Zoveel mogelijk lucht in niets

`Smaak is een product geworden.' H.J.A. Hofland ver- volgt zijn zoektocht naar engagement in de cultuur.

Deel 2 van een serie.

Begin van dit jaar werd Time Warner, de grootste fabrikant van content, maker van films, eigenaar van televisiestations (waaronder CNN) en pretparken en alles wat de mondige burger van de straat houdt, overgenomen door America on Line, de grootste bezorger via de nieuwe media. Niet lang daarna circuleerde een anonieme e-mail over de wereld, las ik in de International Herald Tribune van 19 september. `Zonder nadere toelichting heeft AOL-Time Warner bekendgemaakt dat het Frankrijk heeft overgenomen. Dit is de eerste keer dat een multimedia onderneming een hele natie heeft gekocht.' Het doet denken aan een tekening van Peter van Straaten. Twee heren die duidelijk lijken op de toenmalig president-directeur van uitgeverij Elservier, Pierre Vinken en zijn adjunct Loek van Vollenhoven, die net uitgever Reed hadden overgenomen, staan hoog boven de stad voor het raam van hun kantoor. Pierre zegt: `Loek, het is zo ver. Doe een bod op de rest van de wereld.'

Intussen vecht de Europese Commissie op grond van ongeoorloofde kartelvorming de overname aan, en hetzelfde doen in Amerika de federale commissies voor handel en communicatie. Dit verhindert AOL-Time Warner niet, een poging te doen tot het overnemen van de EMI Groep, die onder andere het copyright op 1,5 miljoen popsongs heeft. Zou de overname doorgaan (voor 20 miljard dollar), dan zou de nieuwe combinatie de rechten op praktisch alle muziek van de twintigste eeuw hebben. Ook dit plan wordt aangevochten.

De anonieme e-mailer had het bij het rechte eind. Door de concentraties in de multimedia worden commercieel-culturele wereldrijken gesticht. De oude staten, of hun nieuwe organen van samenwerking worden in de rol van een verzetsbeweging gedrongen. `Wat is daar mis mee?' zal de mondige burger vragen. `We krijgen onze cd'tjes en video goedkoper, lekkere entertainment op de teevee, en straks kunnen we wappen voor een beetje soft porno in de file. Daar wordt toch niemand slechter van? En wie dat vervelend vindt, kan altijd nog de stilte van de Hondsbosse Zeewering opzoeken. Op de vrije markt is het allemaal mooi geregeld.'

Ik geloof dat de vrije markt, zoals die zich de afgelopen tien jaar heeft ontwikkeld, in haar anonimiteit de grootste vijand is van de literatuur, de kunsten en het onafhankelijke denken. Op het gebied van de cultuur ontwikkelt de vrije markt, zonder de boosaardige opzet van welk individu dan ook, een systeem van krachten dat het onafhankelijk denken kanaliseert binnen de grenzen van een commercieel gebonden opportunisme. De gelijkschakeling wordt er bevorderd. In de kunsten wordt het scheppend vermogen miskend, ten koste van de versiering, de gimmick, de tierlantijnen, het kabaal, het vermogen om zoveel mogelijk lucht te blazen in niets.

Aan dit alles draagt geen individu, of desnoods een samenzwering van individuen schuld. Er zijn geen wetten voor aangenomen, er is geen geheime politie aan te pas gekomen, de formele vrijheid van meningsuiting is er niet door beschadigd. Aanwijsbaar is alleen het resultaat van het naamloos collectief en zijn talrijke fellow travellers, zijn leugenachtige, cynische of domme hulpprofeten.

Het mechanisme is eenvoudig. Tientallen jaren geleden is het begonnen, met de modernisering en het duurder worden van de culturele productiemiddelen: alle omvangrijke apparatuur die de televisie nodig heeft, de nieuwe druktechnieken, de behoefte aan nieuwe locaties om dit alles in onder te brengen. De vooruitgang van de techniek dwong tot grote investeringen. Daaruit ontstond de noodzaak tot schaalvergroting, fusies, overnames. Het was in de tijd dat de politiek, het denkend deel van het volk, de kritische intellectuelen, zich bezorgd maakten over `verschraling' en met subsidies `de pluriformiteit' wilden verzekeren van alles en nog wat dat cultureel was. Han Lammers stelde voor dat de staat een paar `drukfabrieken' zou stichten waar ieder periodiek dat aan bepaalde voorwaarden voldeed, tegen kostprijs de persen kon gebruiken. Daarmee haalde hij zich de woede van de dagbladdirecteuren op de hals.

De staat, de overheid, degenen die niet in rendementen denken, overschatten toen al hun macht. De commercieel-culturele werkelijkheid was dat een kleiner aantal grote mediabedrijven een feller concurrentie aanging. Het kwam erop neer dat overal werd gezocht naar de `formule' die binnen de grenzen van de eigen identiteit de grootste oplage verzekerde. In krantentaal wilde dit zeggen dat er een `luchtiger' krant moest worden gemaakt, in de televisie werd het `vertrossing' genoemd. Het woord product werd alleen nog gebruikt in de landbouw en de industrie. Nu kun je de hoofdredacteur van een zich vernieuwend weekblad vragen: schiet je al op met je nieuwe product. Zo'n vaart liep het destijds niet. De Nederlandse beschaving was nog in de geboorteweëen van de ontzuiling, de Koude Oorlog leek eindeloos en bij `vrije markt' dacht men aan de Albert Cuyp.

Waarschijnlijk is het pas een jaar of vijf geleden goed begonnen, met de definitieve depolitisering na de Koude Oorlog en de aanzet tot de welvaartsgolf die we nu aan de `Nieuwe Economie' toeschrijven. Daarin is ook de cultuur van het Westen langzamerhand maar onweerstaanbaar in de dictatuur van het rendement terechtgekomen. Het rendement eist de productie van de grootste aantallen tegen de laagste kostprijs. Proefondervindelijk is bewezen dat de grootste aantallen worden `gescoord' door de smaak van de miljoenen te plezieren. Niet het denken, niet het uitlokken tot eigen prestaties, niet de uitnodiging om een poging te doen tot het kijken in verleden en toekomst, maar het per seconde happen, proeven, doorslikken en weer de mond open. `Hapklare brokken'. Persoonlijk zou ik liever mijn schrijfgerei uit het raam gooien dan die metafoor te gebruiken zo'n platte gemeenplaats is het geworden maar ik heb respect voor de copywriter die de uitdrukking bedacht heeft. Een ziener.

Smaak, blijkt verder, is niet een uniek persoonlijk gegeven waarmee een mens nu eenmaal behept is (`smaken verschillen', `over smaak valt niet te twisten'). Dat zijn verjaarde wijsheden. Smaak kan gemaakt worden, het is een product dat aan de andere producten voorafgaat. Er zijn `smaakmakers', gevolgd door de `marketeers', en dan komen de trendsetters, waarna de hype-fabrikanten hun zware wapens in stelling brengen. Gaat dat allemaal goed, en het gaat steeds beter, dan groeit de `ervaringseconomie' van heb ik jou daar. Op de televisie in de VS kun je nu een echte moordenaar zien die live vertelt hoe hij zijn vrouw heeft gevild. In Guatemala gaan ze een echte executie op de televisie brengen. Live in de pregnantste betekenis. In Guatemala hebben ze Aalsmeer van de kop verdrongen.

Zit toch niet zo te somberen, man! zeggen Hans Goedkoop en Nelleke Noordervliet. Bij D.A.F. de Sade staat het allemaal nog veel erger! Ga naar de Hondsbosse Zeewering met de roman van Thomas Rosenboom die de Libris Prijs heeft gewonnen.

Hoe moet je uitleggen dat dit niet het alternatief is? Hoe, dat het je tot in het merg hindert als je ziet dat wat we cultuur noemden, wordt overgenomen door nieuwe machten die je niet bevallen, al was het alleen maar omdat ze op hun manier een even grote arrogantie vertonen als de oude die het te vuur en te zwaard deden? Nog afgezien van wat ze aan smaak vertegenwoordigen.