Besluit over vredesmissie is `legpuzzel'

Voor een definitief besluit over een vredesmissie in Eritrea moet het kabinet de komende week veel vragen beantwoorden.

,,Het is een puzzel, waarvan de stukjes geleidelijk bijeenkomen''. Zo beschreef premier Kok gisteren op zijn wekelijkse persconferentie de besluitvorming van het kabinet over de mogelijke inzet van 700 Nederlandse mariniers bij de vredesmissie van de Verenigde Naties in Eritrea. Naar verwachting, aldus de premier, passen volgende week alle stukjes bijeen tot een brief aan de Tweede Kamer. Daarin zal op vele vragen over de mogelijke uitzending antwoord worden gegeven – zelfs over militair en politiek gevoelige onderwerpen als de beoordeling van risico's voor Nederlandse militairen.

Zowel de premier zelf als minister De Grave (Defensie) waren de afgelopen dagen uitgezwermd over de wereld (Washington, New York, Ottawa) om meer informatie over de modaliteiten van een eventuele Nederlandse deelname te verkrijgen. In samenwerking met minister Van Aartsen (Buitenlandse Zaken) hebben zij nu een week om systematisch antwoorden te formuleren op de talrijke voorwaarden die het Nederlandse parlementair proces stelt aan deelname van Nederlandse troepen aan een VN-vredesmissie.

Van die voorwaarden komen er veertien uit het Toetsingskader, dat de Kamer sinds 1994 hanteert bij de uitzending van troepen. Maar Kok liet gisteren blijken dat het kabinet in zijn brief aan de Tweede Kamer ook al wil voldoen aan de aanbevelingen van de commissie-Bakker, die begin deze maand een kritisch oordeel velde over hoe in het verleden over uitzending is beslist.

De belangrijkste stukjes van de puzzel zijn:

Uitzending is een Nederlands belang (Kok: Nederland moet zijn verantwoordelijkheid nemen en bijdragen aan beëindiging zeer bloedige Afrikaanse oorlog);

Uitzending is in overeenstemming met Volkenrecht (Er is een geldig mandaat Veiligheidsraad, dat Kok `heel duidelijk' noemt);

Duidelijke militaire opdrachten (Antwoord nog onbekend);

Doelstellingen haalbaar (Antwoord nog onbekend);

Afspraken over aflossing van de Nederlandse troepen na begrensde periode (Kok: er zijn bevredigende verzekeringen ontvangen van de VN dat na zes maanden voor aflossing zal worden gezorgd);

Duidelijke commandostructuur (Antwoord nog onbekend);

Heldere inschatting risico's (Antwoord nog onbekend);

Heldere formulering `rules of engagement', oftewel situaties waarin troepen geweld mogen gebruiken (Antwoord nog onbekend);

Strategie voor evacuatie NL-troepen bij calamiteiten (De Grave heeft toespelingen gemaakt op Amerikaanse toezeggingen daaromtrent).

De meeste aanbevelingen van de commissie-Bakker hebben betrekking op de procedure van de besluitvorming, en het kabinet lijkt ook daaraan nu reeds te willen voldoen. Informeel overleg tussen Kamer en regering over uitzending, die in het verleden Kamerbreed enthousiasme voor vredesmissies als die naar Srebrenica mogelijk maakte, is voortaan uit den boze. Het parlement moet wachten op de brief van het kabinet, en mag daarna pas oordelen. Tot die tijd zal het kabinet hoogstens `sonderen' hoe het staat met de parlementaire steun.

De premier wenste zich gisteren dan ook verre te houden van speculaties over mogelijke aarzelingen van de zijde van de regeringspartijen (PvdA, VVD en D66). Dat de oppositiepartij CDA, in het verleden warm voorstander van vredesmissies, zich nu op voorhand lijkt te verzetten tegen uitzending naar Eritrea noemde Kok `jammer', maar hij vond het niet onoverkomelijk. Weliswaar is het geen beslissing die in de Kamer met 76 tegen 74 stemmen genomen kan worden, aldus de premier. ,,Maar het CDA heeft geen vetorecht.''

Met de strengere procedure en strikte scheiding van regeringsbeslissing en parlementaire goedkeuring van uitzending, sneuvelt dus kennelijk een jarenlang gehanteerde, informele voorwaarde voor uitzending van Nederlandse troepen: Kamerbrede instemming, als uiting van door de ganse natie gedeeld enthousiasme voor de strijd voor de vrede.

Kok lijkt overtuigd van de goede afloop. Natuurlijk, zo zei hij, is het ,,een lastige afweging'' en moet er ook de komende week in het kabinet ,,nog veel gepraat'' worden. Het wachten is op ,,een finaal ja of nee''. Wat het kabinet betreft lijkt een `ja' het meest waarschijnlijk. Als de diverse betrokken ministers bij hun voorbereiding iets waren tegengekomen dat een onoverkomelijk bezwaar tegen uitzending naar Eritrea had opgeleverd, aldus de premier, ,,dan hadden we immers wel de knoop doorgehakt''.