Zonnig

Minstens zo verbazingwekkend als de agressie van de mens is zijn vermogen die agressie te maskeren of om te buigen naar een ironisch soort berusting.

Neem de eigenaar van de Alfa Romeo die zijn auto in Amsterdam altijd parkeert aan de Brouwersgracht in de buurt van de Herenmarkt. Tegen een zijraampje heeft hij een vel papier geplakt met de volgende, keurig uitgeprinte tekst: ,,Beste dief, deze auto is echt leeg! Ik heb nu zes keer een geforceerd slot gehad en het geeft alleen maar rompslomp. Bespaar je de moeite.''

Hoe meesterlijk is de toon van vriendelijk vermaan die uitmondt in een bijna vaderlijk advies: toe nou, dief, hou ermee op, het is voor je eigen bestwil. Veel andere autobezitters zouden zich liever een stevig hakbijltje hebben aangeschaft om de volgende onverlaat de schedel te klieven. De kandidaat-dief beseft dat hij de eigenaar van de Alfa Romeo dankbaar moet zijn. Hij draait zich ontroerd om, gooit zijn laatste restje heroïne in de gracht en besluit een nieuw leven te beginnen.

Nog meer bewondering had ik voor de eigenaar van een cd-zaak die een faillissementsuitverkoop hield. Dat moet een van de bitterste ervaringen uit een mensenleven zijn. Jarenlang heb je voor je zaak geknokt, terwijl de klanten maar niet wilden komen. Af en toe kwam er iemand een cd-tje beluisteren, maar die smeerde 'm meestal zonder te groeten – na een uurtje luisteren.

Waar kon het aan liggen? De eigenaar vroeg het zich vruchteloos af. Had hij niet ongeveer dezelfde collectie als die zaak twee straten verderop waar ze zich verdrongen voor de koptelefoons?

Maar vandaag was het gezellig druk in zijn zaak. Eindelijk! Het vervelende was alleen dat hij de koppen van deze aasgieren nooit eerder had gezien. Verbluffend, die toewijding waarmee ze zich over de bakken bogen met de vertwijfelde cijfers: 50 tot 75 procent korting.

Toen kwam er een vriendenpaar van achterin de dertig binnen. Gezonde, blozende mannen met nogal wat goud aan de polsen, en een frivole haarsnit die je niet bij een kapper in Hoogeveen opdoet. De blondste van de twee stortte zich op de snel leger wordende bakken, de ander een lange man keek vanaf een stoel gelaten toe.

,,Wil je deze even draaien?'' vroeg de blonde aan de eigenaar. Die knikte geduldig. Hij was eraan gewend dat de risico's altijd op zijn bord lagen. Een Latijns-Amerikaans muziekje dreinde door de zaak.

,,En?'' vroeg de blonde.

,,Ik had iets zonnigers verwacht'', zei de lange.

,,Zonniger?''

,,Ja, vrolijker.''

De blonde wendde zich tot de eigenaar. ,,Heb je niet iets vrolijkers in dit genre?'' vroeg hij.

De eigenaar keek hem niet aan. Hij richtte zijn blik op de verregende gracht achter de ramen. Waar dacht hij aan? Een vlijmscherpe reprimande? Moord misschien? Maar hij zei alleen met een stem die bijna brak van uiterste zelfbeheersing: ,,Weet u misschien een titel?''