De Olympische Spelen van de Dames

Honderd jaar geleden mochten er voor het eerst vrouwen aan de Olympische Spelen meedoen. Van de 199 landen, die in Sydney deelnemen, zijn er nog acht zonder vrouwelijke sporter.

De Olympische Spelen van Sydney kunnen gerust de Spelen van de Vrouwen worden genoemd. Of nog mooier: de Spelen van de Dames. Het zijn de vrouwen die op het olympische toneel het meeste opvallen. De enorme populariteit van Cathy Freeman, de (mislukte) goudjacht van Marion Jones en de schoonheid van polsstokhoogspringster Tatiana Grigorieva. Daar kan in Sydney geen man tegenop.

En de vrouwen hebben ook nog eens niet alleen vertegenwoordigers van koninklijk bloed achter de bestuurstafel, maar ook onder de deelnemers: prinses Haya van Jordanië. Ze deed met haar paard Lucilla mee aan de individuele wedstrijd springen.

Maar wat voor de olympische vrouwenbeweging nog veel meer telt dan genoemde bekende namen, is het sterk afgenomen aantal landen dat geen vrouwelijke sporter naar de Olympische Spelen heeft afgevaardigd. Nog maar acht delegaties zijn vrouwloos. In Atlanta waren dat er vier jaar geleden zeventien. ,,Ik hoop van harte we op een dag niet meer over dergelijke getallen hoeven te spreken, omdat elk land dan vrouwen in zijn olympische ploeg opneemt'', zegt Anita DeFrantz. De Amerikaanse ex-roeister werd in 1997 de eerste vrouwelijke vice-voorzitter van het IOC en ze is voorzitter van de werkgroep `Women and Sport' van het IOC.

Het is alweer honderd jaar geleden dat er voor het eerst vrouwen aan de Olympische Spelen mochten meedoen. Dat was vier jaar na de eerste Spelen in de moderne tijd, in 1896. In Parijs 1900 deden de vrouwen mee aan twee onderdelen: golf en tennis. Er waren in totaal negentien inschrijvingen. Daarna kwamen er steeds meer sporten voor vrouwen bij. De atletes moesten tot 1928 wachten, maar toen mochten ze nog geen afstanden van boven de 200 meter lopen, omdat het anders te vermoeiend voor de vrouwen zou zijn.

In Sydney zijn nog maar drie van de 28 takken van sport alleen toegankelijk voor mannen: boksen, honkbal en worstelen. Honkbal kan worden weggestreept tegen softbal, waaraan weer alleen vrouwen mogen meedoen. En IOC's vice-voorzitter DeFrantz zou er geen moeite mee hebben als ook boksen en worstelen voor vrouwen toegankelijk zouden worden op de Olympische Spelen. Inmiddels bestaat er een regel dat nieuwe sporten alleen een kans maken om olympische status te krijgen als ze ook door vrouwen worden beoefend.

Voor deze Spelen werden 23 nieuwe disciplines voor vrouwelijke sporters aan het olympische programma toegevoegd. Aan moderne vijfkamp, gewichtheffen, polsstokhoogspringen en kogelslingeren mochten in Sydney voor het eerst in de geschiedenis vrouwen meedoen. Van de 11.084 deelnemers, die zijn ingeschreven, is 38,3 procent vrouw.

In Atlanta was dat nog maar 34 procent. Toch is er nog veel werk te doen voor de werkgroep `Women and Sport'. Dat sommige landen weinig of geen sportvrouwen naar de Olympische Spelen sturen, heeft er vaak mee te maken dat ze de kwaliteit niet hebben om op topniveau mee te doen. Het IOC biedt in die gebieden financiële hulp aan sporters en hun coaches, maar dat geeft geen garantie voor succes. Het is altijd weer afwachten of betreffende vrouwen inderdaad talent bezitten en of ze het vervolgens volhouden om hard te trainen.

Nog moeilijker ligt het met landen, waar om culturele en religieuze redenen vrouwen niet mogen sporten of dat alleen in besloten, vrouwelijke kring mogen doen. Maar ook daar probeert het IOC te helpen. Het fundamentalistische Iran zond één vrouw naar Sydney. Manijeh Kazemi deed mee aan het schieten en kon zodoende gesluierd haar sport bedrijven. Haar verrichtingen konden thuis in Iran niet worden gevolgd. Want de staatstelevisie zendt geen beelden van vrouwenwedstrijden uit, omdat daarbij te veel blote lichaamsdelen te zien kunnen zijn. Toen tijdens de opening van de Spelen Cathy Freeman in haar glimmende tenue op punt stond de fakkel over te nemen, ging in Iran het beeld op zwart. Ze zag er volgens de keurmeesters te gewaagd uit en zo konden de kijkers pas weer iets zien op het moment dat het olympisch vuur was aangestoken.

Een ander moslimland, Bahrein, schreef voor de eerste keer heel gewaagd meteen zelfs twee vrouwen, of beter gezegd meisjes, in. Atlete Mariam Al Hilli liep 13,98 seconden over de 100 meter en Fatema Gerashi zwom 51,15 seconden over 50 meter vrije slag. De twee kregen een vrouwelijke chaperone mee naar Sydney, die ze geen moment uit het oog verliest. Om mee te mogen doen, hadden de twee toestemming van hun familie, zeg maar vader, nodig. Eén sportster werd teruggetrokken, omdat haar vader het niet zag zitten zijn dochter voor het oog van de wereld te laten optreden.

Gerashi, die wel mocht meedoen, is van 26 maart 1988 en daarmee de jongste deelnemer in Sydney. Ze laat in het olympisch dorp weten zwemmen leuk te vinden, maar eigenlijk is voetbal haar favoriete sport. Alleen lukt het in Bahrein niet om een elftal, en het liefst nog twee elftallen, met voetballende vrouwen bij elkaar te krijgen. Maar desondanks zijn ze in Bahrein al verder in het accepteren van vrouwensport dan in andere golfstaten. Koeweit, Oman, Qatar, Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten behoren tot de landen, die geen vrouwelijke sporters naar Sydney hebben meegenomen. Gelukkig zijn dat gezien de cijfers steeds meer uitzonderingen.

Het is niet vreemd dat uitgerekend in Australië sprake is van de `Spelen van de Dames'. De vrouwensport in dat land staat op een hoog niveau. De grootste sportsterren zijn vrouw, zoals zwemster Dawn Fraser. Van de Australische deelnemers aan de Olympische Spelen tot aan Sydney was twintig procent vrouw, maar behaalden ze wel veertig procent van de behaalde medailles. Dus is het niet zo gek dat de sportvrouwen uit de hele wereld zich in Australië thuisvoelen.