan concurreren met de ingevoerde goederen. Van cement tot blikjes tomatenpuree en van de assemblage van electronica tot het maken van pasta'', zegt Foster.

Uiteraard kleven er op dit moment ook een aantal forse nadelen aan investeren in Somaliland. Het land is niet officieel erkend en de Somaliland shilling word internationaal niet geaccepteerd. Internationale banken hebben lokaal geen vestigingen. Dat betekent dat er geen geld kan worden geleend en dat er ook geen verzekeringssysteem bestaat. Er zijn wel een aantal lokale banken waarvan Dahab Shiil de bekendste is, maar het is een bank die draait op geldzendingen en niet erkend is. Somalische vluchtelingen over de hele wereld sturen tegen betaling van commissie via dit systeem geld naar hun familie in Somaliland. Binnen een paar uur kun je geld over maken naar familie en zelfs op het platteland waar soms geen telefoon is lukt het binnen twaalf uur.

Een ander probleem is scholing. Het Somalische onderwijssysteem heeft meer dan tien jaar niet gefunctioneerd. Een hele generatie is opgegroeid in een burgeroorlog zonder onderwijs. ,,Ondernemers die hier een groot bedrijf willen opzetten, zullen een staf van buiten moeten halen en de werknemers opleiden'', verklaart Foster. Daar staat volgens de `missionaris' tegenover dat er een grote wil is onder de bevolking van 3,5 miljoen zielen om het land op te bouwen en de handen uit de mouwen te steken.

Rik Delhaas is journalist bij de Ikon. Op 8 en 15 oktober zendt de omroep een televisiedocumentaire uit over Somaliland.