Dromen met open ogen

Op de Alexanderplatz begint het Oosten. Het plein is een stil bewijs van de woestenij die de socialistische bouwpolitiek heeft aangericht, maar ook van de mislukking van de DDR. Komende week is het tien jaar geleden dat Oost- en West-Duitsland werden herenigd. `De Alex staat voor de muur die in de hoofden van de verliezers nog overeind staat.'

Alexanderplatz. Dat is de krantenverkoper van de Berliner Zeitung. De wandelende Wurstmann die onder z'n kleurige paraplu een kraam met worstjes met zich meesjouwt.

Het is een plein waar tenminste nog veel lucht te zien is. Als je op de balustrade bij Kaufhof zit, zie je de geelrode S-Bahn, de televisietoren, het Staatsratsgebäude waar vroeger de communistische leider Erich Honecker en nu kanselier Gerhard Schröder huist.

Op de Alexanderplatz begint het Oosten.

Het plein tussen de Karl Liebknechtstrasse, de Karl Marx Allee en de Alexanderstrasse is onpraktisch groot, chaotisch en je moet eeuwig wachten tot de Ampelmann, de groene man in het stoplicht, je laat oversteken.

Met de fiets is het er levensgevaarlijk. Het is een plek in Berlijn waar iemand zonder planning, zonder design aan het werk is gegaan, maar waar altijd het oog waakt van Marx en Engels (`Wir haben es nicht gewollt') die naast elkaar in steen de vreedzame revolutie van 1989 hebben overleefd.

De Alexanderplatz is ook de televisietoren Guten Morgen, du bist in Berlin - met het draaiende restaurant, waarin de Oost-Berlijners vroeger hoog boven de muur naar het Westen konden turen.

Er is geen plein in Berlijn waarover de meningen tussen Oost-Duitsers en West-Duitsers zo uitgesproken zijn als de Alexanderplatz.

Het was de Russische tsaar Aleksander I die met zijn bezoek aan de stad, tweehonderd jaar geleden, de Berlijners op het idee bracht een plein naar hem te noemen. Maar de `Alex' zoals het plein in de volksmond heet is beroemd geworden door Alfred Döblins roman `Berlin Alexanderplatz'.

In die jaren twintig moet het een echt harmonisch plein zijn geweest met bomen, oude huizen, cafés, winkeltjes en luxe kooppaleizen zoals Tietz. Achter de negentiende-eeuwse façades speelde zich al de beginnende jungle van de grote stad af – in de Grand Hotels en de Hinterhöfe tussen de woningen, in de warenhuizen en de onderwereldcafés, viel de hardheid te bespeuren van een opkomende metropool.

Op die Alexanderplatz van Döblin ventte Franz Biberkopf met kranten. De vroegere transportarbeider was uit de gevangenis ontslagen en probeerde `das furchtbare Ding, das sein Leben war' weer op gang te krijgen. Maar het leven draaide hem een loer en na dwaalwegen bezaaid met bedrog en misdaad, belandde Franz uiteindelijk weer op de Alexanderplatz ,,die er gelukkig nog altijd is'' en ,,waar van alles gaat gebeuren''.

Dat liep anders dan Franz dacht. De bekoring van de Alexanderplatz eindigde in de Tweede Wereldoorlog. Het plein werd zwaar gebombardeerd. `Alles kapot en tegen de vlakte geslagen', schreef Döblin, `alles ineengezonken en ten prooi gevallen.' Pas in de jaren zestig stampten de communisten onder regie van de architect Walter Henselmann hun fantasieloze betonnen `hoofdstad van de DDR' uit de grond, die de strategen van de boeren- en arbeidersstaat beschouwden als tegenhanger van de vroegere `kapitalistische city'.

Tegenwoordig is het op de Alex altijd winderig. De hoge gebouwen staan onsamenhangend bij elkaar en het plein wordt vooral door eenvoudige en merkwaardige mensen bevolkt – daarover is iedereen het eens. De lotenverkoper voor het dierenpark; de Moldavische accordeonist; de Jezus-freak met zijn gele bord en roodharige punks uit Duisburg. Maar verder zaait het plein tweedracht. Wat de Ossies betoverend vinden – de socialistische architectuur (Weltklasse) en de anonieme uitgestrektheid van het plein – schrikt de Wessies af. De droefgeestige grauwe erfenis van de DDR kan wat hen betreft niet snel genoeg uit het `nieuwe' oude Berlijn verdwijnen.

Volgende week, op 3 oktober, is het tien jaar geleden dat Oost- en West-Duitsland tot één land werden herenigd. Wir sind das Volk, hadden de demonstranten in november 1989 op de Alexanderplatz geroepen, in navolging van de oppositie in Leipzig. Die zin is Peter Brasch, een Berlijnse schrijver die in zijn jeugd aan het plein heeft gewoond, het best bevallen. Zoveel burgers hadden de DDR verlaten dat niets meer liep. Tijdens het grote protest op 4 november op de Alex klommen tal van mensen op het podium die het land wilden redden.

Maar vorig jaar schrokken de Berlijners op toen aan het torenhoge Haus des Lehrers, midden op de Alexanderplatz, een immens groot wit laken verscheen met de verbitterde tekst: Wir waren das Volk.

Heimatlos

De troosteloze Alexanderplatz is niet alleen een stil bewijs van de woestenij die de socialistische bouwpolitiek heeft aangericht. De Alexanderplatz staat ook voor de mislukking van de DDR, voor het pijnlijke proces van de alledaagse hereniging, voor de `muur' die in de hoofden van de verliezers nog overeind staat. De Alex met zijn daklozen en zwervers als toevluchtsoord voor heimatlose Seelen, die in de verenigde Duitse republiek de weg zijn kwijtgeraakt.

,,Rondom het plein wonen nog tal van gedesillusioneerde Genossen'', zegt Freya Klier, voormalig dissident in de DDR. De luxe flats met centrale verwarming waren haast uitsluitend bestemd voor partijgangers. Aan de Alex mochten alleen mensen wonen bij wie tijdens grote parades en feesten de vlag uit het raam zou hangen. Normale burgers waren volgens Klier rondom de Alex nauwelijks te vinden.

Voor de oud-dissidente is de Alexanderplatz een metafoor voor de verliezers van de vreedzame herfst. Aan het plein kan Klier ,,niets positiefs'' ontdekken. ,,Voor ons was de Alex altijd reuzengroot, afstotend en doods. Het had niets levendigs, er was altijd veel politie. Het was het plein dat door de Stasi het best werd bewaakt. Had je een afspraak met iemand onder de Wereldklok, dan voelde je je altijd bespied door camera's.''

Klier associeert de Alexanderplatz vooral met betogingen van de communistische partij op 7 oktober, de verjaardag van de DDR, en op 1 mei, de Dag van de Arbeid. Freya Klier is geboren in Dresden, studeerde in Leipzig en woonde twintig jaar in Oost-Berlijn, totdat ze in 1988 werd uitgewezen. Sindsdien werkt ze als regisseuse en schrijfster in West-Berlijn. Nee, in Oost-Duitsland wil ze nooit meer wonen, iedereen die haar als dissidente destijds het leven zuur maakte, woont er nog.

,,Het oosten bevindt zich nog altijd in een uitzonderingstoestand'', meent ze. ,,De hereniging is beter gelukt dan menigeen wil doen geloven. De meesten zijn materieel beter af. Hun huizen zijn opgeknapt, ze kunnen reizen. Maar het is immens moeilijk gebleken om een volkomen failliet systeem door een markteconomie te vervangen.''

Velen hebben hun plek in de nieuwe maatschappij volgens haar nog niet gevonden. Dat merkt ze dagelijks. Klier heeft een neus voor de stemming in het oosten. Al sinds het begin van de hereniging doorkruist ze het hele land, bezoekt ze scholen, beroepsopleidingen, burgerverenigingen. Ze praat met jongeren en ouderen over democratie, tolerantie en het nationaal-socialisme.

Mensen kunnen niet uit de voeten met de enorme technologische en structurele veranderingen, merkt Klier. Ze zijn hun oriëntatie kwijt, er is hoge werkloosheid, er zijn vreemde spelregels en in de nieuwe republiek wordt een `andere taal' gesproken. ,,Van beide zijden is onderschat dat de scheiding van veertig jaar twee volkomen verschillende volken heeft opgeleverd.''

Al in 1989 wees Klier er in haar theaterstuk Deutsch-Deutsch op dat het heel moeilijk zou worden als de euforie voorbij was. ,,We moeten iets doen, was de boodschap. Maar dat is verzuimd.'' Hoe lastig de hereniging blijkt in het dagelijks leven heeft Klier in haar jongste boek beschreven Wir Brüder und Schwestern. Daarin trekt de jonge leraar Peter Bonnard uit de Rührpott naar het oosten, stuit hij op een muur van onwil en pesterijen en keert hij gedesillusioneerd terug.

Klier: ,,De mentaliteit van Oost- en West-Duitsers is heel verschillend gebleken. Er zijn te weinig bruggen geslagen.''

Lieux de mémoires

In haar drang het kwellende verleden van zich af te schudden, probeert de Berlijnse senaat een brug te slaan. Ze wil enkele lieux de mémoires vaarwel zeggen en een eigen teken des tijds neerzetten. `Vernieuwing' van de Alexanderplatz staat op het programma. Zodoende heeft de architect Hans Kollhoff op verzoek van het stadsbestuur een plan ontwikkeld waardoor zeven torens van 150 meter hoogte op het plein moeten verrijzen. Een tweede Potsdamer Platz moet het worden. Toen daarna bekend werd dat de Amerikaanse miljardair en onroerendgoed-tycoon Donald Trump zijn oog op Berlijn had laten vallen, sloeg de Berlijnse kunstenares Folke Köbberling de schrik om het hart. Een megatoren met een luxehotel, shops voor de rijken en top-appartementen wil Trump op de Alexanderplatz laten verrijzen. Wat New York twintig jaar geleden was, is Berlijn nu, orakelde Trump een experimenteertuin voor wolkenkrabbers.

Köbberling besloot deze zomer tot actie over te gaan. In het metrostation onder het plein richtte ze vier weken lang een verlaten kaartenloket in bij de lijn U 2 de oranjekleurige metrolijn van Ruhleben in het westen naar de Vinetastrasse in het oosten van de stad. De kunstenares bood passagiers aan op hun bagage te passen in ruil voor hun mening en gevoelens over de Alexanderplatz.

Common Place, noemde Köbberling het project. De reacties van voorbijgangers stelde ze dagelijks op een vel papier tentoon onder de titel `Verspreiding hedendaags verleden', zodat na een week al een expositie in de metrohal ontstond. Een mentaliteitsgeschiedenis van de laatste resten oostelijke flair in Berlijn Mitte.

Want wat direct opvalt in de documentatie die onlangs werd gepubliceerd, is de overweldigende hoeveelheid liefdesbetuigingen aan de Alexanderplatz. Natuurlijk – critici reageerden ook, uit West èn Oost. Zo vindt F. uit Mitte de Alex uitgegroeid tot een trefpunt voor ,,gokkers, chaoten en drop-outs''. En Rüdiger uit Aken, die ,,diep onder de indruk is van Potsdamer Platz, de Gendarmenmarkt en het Nikolai-Viertel'', vindt de Alexanderplatz daarentegen ,,uitgesproken lelijk, koud en onpersoonlijk''. Om er nog iets van te maken moet ,,heel veel tegen de grond''.

Maar verreweg de meeste passanten bezingen de Alex.

,,Deze socialistische architectuur heeft totaal veel charme'', vindt een zekere Schelli. ,,Wij mensen die hier opgegroeid zijn, willen de Alex houden zoals die is'', schrijft een ander (B.). Mark Schiffner uit Friedrichshain heeft 14 jaar doorgebracht met de Alex. ,,In Ostzeiten was het ons ontmoetingspunt voor trips naar het zuiden, naar festivals en party's met vreemde snuiters die ook onderweg waren. Eten en drinken op de Alextreff en slapen op het spaarzame groen onder de televisietoren. In zijn eenvoud is het plein uniek.''

Voor een ander is de Alex een dankbaar ,,toevluchtsoord voor daklozen'', zo mooi als een ,,ruwe diamant''. En de Jaguarrijdende architect Kollhoff wordt vergeleken met het ,,allerergste'': een mengeling van Albert Speer, Mussolini en Claudia Schiffer.

Waarom moet na de `goede' hereniging alles worden veranderd, vraagt Daniel zich af. Niet dat ,,àlles duurder, asocialer en grootheidswaanzinniger'' geworden is. Nee, nu worden de Ossies tien jaar na de hereniging ook nog beroofd van hun goede, oude Alexanderplatz. ,,Pure Westerse arrogantie. En dat alleen omdat sommigen denken dat het Oosten scheisse is.''

Zakenmannen, leraren, pendelaars, huisvrouwen, alcoholici, secretaressen, gepensioneerden, jongeren – iedereen heeft op haar project gereageerd, zegt Köbberling. ,,De meesten zijn geschokt over de saneringsplannen voor de Alex. Ze hebben het idee dat een laatste stuk Heimat wordt weggeslagen. En wat komt er voor in de plaats? Een Konsumwüste zoals de Potsdamer Platz, waar je nergens kunt zitten zonder iets te moeten nuttigen. De Alex dreigt een anonieme consumententempel te worden, waarvan er al zovele in het Oosten zijn ontstaan. Dat willen we niet. De Alexanderplatz is voor ons een stuk Oost-Duitse identiteit, die niet mag verdwijnen.''

Sodom en Gomorra

Niet ver van de Alex, in het Maxim Gorki-theater, speelt Berlin Alexanderplatz met de avontuurlijke Berlijnse acteur Ben Becker als Franz Biberkopf. In de archieven ligt de 13-delige televisieverfilming van Rainer Werner Fassbinder. Hem inspireerde de Alexanderplatz mateloos als de zelfkant van de opkomende metropool, een Sodom en Gomorra bezaaid met speculanten, criminelen, hoeren en de onderwereld. Schrijver Alexander Döblin, oorspronkelijk arts, hield er praktijk in de buurt. Gerhart Hauptmanns `Ratten' leefden er en de `Hauptmann von Köpenick' van Carl Zuckmayer kocht op de Alexanderplatz zijn uniform.

Tientallen jaren later verbond Fassbinder met de Alexanderplatz het ,,vuistrecht van de vrijheid''. Niet toevallig kwamen hier op 7 oktober 1989 de burgers van de DDR samen om ondanks de bedreiging door de gevreesde Staatsveiligheid (Stasi) te protesteren. ,,Wij blijven hier'', riepen de critici in koor voor het Oost-Berlijnse Palast der Republik en pleitten voor hervormingen. Op deze plek, waar de Alex op uitkijkt, stond eens het paleis van de Pruisische koningen, maar de eerste communistenleider Walter Ulbricht liet dit symbool van de verfoeide monarchie opblazen. Op 4 november, vlak voor de val van de Muur op 9 november, waren de demonstraties op de Alexanderplatz aangegroeid tot liefst een miljoen mensen, die een `betere politiek met een nieuwe regering' eisten.

Op de hoek van de Alexanderplatz en de Gontardstrasse, vlakbij het Rotes Rathaus, klinkt uit een krakende luidspreker de stem van Christa Wolf, nog steeds een gevierd schrijfster in het Oosten. ,,We willen democratie. Het is nu of nooit. We moeten de kans die in deze crisis schuilt niet weer laten schieten. Laten we dromen met open ogen. Stel je voor, er is socialisme en niemand gaat weg!''

Wolf was een van de vele prominente sprekers, die op die 4de november het podium beklommen zoals de toenmalige advocaat Gregor Gysi, nu scheidend PDS-fractieleider, de dissident Jens Reich van Neues Forum, toneelspeelster Steffi Spira, maar ook Markus Wolf, de plaatsvervangende Stasi-minister en beduchte spion.

Het waren bemoedigende woorden voor de burgers van de DDR, waarvan een deel toen nog geloofde dat socialisme en democratie samengingen. Het Duitse Techniekmuseum heeft op zes plekken in de stad dergelijke luidsprekers opgehangen die historische gebeurtenissen laten horen. En wie wil weten hoe de stemming in de DDR zich ontwikkelde ten aanzien van buitenlanders krijgt via de luidspreker een voorproefje met flarden uit het radioprogramma `Impressies' van 1 oktober 1990.

Vuil werk

,,Ziet u de zigeuners? Ziet u hoe ze jatten'', schalt een mannenstem door de luidspreker. ,,Vorige week werd hier een portemonnee gestolen met 560 mark'', roept een vrouw. Niemand hoefde te vragen wie dat op z'n geweten had. Een ander komt met een recept voor de jonge Duitse republiek die twee dagen later zal worden gevormd. ,,99,9 procent van alle buitenlanders moet eruit!''. Arm Duitsland, nog voordat het land formeel is herenigd, willen degenen die zo luid hebben geschreeuwd dat de grenzen moesten worden geopend, de Muur weer terughebben, commentarieert de radioreporter. ,,In de laatste dagen van de DDRlijkt het op de Alexanderplatz wel het Wilde Westen.''

,,Er is onderschat dat een scheiding van veertig jaar twee volkomen verschillende volkeren heeft opgeleverd'', zegt Klier. Wat in het Oosten ontbreekt is een kritische intelligentsia. ,,Er is geen generatie zoals die van Vaclav Havel. Veel Oost-Duitsers zijn gebleven, ook alle oud-communisten. Zij bepalen nog altijd het bewustzijn van velen.

Op scholen is vrijwel geen leraar vervangen. PDS'ers (partij van vroegere communisten, red.) doen hun uiterste best nieuwkomers buiten de deur te houden. Vrijwel alle leraren uit Noordrijn-Westfalen die de laatste jaren naar scholen in Oost-Duitsland trokken, zijn bijna allemaal teleurgesteld teruggekeerd.''

Neem het racisme, zegt ze. Dat is er in de DDR steeds geweest, al ver voor de Wende. ,,Vietnamezen en Mozambikanen werden alleen voor het vuile werk in het land gehaald. Ze werden in woonkazernes gestopt, mochten geen restaurants bezoeken en moesten thuis al een papier ondertekenen dat ze in de DDR geen kinderen zouden baren. Ging het mis dan werden ze gedwongen abortus te plegen. De heimelijke droom van rechtsradicalen die een Duitse Völkergemeinschaft willen vormen was in de DDR werkelijkheid geworden'', zegt Klier smalend.

Politici hebben de vijandigheid tegen buitenlanders volgens haar niet willen zien. Na jaren van laissez faire is sinds kort eindelijk een taboe doorbroken. Voor het eerst wordt openlijk gezegd dat de helft van de aanvallen op buitenlanders in Oost-Duitsland wordt uitgeoefend waar slechts een vijfde van de Duitsers woont. Of ze nu in klassen komt in voormalig Oost-Duitsland, bij burgerverenigingen of bij een LPG-feest op het platteland overal hoort Klier hetzelfde gelamenteer: Wir sind überfremdet, terwijl er nauwelijks buitenlanders wonen.

Geïndoctrineerd

Tegenwicht is noodzakelijk, vindt Klier. ,,Het Oosten heeft een grootscheeps initiatief nodig van geloofwaardige mensen die basiswerk verrichten, op scholen en in jeugdcentra. De leraren in het Oosten redden het niet alleen. Twee verledens moeten verwerkt worden, het nationaal-socialisme en de DDR. Dat is moeilijk voor mensen die zelf jarenlang in de DDR zijn geïndoctrineerd.''

Goed dat de kanselier onlangs door het Oosten reisde, vindt ze, maar hij schudt handen en vertrekt weer. Hulp is geboden. Bij jongeren bespeurt Klier verbetering. Ze worden kritischer tegen hun ouders. Dat is nieuw. ,,Maar er is een lange adem nodig. Scholen in het Oosten moeten dringend geëuropeaniseerd worden. Voor voormalig West-Duitsers is het moeilijk gebleken. Zij worden meteen als nieuwe kolonisators gezien.'' Waar zijn de critici gebleven die op 4 november op de Alexanderplatz demonstreerden, vraagt ze zich af.

,,Alles draait om geld en overleven. Niemand heeft meer tijd om te praten, laat staan om iets samen te doen'', zegt Peter Brasch. De Berlijnse schrijver was zo'n criticus. Vele jaren heeft hij doorgebracht bij de Alex. Als zoon van een partijman (vader was staatssecretaris van Cultuur), en partijvrouw (zijn moeder werkte bij een vrouwenprogramma op tv) woonde Brasch vanaf zijn zevende jaar in een van de vier flats aan de Alexanderstrasse – inmiddels opgeknapt in fris blauw en wit. Hij zat er op school, was lid van de `pioniers', at ijs bij de Imbisseck en keek voor 10 pfennig in de `Münzkino' naar `Fräulein Schmetterling'. Op de rails van de tram, die toen nog dwars over het plein reed, kon je een `Groschen' laten platrijden.

Met de Alexanderplatz heeft Brasch altijd moeite gehad. ,,Het was nooit een vrolijk plein. Het heeft geen hart, geen rustpunt'', zegt hij en steekt middenop het plein een sigaret op een Karo, de gauloise van DDR-fabrikaat. Ook met de DDR had Brasch moeite. ,,Ik heb me er destijds heimatlos gevoeld.'' In café Mozaiek, een van de weinige overblijfselen uit de oude tijd, dronk hij met zijn kunstenaarsvrienden en voerde verhitte debatten over een betere DDR. Ook het verenigde Duitsland is zijn Heimat niet. Brasch voelt zich Europeaan. Als hij de kaart van Europa opnieuw mocht tekenen wordt Duitsland opgeheven en wordt het continent verdeeld onder Portugal, Polen en Italië. De kleintjes mogen blijven. Zelfs de Alexanderplatz hoeft niet tegen de grond. Maar opgeknapt mag het plein best worden. ,,Zoals het Piazza del Populo in Rome.'' Dat was ooit een lelijke parkeerplaats.