`Bevrijders' worden gehaat in Congo

Kabila's Democratische Republiek Congo is de facto opgesplitst, en alle buitenlandse partijen lijken daarmee tevreden te zijn. De Congolezen wordt niets gevraagd.

De Oegandese officier verliest zijn geduld. Hij wil mee met het vliegtuig van de Congolese Bevrijdingsbeweging (MLC) maar een hoge MLC-commandant houdt hem tegen. ,,Ik ben de baas van dit vliegtuig', roept de MLC-commandant tegen de officier op het vliegveld van de rebellenstad Gbadolite.

Wilde handgebaren, hard geschreeuw. ,,Wij Oegandezen wagen ons leven hier niet in Congo om ons door jullie MLC-rebellen te laten vertellen wat we moeten doen', blaft de officier tegen de Congolese commandant. Hij wint en mag mee in het toestel, dat wordt gevlogen door huurlingen uit de Oekraïne en zit volgepakt met MLC-rebellen en Oegandees wapentuig.

De Oegandees knoopt een gesprek aan met een Congolees. ,,Ik begrijp niet waarom jullie niet werken, waarom verbouwen jullie nooit iets op jullie akkers? Ik krijg tranen in mijn ogen als ik zie hoe arm jullie zijn temidden van al die rijkdommen.' Er verschijnt een timide glimlach op het gezicht van de Congolees. Met soortgelijke paternalistische opmerkingen rechtvaardigden de Belgische kolonisten meer dan honderd jaar geleden hún inname van Congo. In de Rwandese hoofdstad Kigali rollen uit de monden van politici dezelfde woorden: ,,Congolezen kunnen alleen maar dansen en bier drinken, wij moeten ze bevrijden.'

Onder het mom van die bevrijding hebben de Rwandezen en de Oegandezen de helft van Congo bezet waarvan ze economisch en militair profiteren. Zonder hun militaire inspanningen allebei hebben ze tussen de 10.000 en 20.000 soldaten in Congo – zijn de verschillende Congolese rebellengroepen even machteloos als de Congolese regeringstroepen van Kabila zonder de hulp van Zimbabwe en Angola. De Rwandezen worden alom gehaat in Congo, en hetzelfde geldt voor de rebellen van de Congolese Democratische Beweging (RCD) die door Rwanda wordt gesteund.

,,We koesteren geen enkele illusie over onze populariteit in Congo.' De Rwandese minister belast met het Grote Merengebied, Patrick Mazimhaka, windt er geen doekjes om. De Rwandezen hebben het sterkste leger van de regio en zetten die vuurkracht drie jaar geleden eerst in om Kabila in de hoofdstad Kinshasa aan de macht te brengen. Toen Kabila hen een jaar later de deur wees, probeerden ze tevergeefs de president te wippen. Wat is nu hun strategie?

De huidige oorlog is een voortzetting van de strijd die in 1994 begon met de genocide in Rwanda, met dat verschil dat de strijd zich naar Congo heeft verplaatst', zegt Mazimhaka. ,,We hebben een vriendschappelijke regering in Kinshasa nodig maar we zijn nu niet van plan Kabila's regime omver te werpen.'

Congo is de facto sinds twee jaar opgesplitst. De Rwandezen en Oegandezen waren eens trouwe bondgenoten maar raakten het afgelopen jaar drie keer onderling slaags in de Oost-Congolese stad Kisangani. Oegandese soldaten opereren nu in het noordwesten en noordoosten, Rwanda in het oosten en in een deel van het zuidoosten. Een diplomaat in de Oegandese hoofdstad Kampala zegt dat ,,alle buitenlandse partijen in Congo met de huidige verdeling tevreden lijken te zijn'.

Het Rwandese leger heeft al een jaar nauwelijks meer gevochten. Oeganda daarentegen ging met het MLC onlangs in de aanval. Dit offensief heeft bovenal politieke motieven: de Oegandezen verloren in Kisangani drie keer van de Rwandezen. Ze willen nu op krachtige wijze tonen dat ze nog wel degelijk een factor van betekenis zijn.

De meest intrigerende vraag is wie er betaalt voor de Rwandese en Oegandese oorlogsinspanningen. Beide landen zijn straatarm en hun begrotingen worden voor meer dan de helft bekostigd door buitenlandse donoren. Oeganda spendeert officieel slechts twee procent van zijn begroting aan defensie, Rwanda dertig procent. Deze cijfers vertellen maar een deel van het verhaal. Een militaire bron in Kampala zegt dat de Verenigde Staten op grote schaal wapens in Oeganda hebben afgezet, volgens de officiële lezing om het islamitisch fundamentalisme in Zuid-Soedan te stoppen; in werkelijkheid voor gebruik in Oost-Congo. Maar de VS ontkennen iedere militaire betrokkenheid. De Franse ambassadeur in Kampala heeft een verklaring: ,,De Amerikanen hebben Oeganda en Rwanda altijd beschermd. Ze zijn officieel tegen de opdeling van Congo, maar spelen wel degelijk met die gedachte.'

Dat de oorlogsinspanningen van Rwanda en Oeganda worden gefinancierd uit de exploitatie van Congo's rijke schat aan grondstoffen lijkt onwaarschijnlijk. ,,De Oegandese president Museveni weet hoe zijn officieren zich verrijken door handel in diamanten, goud, tantalium, niobium, koffie en hout maar hij doet er niets tegen', vertelt een hoge diplomaat in Kampala. In het door Rwanda gecontroleerd deel van Oost-Congo vindt een gelijksoortige plundering van grondstoffen plaats. Maar volgens Congolese rebellenleiders en Rwandese en Oegandese politici gaat het daarbij om activiteiten van individuele officieren en belanden de opbrengsten niet in de staatskassen. Het zou om kleinschalige ontginning van grondstoffen gaan zonder bemoeienis van grote Westerse bedrijven. Sinds Kabila tijdens zijn mars naar Kinshasa in 1996 overeenkomsten met grote Amerikaanse mijnbouwondernemingen sloot, om deze vervolgens weer in de prullenbak te gooien toen hij eenmaal aan de macht was, wil geen buitenlands bedrijf zijn vingers meer branden aan Congo.