Een kille nachtmerrie

Wordt het een dure winter voor Amerikanen in de Noord-Oostelijke staten? Sommige experts vrezen van wel. Zij voorspellen zeer hoge huisbrandolieprijzen, zeker in het geval van extreme kou. Nu al liggen de prijzen op een hoog peil. Hier en daar heerst ongerustheid. `Een geval van Catch-22'.

,,Ik betaalde altijd een vaste prijs van honderdvijftig dollar per maand voor stookolie maar nu is het al 165 dollar'', zegt een 88 jaar oude, alleenwonende dame in Hartsdale, New York. ,,Aan het eind van het jaar betaal ik altijd het verschil en dat was de laatste keer duizend dollar! Ze wilden nu mijn maandbedrag verhogen tot 240 dollar maar ik heb een brief geschreven. Ik woon hier sinds 1939 en ben altijd een trouwe klant geweest van Robeson Oil. Als ze mijn maandbedrag verhogen, vertrek ik.'' De oude dame die af en toe lelijk hoest, moet zien rond te komen van social security, vergelijkbaar met de Nederlandse AOW. ,,Ik heb bronchitis en kom net terug van de dokter. Die heeft me antibiotica gegeven: tien pillen voor 77,60 dollar.''

Mevrouw is niet de enige die opziet tegen een strenge winter. Amerikaanse brandstofleveranciers, consumentenorganisaties, analisten en overheidsvertegenwoordigers weten dat veel Amerikaanse particulieren een dure winter te wachten staat. Weet de consument het zelf al? Ja en nee. Bij veel consumenten is het besef nog niet doorgedrongen. ,,Ik krijg telefoontjes van klanten", zegt David Schildwachter van Schildwachter Oil in de New-Yorkse wijk The Bronx. ,,maar ik weet niet wat de prijs gaat doen. Die kan net zo hoog worden als vorige winter, maar misschien zit ik er wel naast. Dus ik ga niet speculeren.'' Schildwachter, wiens familie oorspronkelijk uit Oostenrijk komt, heeft nog niet gemerkt dat particulieren huisbrandolie hamsteren. Wel krijgt hij veel ongeruste klanten aan de lijn, ,,maar ik vertel ze precies wat ik u zeg.''

De Amerikaanse consument ziet de toekomst nog niet zo somber in. Dat bleek deze week uit het licht gestegen cijfer van het consumentenvertrouwen over september. ,,Ondanks hogere benzineprijzen deze zomer en het vooruitzicht van hogere kosten voor huisbrandolie de komende winter, blijven consumenten optimistisch'', zegt Lynn Franco, econoom bij de afdeling research van de Conference Board die het onderzoek naar consumentenvertrouwen heeft begeleid. ,,Amerikanen zijn vol vertrouwen over de arbeidsmarkt en die component is de laatste jaren ook dominant geweest in de steekproeven. Andere factoren raken daardoor op de achtergrond. Misschien dat het anders wordt als het koud wordt en de prijzen echt sterk omhoog gaan.'' Sommigen spreken echter nu al van een oliecrisis en maken vergelijkingen met de jaren zeventig en begin jaren tachtig. De prijzen van ruwe olie zijn onlangs gestegen tot om en nabij de 35 dollar per vat en daardoor zijn ook benzine en huisbrandolie flink duurder geworden. President Clinton schermt in gesprekken met de Arabische olieproducenten met een dreigende economische recessie. Het lijkt een tactische zet. Hij weet – net als zijn gesprekspartners – dat een recessie in de VS ongunstig is voor de gehele wereldeconomie. Zo ver is het volgens de kenners echter nog lang niet en Clinton zal dat wel weten. Analisten van Merrill Lynch hebben (op basis van een olieprijs van 40 dollar per vat) berekend dat de gemiddelde economische groei in de Oeso-landen volgend jaar hooguit 0,7 procent lager zal liggen dan de 3,4 procent die voor dit jaar wordt verwacht. Andere bronnen zeggen dat het in vergelijking met de jaren zeventig wel meevalt met het prijsniveau van ruwe olie. Pas als een vat olie 70 dollar zou kosten zijn er redenen om alarm te slaan.

In Boston is meer ongerustheid. Die stad had vorige winter ook al te maken met tekorten en prijzen voor huisbrandolie die soms vier keer hoger waren dan normaal. Louise Natoli, een 68-jarige weduwe in Boston, kon zich vorige winter geen huisbrandolie meer veroorloven. Ze kreeg steun van een hulporganisatie maar wist niet of ze daarmee het einde van de winter zou halen. Ze had alle kieren in huis gedicht en ook de brievenbus, liet ze weten in de Boston Globe. Ze droeg de hele dag een trainingspak en bleef in beweging. ,,Hoe meer lichaamswarmte ik heb, hoe minder olieverwarming ik nodig heb'', zei ze.

Dat Boston en omgeving hard getroffen werden zit hem in de gebrekkige distributie in de VS. De meeste raffinaderijen bevinden zich aan de kust in de Golf van Mexico, maar de bevolkingsdichtheid is het grootst aan de oostkust. Daar, in het oude industriële centrum, zitten ook de gebruikers van huisbrandolie. Ongeveer tien procent van de Amerikaanse huishoudens stookt nog olie maar van die groep zit negentig procent in de dichtbevolkte kuststrook die van de staat Virginia naar het noorden loopt, inclusief het gebied dat New England wordt genoemd: Connecticut, Vermont, Massachusetts, News Hampshire en Maine. Vervoer van de olie uit het zuiden gaat per pijpleiding tot New Jersey maar daarna moet de brandstof verder per tanker, kustvaarder of tankauto.

De oliebedrijven die aan de consument leveren, houden hun voorraden klein omdat opslag duur is. Dat kan alle partijen echter parten spelen als het weer echt winters wordt. Sneeuw hindert de vrachtwagens en de overslag op de kades, strenge vorst doet rivieren bevriezen. Afgelopen januari kende Boston in de laatste twee weken een van de koudste periodes van deze eeuw. De vraag groeide explosief maar op hetzelfde moment was de aanvoer gestremd en de voorraden slonken binnen enkele dagen drastisch. Plaatselijk stegen de prijzen tot meer dan twee dollar per gallon ( = 3,785 liter). In maart hadden hoorzittingen plaats in het Congres, vooral op initiatief van politici die namens oostkuststaten in Washington zitten.

Benzine was en bleef duur, de huisbrandolie was exorbitant in prijs gestegen. Kon hier iets aan worden gedaan? Veel factoren speelden een rol, ook de dagelijkse productie door de Opec-landen. Benzine bleef gedurende de zomer relatief duur en al in juli klonken de eerste ongeruste stemmen over wat de komende winter te verwachten is. ,,De prijzen van huisbrandolie liggen op dit moment, nu het koude seizoen nog niet eens begonnen is, al 25 procent hoger dan vorig jaar om deze tijd'', zegt John Lichtblau, analist bij de Petroleum Industry Research Foundation in New York. Maar Lichtblau zegt er ook bij dat niet duidelijk is of de prijs verder omhoog zal gaan. ,,Misschien is de prijs in januari wel lager dan nu'', zegt hij.

Eind vorige week heeft Clinton aangekondigd dat de Verenigde Staten hun strategische oliereserve (Strategic Petroleum Reserve) zullen aanspreken en beschikbaar zullen maken voor raffinage tot huisbrandolie. Het gaat om 30 miljoen van de 570 miljoen vaten, dus minder dan vijf procent van de totale reserve. De olie moet dienen als buffer in geval er een tekort optreedt en wordt in het voorjaar weer aangevuld. Op de oliemarkt daalde de prijs van ruwe olie na de aankondiging. Hoewel het om een geringe hoeveelheid gaat, ligt een dergelijke stap zes weken voor de presidentsverkiezingen politiek gevoelig. Al Gore was voor, George Bush was tegen. Senator Charles Schumer, democraat uit New York, verwoordde het gezond-verstandargument met de reactie: ,,Ik wil Bush horen uitleggen aan een bejaarde die van vijftienduizend dollar per jaar moet rondkomen dat de stookkosten deze winter met duizend dollar omhooggaan.''

Blijft de vraag of de prijs van huisbrandolie door het beschikbaar stellen van ruwe olie beduidend lager wordt. ,,Op dit moment wordt de raffinagecapaciteit voor 95 tot 96 procent benut'', zegt analist Lichtblau. ,,We kunnen dus niet opeens een overvloed aan huisbrandolie verwachten. De voorraden zijn nog steeds laag, maar we zien zeer recent een scherpe stijging van de productie van huisbrandolie. Het is de vraag of het voldoende is.'' Een vroeg invallende winter zou ongunstige gevolgen kunnen hebben.

Op veel plaatsen wacht men al jaren niet meer op wat de Opec, de oliemaatschappijen of de winter voor verrassingen kunnen brengen. Er zijn particulieren die de prijs 's zomers al vastleggen, zodat hun leverancier verplicht is te leveren. Er zijn ook non-profitorganisaties die met duizenden leden kortingen bedingen. Een ervan is de New York Public Interest Research Group, een consumentenorganisatie die een zogeheten Fuel Buyers Group heeft waar veertienduizend mensen bij zijn aangesloten. Ook in Boston bestaat iets soortgelijks: de Massachusetts Energy Consumers Alliance (MECA) die een Oil Bank heeft. Volgens hun website hebben in vergelijking met een jaar geleden al twee keer zoveel Bostonse particulieren een contract voor een vaste prijs met hun olieleverancier gesloten. Phil Lindsay, manager bij de MECA, noemt de organisatie een spontaan ontstane groep. Buren sloegen de handen ineen, gingen langs de deuren en zetten een organisatie op met tweehonderd leden. Dat was begin jaren tachtig. Inmiddels zijn het er ongeveer vijfenzestighonderd. De MECA onderhandelt over de prijs van huisbrandolie en bedingt 15 tot 20 dollarcent per gallon ( = 3,785 liter) korting voor al zijn leden. Voor een doorsneehuishouden, dat 850 gallon per winter verbruikt, betekent het een besparing van 144 dollar. Dat is ongeveer 15 procent van de totale rekening. ,,We onderhandelen namens onze leden maar we doen ook wat lobbywerk'', zegt Lindsay. ,,Wij riepen een jaar geleden al dat Clinton de strategische oliereserve zou moeten aanspreken. Anderzijds proberen we onze leden ook energiebewuster te maken. We zijn voor de consument, niet voor consumptie.''

Volgens Lindsay zijn veel van de MECA-leden behoorlijk in paniek over de gestegen prijzen. De plaatselijke en landelijke media hebben al veel aandacht aan het onderwerp besteed en bijna iedereen herinnert zich de vorige winter nog levendig. ,,Veel consumenten hebben hun prijs daarom vastgelegd maar we adviseren ze nu al om daarmee op te houden. In juli zat je daar nog gunstig mee maar nu is de prijs 1,40 tot 1,55 dollar per gallon dus dan heeft het weinig zin meer.'' Een jaar geleden was de prijs nog 1,10, weet Linday.

Hij denkt dat de voorraden huisbrandolie niet eens zoveel kleiner zijn dan vorig jaar als je rekening houdt met de milleniumvrees die er een jaar geleden was. Een structureel probleem dat ook nu, evenals vorige winter, weer een rol kan spelen is volgens hem dat op een willekeurige winterdag slechts 15 procent van de huisbrandolie uit voorraden komt. De rest komt rechtstreeks uit schepen.

Hij neemt het de olieleveranciers niet kwalijk want ze zijn `een speelbal van de markten'. ,,De markten worden omhooggepraat omdat er geringe voorraden zijn'', legt hij uit. ,,Omdat de prijzen hoog liggen, is er vervolgens ook geen stimulans om de voorraden te vergroten. Het is een Catch-22.'' Lindsay noemt huisbrandolie ,,een van de meest grillig geprijsde bulkgoederen''. Voor middelgrote bedrijfjes werden die prijsschommelingen vaak funest als ze de markt dachten te begrijpen, zodat in Boston en omgeving veel sanering en consolidatie heeft plaatsgehad. Er zijn nu volgens Lindsay vooral veel heel grote leveranciers en kleintjes. ,,We zijn klaar voor een gewone winter'', aldus Lindsay, ,,maar het grote probleem is en blijft de distributie in extreme weersomstandigheden. Daar zijn we net als andere jaren gewoon niet op berekend.''