Willetje

Over enkele maanden zal ik vader worden. De eerste en laatste keer was achttien jaar geleden. Hoewel er ditmaal weinig planning aan te pas kwam – de meteoriet was al ingeslagen voordat wij het in de gaten hadden – leef ik er bewuster naar toe dan de vorige keer. Achttien jaar geleden had ik eigenlijk geen idee. Nu wel, althans dat is de illusie die straks natuurlijk verstoord gaat worden.

Het vaderschap op jonge leeftijd heb ik altijd een beetje onnatuurlijk gevonden. Als je jong bent, wil je feesten en slapen en daarna carrière maken. Het is absurd om voor je dertigste definitieve beslissingen te nemen. Ik ziet wel eens een jong echtpaar met een zitje voorop en een zitje achterop voorbij fietsen, een toonbeeld van generatief succes dat bij mij altijd de associatie oproept van gemiste kansen – en van medelijden. Zelf houd ik me voor dat ik er nu pas werkelijk aan toe ben, maar mijn omgeving denkt daar soms wat anders over. Al een paar keer heb ik te horen gekregen dat een man hier onrechtvaardig in het voordeel is. Vrouwen kunnen wel uitstellen, maar niet te lang.

De eerste oudere vader in mijn omgeving was mijn eigen vader en daarna de schaker Donner. Donner werd nog eens vader op de leeftijd die ik nu heb. Met zo'n hangzak om de buik bracht hij zijn dochter naar de crèche. Het was voor het eerst in zijn leven dat hij vroeg opstond. Over zijn relatie tot het vaderschap circuleerden een paar onnavolgbare verhalen. Toen de baby begon te huilen, schijnt hij zich over het wiegje gebogen te hebben met de uitroep: ,,Dit willetje moet gebroken worden!'' Ook werd hem een keer gevraagd of hij ook aan abortus had gedacht. ,,Nooit!'', riep hij, ,,ze kunnen beter de moeder wegmaken.''

Dat het willetje gebroken moet worden lijkt me evident. Ik herinner mij dat ik er van alles aan gedaan heb om de baby 's nachts stil te krijgen, maar als man leg je het altijd af tegen de moeder. Ik denk dat hier al bij het jonge kind het besef groeit dat de vader eigenlijk niets anders is dan een weerloze sukkel, die om ervan af te wezen het liefst iedereen zijn zin geeft. Ik zie nog voor mij hoe Donner geschokt vertelde dat zijn dochter had gevraagd: ,,Mama, hoort papa ook bij ons?''

Na een leven vol met vrouwen krijg ik nu een zoon. Ik heb een moeder gehad. Ik heb een liefdevolle vrouw, die moeder wordt. Ik heb een dochter, ik heb een zusje, en zelfs onze hond is een vrouwtje. Maar nu wordt het een zoon. Dat hebben wij kunnen zien op de scan. Je ziet het in zwart-wit, een indrukwekkend wezentje, dat gewichtsloos lijkt te zweven in zijn cabine. Alles zit er al aan: hoofd, beentjes, vingers en het geslacht voor later.

Wij hebben het kind gezien omdat mijn vrouw een punctie heeft ondergaan. Dat is een barre ingreep, waarbij een injectienaald dwars door de buikwand heen gaat om wat vruchtwater af te tappen. Je kunt het via een beeldschermpje tot op de seconde volgen, waardoor het nog heftiger wordt dan je al had verwacht. Pijn doet het ook, terwijl mijn vrouw beslist niet kleinzerig is. Wij zouden er nooit toe zijn overgegaan, als niet de angst voor een mongoloïde kind ons uit de slaap zou hebben gehouden. Bij de EO zegt men dat mongolen heel blij en gelukkig zijn, en dat geloof ik ook wel, maar ondanks alle blijdschap die je in zo'n geval toevalt, hebben wij toch gekozen voor een kind met een minimaal risico aan afwijkingen. Wij zijn nu eenmaal calculerende ouders.

De laatste tijd vraag ik me af wanneer de liefde voor het kind begint en of daar een precies moment voor is aan te wijzen. Ik probeer mijzelf daarop te betrappen, maar ik weet dat ik altijd te laat zal zijn. Jaap van Heerden heeft eens geschreven dat het Oedipus-complex eerder in omgekeerde richting werkt, namelijk dat de zoon niet de vader wil vermoorden, maar juist andersom. Als Van Heerden gelijk heeft, zal ik mij inhouden. Maar nu ga ik weer luisteren. Mijn zoon die nog bij zijn moeder ligt, is namelijk zojuist wakker geworden.