BIJ DRAMA MOETEN DE BANKEN OPZIJ

`Ik ben gepromoveerd om de status van het vak drama te verhogen,' vertelt dr. Henriette Coppens. Met haar onderzoek Drama op school, de invoering van een nieuw vak in het Nederlandse voortgezet onderwijs, slaat Coppens een brug tussen theaterwetenschap en het onderwijs. ``Een schoolvak overleeft slechts als het banden heeft met de wetenschap. Kijk naar het vak maatschappijleer. Dat vak had geen echte banden met sociologie en is opgevreten door geschiedenis.' Ze lacht, met haar gebalde vuist in de lucht: ``Ik wilde laten weten dat wij niet van de straat zijn.'

Henriette Coppens spreekt met een dictie die haar theaterachtergrond verraadt en zet haar woorden kracht bij met grootse gebaren. Ze woont midden in Leiden, om ook als ze ``oud en krakkemikkig' is nog te voet naar het theater te kunnen gaan. Het vak drama gaat Coppens aan het hart. Na twintig jaar lang dramalessen op diverse middelbare scholen te hebben gegeven, verzorgt zij nu op de Universiteit Leiden onder meer bijscholingen voor docenten in het voortgezet onderwijs.

``Overheden en schoolleiders hebben de neiging om dramadocenten op te trommelen als de situatie uit de hand loopt,' weet Coppens. ``In Noord-Ierland bijvoorbeeld is drama een verplicht vak om protestante en katholieke kinderen met elkaar te leren omgaan.' Coppens' woorden zijn doorspekt met bitterheid als zij praat over gedoe rondom de kunstvakken in het algemeen en drama in het bijzonder. Een voorbeeld: het vak, CKV 2,3 (culturele en kunstzinnige vorming) is wettelijk opgenomen in het havo/vwo profiel cultuur & maatschappij, maar heeft een vreemde status. Scholen zijn nog niet verplicht het vak aan te bieden en kunnen in plaats daarvan onder meer muziek, tekenen, filosofie of zelfs aardrijkskunde geven. Het Samenwerkingsberaad Kunstvakken maakt zich er hard voor het vak verplicht te stellen per augustus 2001, zodat het schooljaar 2000-2001 besteed zou kunnen worden aan bijscholing van docenten, maar inmiddels ligt er van Staatssecretaris Adelmund het plan om aan CKV 2,3 geen centraal schriftelijk eindexamen te verbinden, maar slechts een – door de scholen zelf opgezet – schoolexamen. ``Dan kun je het hele vak wel meteen in de prullenbak gooien,' meent Coppens, ``want dan ontbreekt een landelijk toetsingsniveau.'

Drama is gebouwd is op twee fundamenten: tekst en spel. Die combinatie nekt het vak in het onderwijs. De teksten zijn onder te brengen in de literatuurles bij de talen en spel is een leuke werkvorm die je voor veel vakken kunt inzetten. Toch verdient drama een eigen plek als schoolvak, luidt Coppens' conclusie op basis van haar onderzoek. ``Drama heeft een kennisgebied dat niet bij andere schoolvakken voorkomt, namelijk de theaterkunst. Theater vormt een belangrijk onderdeel van de Westerse cultuur, en in die zin is er sprake van cultuuroverdracht. Ons doel is de kinderen naar het theater te krijgen. Dat bereik je niet door toneelstukken in de klas te lezen, want daar is werkelijk geen drol aan. Drama moet worden gegeven door geschoolde, bevoegde docenten. Veel talendocenten – de goeden niet te na gesproken – hebben geen idee van de theatertechnische vaardigheden die een leerling kan loslaten op theaterstukken. En dan wordt het verschrikkelijk saai. Die leerlingen vervelen zich te pletter! Ik geef veel nascholingen en het is om te huilen wat er op scholen gebeurt. Docenten zijn als de dood om die tafels en stoelen aan de kant te schuiven en met die tekst aan de gang te gaan zoals het eigenlijk bedoeld is: niet om te lezen maar om ernaar te kijken. Om de leerlingen toch te kunnen voorbereiden op een voorstelling leer ik ze in de huid van de regisseur te kruipen zonder van hun stoel op te staan.'

Dat het vak drama belangrijk is voor de ontwikkeling van kinderen staat volgens Coppens buiten kijf: ``Met theatrale kennis begrijp je het optreden in het leven van alledag beter. Het theater ordent wat er gebeurt in onze maatschappij. Zoals je moet leren lezen om een boek te kunnen begrijpen, zo moet je de vaardigheden en de vaktaal van het theater leren om toneel te kunnen begrijpen. Een voorbeeld is het gebruik van enscenering. In onze cultuur is dat wat in het midden staat op het toneel het belangrijkste, gevolgd door wat vooraan staat. Wat links staat is dan weer belangrijker dan wat rechts staat. Als je dat doorhebt kun je op de staatsiefoto van de ministersploeg en de koningin zo zien wie er belangrijk is. Met die kennis kun je ook inschatten hoe je gemanipuleerd wordt, bijvoorbeeld bij het neerzetten van gasten in een actualiteitenprogramma. Dat is het maatschappelijk nut. Daarnaast vergroot kennis van het theater je mogelijkheden om gebruik te maken van het kunstaanbod. Als je niet geschoold bent in het kijken naar drama kun je alleen genieten van traditionele voorstellingen, die teruggrijpen op theatergenres die zijn opgezet volgens een eeuwenoud stramien van eenvoud en herhaling. Soaps zijn daar een voorbeeld van. Daarin is geen gelaagdheid aangebracht.' Coppens trekt een dreigend gezicht: ``Ik ben boos en dat laat ik zien ook. Dát is soap.'

In het voor alle havo- en vwo-leerlingen verplichte vak CKV 1 krijgen scholieren een algemene oriëntatie op het beschouwen van diverse kunstuitingen. CKV 2 borduurt hierop voort en pas bij CKV 3 kiezen leerlingen voor een richting. Als ze voor drama kiezen krijgen ze vaktheorie, leren ze speltechnieken en speelstijlen. Ze leren improviseren, hun stem gebruiken, een personage neerzetten en uitspelen en eenvoudige decors bouwen. Ook moeten zij voor publiek een optreden verzorgen. Dat veel leerlingen CKV 1 over het algemeen niet leuk vinden verrast Coppens geenszins. ``CKV 1 wordt vaak louter als een ervaringsvak gegeven, maar ga jij een beetje zitten ervaren als je vijftien jaar bent? In alle jaren waarin ik heb lesgegeven heb ik geleerd dat leerlingen een vak `leuk' vinden als ze bedoelen: daar steken we iets van op. Het is voor veel leerlingen onduidelijk wat ze bij CKV moeten leren. Alleen een toneelstuk zien en er een stukje over schrijven is onvoldoende. Het moet wortels krijgen.'

Wil drama een schoolvak kunnen zijn dan moet het getoetst kunnen worden. De discussie over subjectiviteit van kunstbeleving uit de weg gaande heeft Coppens het CITO geassisteerd bij het ontwikkelen van vaardigheidstoetsen voor drama in de basisvorming. Voor het centraal schriftlijk examen van CKV 2 is een vooruitstrevend examen ontwikkeld waarbij gebruikt gemaakt wordt van een cd-rom om zo recht te doen aan de specifieke kenmerken van de kunstvakken, zoals beweging en geluid bij het vak drama. Er kan bijvoorbeeld een stukje film afgespeeld worden waarover leerlingen vragen moeten beantwoorden. ``Daartegen kwam verzet van het Ministerie,' vertelt Coppens. ``Want om zo'n cd-rom te kunnen afspelen moeten scholen over adequate apparatuur beschikken. In plaats van te zorgen dat die apparatuur er komt draait het ministerie het om: het cd-rom examen is niet verplicht. Waar bij andere vakken altijd alles kan wordt bij de kunstvakken geroepen `ho, eens even, dat gaat te ver.' Waarom? Omdat kunstvakken in de ogen van de beleidsmakers niet belangrijk zijn.'

Henriette Coppens, Drama op school.

Uitgeverij Acco, Leuven - Leusden

ISBN 90334-4518-2. ƒ 79,50.