Egypte

Phileas Fogg deed het in 80 dagen, Nobelprijs-kandidaat Bei Dao in 80 gedichten. De Achterpagina gaat in 80 hits de wereld rond. Halte 15: Egypte.

,,Veertig eeuwen kijken op u neer'', zei Napoleon aan de voet van de Grote Piramide tegen zijn manschappen. De Franse veroveraar was niet de eerste die zich licht geïntimideerd voelde tegenover de resten van de oud-Egyptische beschaving, en hij was zeker niet de laatste. Neem de Amerikaan Jonathan Richman. Toen die een liedje wijdde aan het land van de farao's onthield hij zich van tekst. Zijn Egyptian Reggae, een dansbaar gitaar-en-slagwerknummer waarin de Arabische invloeden de Jamaicaanse overheersten, was geheel instrumentaal; een unicum in het oeuvre van een zanger die beroemd was om zijn lichtspottende lyriek. Desondanks, of misschien juist daarom, werd het de enige hit van Jonathan Richman and the Modern Lovers in Nederland. Op kerstavond 1977 behaalde het zelfs een tweede plaats in de Top 40.

December is een goede maand voor hits over Egypte, want negen jaar later stonden de Amerikaanse Bangles rond Kerstmis vijf weken nummer 1 met Walk Like An Egyptian. Hoewel ze in hun nonsensliedje onder andere zongen over dansende Chinezen en Amerikaanse politieagenten, gold hun fascinatie vooral het antieke Egypte. `All the old paintings on the tombs/ They do the sand dance don't you know' begon de tekst, waarna in vogelvlucht werd bezongen hoe de hele wereld zich overgaf aan een nieuwe rage: lopen als een Egyptenaar. `Slide your feet up the street' luidde de instructie, `bend your back/ Shift your arm, then you pull it back.' Dankzij een aanstekelijk videofilmpje (met faraonische polonaises in de straten) werd Walk Like An Egyptian voor korte tijd inderdaad een rage – al was het maar als campy tussendoortje in de disco. Maar uiteindelijk deelde het Egyptische Loopje van The Bangles het lot van de Watusi, de Locomotion, de Mashed Potato en de Hully Gully, en kwam het terecht in het Museum van de 1000 Dansen, op de afdeling eendagsvliegen.

Zoals The Bangles al duidelijk maken, is het antieke Rijk aan de Nijl in de popmuziek een populairder thema dan de Arabische Republiek Egypte. Talloos zijn de terloopse verwijzingen naar piramides, sfinxen, mummies en farao's (Cleopatra!); maar noch het Suezkanaal, noch de haven van Alexandrië, noch het moderne islamitische leven heeft de hitmakers kunnen inspireren. Ja, de eeuwige Bob Dylan zong in She Belongs To Me over `an Egyptian ring/ that sparkles before she speaks', maar echt diep geworteld in kennis van de Kaireense edelsmeedkunst was die mededeling niet.

Eén uitzondering is er. In juni 1980 behaalde de Engelse ska-groep Madness een 21ste plaats in de Top 40 met Nightboat To Cairo, een compositie waarin geen antiek cliché te bekennen was. De tekst, die in tijd gemeten slechts een kwart van het liedje besloeg, begon enigszins cryptisch (`It's just gone noon half past monsoon') maar ging duidelijk over de Nijl van nu, waarover zich een glimlachende roeier in een zinkend bootje naar Kairo spoedt. Wat hij daar te zoeken heeft, en of hij ooit aankomt, blijft in het vage. Met zijn onverstoorbare humeur en zijn `tandeloze glimlach' doet hij nog het meest denken aan de mythische veerman Charon; een associatie die in de modern-Arabische context niet helemaal op zijn plaats lijkt. Maar wie maalt er om de tekst wanneer je door het pompende ritme en de overdonderende saxofoonklanken voornamelijk wordt aangezet tot dansen? Twintig jaar na dato is Nightboat To Cairo nog steeds een dansvloervuller op ieder nostalgisch feestje.

Het semi-instrumentale karakter van Nighboat To Cairo roept overigens een interessante kwestie op. Instrumentale nummers in de hitparade zijn zeldzaam, maar als er liedjes aan Egypte gewijd worden, heeft de muziek de overhand. Walk Like An Egyptian heeft twee onevenredig lange gitaarsolo's, Nightboat To Cairo telt slechts honderd woorden, en Egyptian Reggae heeft helemaal geen tekst. Eén mogelijke reden hiervoor is al genoemd, schroom voor de glorieuze geschiedenis van Egypte. Een andere hangt daar misschien mee samen: het streven om met popsongs hetzelfde effect te bereiken als de schilderingen in de faraonische tombes – communicatie zonder woorden.