COMPUTER SIMULEERT PANIEK MENSENMASSA MET INDIVIDUEN

Het is de nachtmerrie van organisatoren van popfestivals en eigenaren van discotheken: paniek in de tent, een op hol slaande mensenmassa, versperde doorgangen en een fatale afloop. Soms is er een directe aanleiding om het op een lopen te zetten, zoals brand of een schietpartij, maar het komt ook voor dat menigtes op drift raken zonder aanwijsbare oorzaak. In het gedrang groeien krachten die zo groot kunnen worden dat muren en hekken het begeven en wie de pech heeft te struikelen of klem komt te zitten moet maar afwachten of hij het er levend van afbrengt.

Onderzoek naar paniek als vorm van collectief gedrag is altijd voorbehouden geweest aan sociaal-psychologen, met als conclusie dat paniekerende individuen kuddegedrag vertonen dat voortvloeit uit razendsnelle sociale `besmetting'. Kwantitatieve theorieën van paniekgedrag in mensenmassa's zijn echter zeldzaam en dat komt omdat gegevens schaars zijn en gecontroleerde experimenten aan beperkingen gebonden zijn. In modellen van ingenieurs is een mensenmassa niet zelden een homogene vloeistof die door buizen stroomt. Computersimulaties van het gedrag van individuen in een massa komen dichter bij de werkelijkheid. Deze `dynamische' aanpak laat zien onder welke condities er een opstopping van duwende mensen ontstaat en ook biedt ze mogelijke strategieën om rampspoed te voorkomen.

Deze week publiceren Duitse en Hongaarse onderzoekers in Nature de resultaten van simulaties waarbij een combinatie van fysische en psychologische aspecten in acht is genomen. In hun model loopt ieder individu in een menigte als het even kan met een zekere snelheid in een zekere richting, en als dat niet gaat past hij die snelheid in een zekere tijd aan. Tegelijk houdt hij bij voorkeur afstand tot andere voetgangers en muren, hoe harder hij loopt hoe meer. Deze uitgangspunten resulteren in een serie bewegingsvergelijkingen die dankzij de rekenkracht van de huidige computers zijn aan te pakken.

Uitkomst van de berekeningen is dat bij normale wandelsnelheden de passage van een menigte door een deur ordelijk verloopt. Maar zodra iedereen haast krijgt, bijvoorbeeld na een brandmelding, ontstaan pal voor de deur blokkades in de vorm van bogen van individuen. Iedere keer wanneer zo'n boog knapt, gulpt een stel individuen door de deur. Het resultaat is dat zo per tijdseenheid minder mensen weten weg te komen dan in de situatie zonder paniek, wat aansluit bij praktijkwaarnemingen.

De onderzoekers lieten hun model ook los op de situatie waarbij mensen in een kamer vol rook in paniek een uitweg zoeken. Zowel blind achter elkaar aanlopen als zelf op zoek gaan naar een van de uitgangen is dit geval niet de optimale aanpak. In het eerste geval ontstaat opeenhoping voor één uitgang terwijl de andere vrij zijn, en in het tweede geval moet iedereen het wiel uitvinden wat onnodig veel tijd kost. Een mengvorm van beide strategieën is hier het beste. De onderzoekers hopen hun model te verfijnen aan de hand van videobeelden van echte panieksituaties, uitmondend in instructies in geval van nood die beter effect sorteren. (Dirk van Delft)