EMPEDOKLETS 4

Columnist Icke stelt zich na lezing van presocraat Empedocles de vraag waarom de natuurwetenschappen zo'n lange aanloop moesten nemen en pas 300 jaar geleden tot ontwikkeling kwamen (Empedoklets, W&O, 2 september). De vraag is er een van het type dat de Engelsen de `Whig interpretation of history' noemen: uitgaand van het resultaat worden uit de geschiedenis de gegevens geplukt die naar dat resultaat leiden. Dus, het Parlement van Westminster is het voltooiend eindpunt van een proces dat in de Griekse democratie begon.

In werkelijkheid is die weg kronkelig, zo er überhaupt een weg is. Hoe kronkelig bewijst het voorbeeld van Newton, een van de iconen van de moderne natuurwetenschap die tachtig procent van zijn tijd en geschriften verdeed met alchemistisch gebeuzel.

Icke's tweede vraag is, waarom alternatieve genezers wier gedachtengoed teruggrijpt op kwalitatieve redeneringen à la Empedocles nog steeds zoveel aanhang behouden. Ik denk dat het antwoord is: de oude geneeskunst, die bijna tweeduizend jaar het medisch denken heeft beheerst, vindt zijn grondslag in de vier-elementenleer van Empedocles, en is door Galenus opgetuigd met vier overeenkomstige lichaamssappen, gemoedstoestanden en zelfs jaargetijden. Een totaalconcept dus, holistisch in modern jargon. Ziekte als verstoring van de balans tussen de vier. Aderlaten om een overmaat aan vuur af te laten lopen. Alternatieve geneeswijzen zijn te beschouwen als atavistische resten van de Galenische geneeskunst vermengd met eclectisch aandoende oppervlakkige esoterie. Ze roeren zich heden nog wel maar zijn zonder inhoudelijke betekenis.

Van Spinoza is de uitspraak dat onze geest een eenheid vormt met de gehele natuur. Hij bracht de beperking aan dat we daarvan slechts twee attributen kennen: denken en uitgebreidheid. En de rest? The rest is silence, want de Natuur heeft oneindig veel attributen. In mystieke zin kan je de rest hooguit bevroeden. Maar dan bevind je je in het gebied dat sedert de Renaissance de Philosophia Perennis genoemd wordt.