Zalm: bandbreedte olieprijs in Europa

De Europese lidstaten moeten een bandbreedte afspreken waarbinnen de olieprijzen zich mogen bevinden. Overschrijdt de olieprijs die marges, dan dienen de lidstaten ofwel olie aan te kopen ofwel het op de markt te brengen.

Dat heeft minister Zalm (Financiën) gisteren voorgesteld tijdens een voorbereidend overleg met de Tweede Kamer over de Ecofin-raad, die vandaag in Brussel is begonnen. Zalm stelt dat ,,een prijs van 35 dollar per vat te hoog is en een prijs van 10 dollar te laag''. Hij wil de olieprijs daarom fixeren tussen de 20 en de 28 dollar per vat. Komt de olieprijs daarboven of daaronder, dan kunnen de lidstaten de prijs sturen door hun zogenoemde strategische oliereserves respectievelijk te verkleinen (olie verkopen) of te vergroten (olie aankopen). Zalm zegt dat ,,iedereen, ook de olieproducerende landen'', zich in deze prijsmarge kunnen vinden. Hij wil het voorstel met zijn Europese collega's bespreken.

Volgens de minister zijn interventies door overheden gebaseerd op bandbreedtes op de oliemarkt ,,ook nog eens leuke handel''. ,,Je koopt olie als het te goedkoop is, en je verkoopt het als het te duur is. Da's goed voor de schatkist''.

De Kamer had Zalm om opheldering gevraagd over zijn uitlatingen in Praag, vorige week op de jaarvergadering van het IMF, om in Europees verband eenmalig een deel van de strategische oliereserve te verkopen.

De aangekondigde verkoop past volgens Zalm ,,in het beleid van stabiele olieprijzen''. De Verenigde Staten kondigden eerder al aan een deel van hun reserves op de markt te zullen brengen om de olieprijs te stabiliseren.