VN'ers wachten mijnen, schorpioenen en zon

Politiek Den Haag worstelt met de mogelijke deelname van Nederlandse troepen aan een VN-vredesmacht langs de grens van Ethiopië en Eritrea. Wat staat de vredeshandhavers er te wachten?

Op drie plaatsen langs de 1.000 kilometer lange grens tussen Ethiopië en Eritrea ligt de grond nog altijd bezaaid met landmijnen en menselijke botten. Hier, bij Bure, Zalambessa en Badme, heeft de grootste conventionele oorlog tussen twee van de armste landen ter wereld zich twee jaar lang geconcentreerd. Hier, in deze betwiste gebieden die de inzet van de grensoorlog vormden, moet eind november een vredesmacht van 4.200 VN-soldaten zijn gelegerd. Een eventueel Nederlands bataljon mariniers zal naar verwachting aan het centrale front worden gestationeerd.

Veel maakt het niet uit waar de Nederlanders terecht komen. Bij Bure en Zalambessa is het gebied bergachtig, maar verder ziet allesn er precies hetzelfde uit. Eindeloze lappen waardeloze woestijngrond. Enkele taaie acacia's en wat armetierige prikplanten die zich aan de droge grond hebben ontworsteld. Verlaten loopgraven doorsnijden het schrale landschap waar de zon altijd brandt.

Bij een gemiddelde temperatuur van 42 graden celsius hebben Ethiopische mineurs de afgelopen maanden al 10.000 landmijnen geruimd in de buurt van Zalambessa. Vanaf een heuvel die uitkijkt over de stad, zie je een woud van rode vlaggen die waarschuwen dat een groot deel van de grond nog niet geschoond is. Landmijnen zijn in dit gebied als mais geplant, op 30 centimeter afstand van elkaar.

Bij Bure zijn Ethiopische soldaten ook druk doende om een veilige weg te banen voor VN-militairen. Ze zeggen dat ze inmiddels 31.000 van de naar schatting 100.000 landmijnen onschadelijk hebben gemaakt. Naar de resten van de 100.000 soldaten die voor de nutteloze zandstroken hun leven hebben gegeven, zoekt niemand. De wind heeft hun botten onder een dunne zandlaag bedekt.

Ruim drie maanden nadat Ethiopië en Eritrea een voorlopig vredesakkoord sloten, dragen de dorpen in de oorlogsgebieden nog steeds de sporen van de strijd. Zalambessa is een spookstad. Ziekenhuis, scholen, oliefabriek, allemaal tot de grond toe afgebrand of kapotgeslagen. De historische orthodoxe kerk geplunderd, net zoals de moskee en de katholieke kerk. Schilderijen en kruisen van de muur gerukt. Van de stad Tesseney en het dorp Alligidi aan het westelijk front resten ook alleen nog maar ruïnes.

Naar schatting één miljoen Eritreërs die door de oorlog werden verdreven, zijn nog steeds niet naar hun woonplaatsen teruggekeerd uit angst voor Ethiopische troepen. Uit `veiligheidsoverwegingen' houdt het Ethiopische leger in afwachting van de komst van de VN-militairen en grensstrook van 25 tot 40 km in Eritrea bezet.

Landmijnen, de humanitaire ellende en het barre klimaat. Dat zijn de belangijkste bedreigingen waarmee een vredesmacht zal worden geconfronteerd, zegt kolonel Yuka Pollanen die als verbindingsofficier voor de VN in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba opereert. De grootste risico's voor de VN-soldaten: schorpioenen, muskieten, uitdroging en huidkanker door een overmaat aan zon.

Over de militaire gevaren van de vredesmissie doen waarnemers in de regio eensgezind laconiek. Ze wijzen erop dat Ethiopië en Eritrea zich tot dusverre voorbeeldig aan het voorlopige vredesakkoord hebben gehouden. Incidenten doen zich vrijwel niet voor. Waarnemers zeggen ook dat de Ethiopische en Eritrese troepen tot de best getrainde en meest gedisciplineerde van Afrika behoren. Als hun leiders tot het staken van de vijandelijkheden besluiten, houden de troepen zich daar ook aan. Anders dan in Sierra Leone of eerder in Somalië hebben de VN hier niet te maken met een ondoorzichtig, chaotisch en ongecontroleerd conflict.

Maar de vraag is of die situatie zo overzichtelijk blijft. Ethiopië en Eritrea hebben nog steeds geen overeenstemming bereikt over een definitieve vredesregeling.

In zo'n pact moet volgens Ethiopië komen te staan dat Eritrea de oorlog heeft veroorzaakt. Een vanzelfsprekende consequentie is dat Eritrea de getroffen Ethiopische burgers financieel schadeloos stelt. In een definitief akkoord moet ook worden geregeld hoe Ethiopiërs in Eritrea worden behandeld en hoe Ethiopië met zijn Eritrese burgers omgaat, nog zo'n hoogst omstreden kwestie. Beide landen verwijten elkaar dat ze de mensenrechten van elkaars onderdanen schenden. Ethiopië zou duizenden Eritreërs in ,,concentratiekampen'' hebben opgesloten. Eritrea zou duizenden Ethiopiërs hebben ondergebracht in ,,slavenkampen'' waar ze worden afgebeuld.

Een definitief vredespact komt ook niet dichterbij door de woordenoorlog waarin de landen nog altijd zijn verwikkeld. De giftige propagandacampagnes die in de oorlogsjaren voerden, gaan onverminderd voort. ,,Je moet altijd bidden dat die ene man in Asmara zich `s ochtend niet belabberd voelt'', zei de Ethiopische premier Meles Zenawi over zijn vroegere strijdmakker en tegenwoordige aartsrivaal, de Eritrese president Issayas Afewerki. ,,Want als deze man zich 's ochtends niet lekker voelt, kan het 's avonds oorlog zijn.'' En Afewerki verklaarde nog geen anderhalve week geleden dat ,,Ethiopië de vrede niet serieus neemt''. Hij zei dat ,,de machinaties'' om zijn regering ten val te brengen nog altijd doorgaan en dat Ethiopië zich op hervatting van de oorlog voorbereidt.

Misschien moet aan deze woordenstrijd niet te veel waarde toegekend worden, zoals de Ethiopische premier Meles Zenawi suggereerde. In een gesprek met diplomaten zei hij dat die wederzijdse vuilspuiterij misschien nog wel jaren of decennia kan doorgaan. ,,Men kan de meest smerige propaganda bedrijven terwijl er geen schot wordt gelost.'' Maar zelfs als de oorlog niet onverwachts oplaait, zal de aanwezigheid van een vredesmacht nooit zo kortstondig zijn als de VN suggereren.

Volgens het voorlopige vredesakkoord dat de twee buurlanden op 18 juni sloten, zullen de Ethiopische soldaten zich terugtrekken op de posities die ze bezetten voordat Eritrea begin mei 1998 hun land binnenviel. Langs die grens komt op Eritrees grondgebied een 25 km brede veiligheidszone: om de Eritrese artillerie op afstand te houden. VN-soldaten moeten in dit niemandsland toezien op naleving van het akkoord tot een internationale arbitragecommissie, waarschijnlijk het Internationaal Hof van Justitie in Den Haag, de precieze loop van de grens heeft vastgesteld. Dat zal jaren duren. En het resultaat, wat het ook mag zijn, zal tot nieuwe spanningen tussen de buurlanden leiden. Een vredesmissie in de grensstreek van Ethiopië en Eritrea zal in het gunstigste geval ongecompliceerd maar in elk geval langdurig zijn.