`Er is meer loos dan wat Denen die dwarsliggen'

Hoe moet het verder met Europa na het Deense `nee'? Onverdroten doorgaan op de ingeslagen weg? Of ijlings een vluchthaven zoeken voor een grondige herbezinning? Twee Europa-watchers aan het woord.

Stelt de uitslag van het Deense referendum hem al teleur, nog teleurstellender vindt de Amsterdamse historicus Frits Boterman de reacties uit Brussel en de andere lidstaten van de Europese Unie. ,,In plaats dat ze het Deense `nee' oppikken als een belangrijk politiek signaal, proberen ze de uitslag zo snel mogelijk onder het tapijt te werken door haar te reduceren tot een louter Deense aangelegenheid.''

Dat is nogal onverstandig, vindt Boterman die is verbonden aan de universiteiten van Amsterdam en Groningen. ,,Er is meer aan de hand dan wat malle Denen die dwarsliggen. Dit is de opstand van een regio tegen het centrale gezag en als zodanig het zoveelste signaal van desintegratie.''

Boterman doelt onder meer op het Franse onvermogen om als fungerend EU-voorzitter de noodzakelijke hervorming van de Europese instellingen van de grond te krijgen, op de Duitse problemen met extreem-rechts in de voormalige DDR en op de Britse euroscepsis die onverminderd aanhoudt ondanks de voorzichtige euromassage door de regering-Blair.

,,Als je dat bij elkaar optelt, dan zouden de politici die de Europese integratie zo'n warm hart toedragen als de wiedeweerga de koppen bij elkaar moeten steken om een hechter fundament onder Europa te leggen. Dan hebben ze ook meer te bieden aan landen en regio's die blijkbaar vrezen dat ze worden opgeslokt.''

Een hechter fundament? Dat is toch juist het probleem? Zeker, beaamt Boterman. ,,Daar heb je dus politieke durf voor nodig, en daar schort het momenteel nogal aan. Premier Kok, bijvoorbeeld, hoor je daar niet over. Wat dat betreft had eurocommissaris Verheugen volkomen gelijk toen hij de Europese politici opriep uit hun ivoren toren te komen en de dialoog met de bevolking aan te gaan.''

De Belgische econoom Paul de Grauwe (Katholieke Universiteit Leuven) deed in de aanloop naar het referendum op uitnodiging van een Deense krant mee aan een discussie over de euro op internet. ,,Tsjonge, wat een verwarring. Ik schrok van de argumenten die werden aangevoerd. En zeer emotioneel ook. Zo zou invoering van de euro het Deense stelsel van sociale zekerheid in elkaar doen storten. Flauwekul natuurlijk, want de Deense munt was, is en blijft gekoppeld aan de euro.''

De Grauwe beschouwt het Deense `nee' als ,,tegelijkertijd goed én slecht nieuws''. Eerst het slechte nieuws dan maar. De euro staat, aldus De Grauwe, in de ogen van de Denen symbool voor verdere politieke integratie. ,,De meeste Denen wijzen dus niet alleen de komst van de euro af, maar zijn dus eigenlijk ook tegen verdere politieke integratie in Europa.''

Dat is jammer, vindt De Grauwe, maar het is niet anders en hij put eurohoop uit het feit dat er ook iets positiefs tegenover staat. Namelijk dat er frustrerende ballast overboord is gekieperd. ,,Er bestaat brede consensus over de noodzaak van verdere politieke integratie in de Europese muntunie. Anders redt de euro het op de lange termijn niet. Wel Denemarken, en straks waarschijnlijk ook Zweden en Groot-Brittannië willen dat niet, dus zij blijven buiten euroland. De logica wil dat de politieke integratie binnen euroland dan versneld kan doorgaan.'' En dat is dan De Grauwe's `goede nieuws'.

De Leuvense euro-watcher ziet in de uitslag van het Deense referendum een bevestiging van de trend naar een Europa van twee snelheden. De Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Fischer, en de Franse president Chirac braken daar eerder dit jaar een lans voor om het stagnerende integratieproces een impuls te geven.

Deze benadering is het spiegelbeeld van de tot dusver in de EU gepraktizeerde opt-out-formule, die bij voorbeeld Denemarken en ook Groot-Brittannië in het Europese sociale beleid en de muntunie een uitzonderingspositie verschaft. Voortaan luidt het devies opt-in: de avant-gardegroep (Chirac) demarreert en wie mee wil doen probeert maar aan te pikken.

Paradoxaal genoeg zou die aanpak volgens De Grauwe nog als smeerolie kunnen dienen bij de op stapel staande uitbreiding van de Europese Unie met landen uit Midden- en Oost-Europa. Want, om in wielertermen te blijven, dan kunnen ze eerst een tijdje meedraaien met de achtervolgers zonder de kopgroep in de wielen te rijden.

Boterman, daarentegen, voorziet het tegenovergestelde effect. ,,Als je een verenigd Europa wilt, dan is een sterke kopgroep en de rest die daar achteraan bungelt een zwaktebod. ''En dat zou wel eens op een historische vergissing uit kunnen lopen.