Uit het lood: Berichten uit de branche

Duitse pers prijst geschenk van Harry Mulisch

Duitse lof voor Harry Mulisch. De Frankfurter Allgemeine Zeitung is buitengewoon te spreken over Das Theater, der Brief und die Wahrheit, de onlangs bij Hanser Verlag verschenen vertaling van Harry Mulisch Boekenweekgeschenk 2000. Volgens recensent Alexander Honold is het boek `ein Glanzstück essayistischer Gelegenheitsprosa und zugleich ein klassisches Meisterwerk'. Harry Mulisch is `trittsicher auf dem Nagelbrett der Vergangenheit', staat onder een portret van de auteur.

Bij de verschijning van Het theater, de brief en de waarheid brak een rel uit omdat cabaretier Freek de Jonge meende dat het boekje een rehabilitatie inhield van Jules Croiset, de toneelspeler die in 1987 ageerde tegen de opvoering van het volgens hem antisemitische toneelstuk Het vuil, de stad en de dood van R.W. Fassbinder en zijn eigen ontvoering in scène zette. De Jonge dreigde het boek te verbranden bij zijn optreden aan het begin van het jaarlijkse Boekenbal, een voornemen dat uiteindelijk symbolisch werd uitgevoerd: uit het boek schoot een steekvlam, waarna een fenix naar het plafond van Carré zweefde.

Destijds zei Mulisch al zeer benieuwd te zijn naar het oordeel dat buitenlandse en speciaal Duitse critici over het boek zouden hebben. In het artikel in de Frankfurter – dat dinsdag verscheen – wordt de affaire kort gememoreerd, maar verreweg de meeste aandacht gaat uit naar de fictie waartoe Mulisch zich heeft laten inspireren. `Mulisch's verwerking van de zaak is onafhankelijk en neemt alle vrijheden', schrijft de krant. `In zijn speelse constructivisme is zijn vertelling een uitstekend politiek werk terwijl het de valkuilen van de eenduidigheid weet te ontwijken.' Het theater, de brief en de waarheid is volgens de auteur een schoolvoorbeeld van hoe de literatuur een waardevolle bijdrage aan het literaire debat kan leveren.

Mulisch is uiteraard zeer ingenomen met de bespreking, die hem door zijn uitgever dadelijk is toegefaxt. ``Het is prachtig als zo'n blad je boek een klassiek meesterwerk noemt'', zegt hij. ``Daar hecht ik veel waarde aan, ook al omdat een Duitser er natuurlijk met andere ogen naar kijkt. Ik heb me niet onzeker gevoeld over de ontvangst van het boek in Duitsland. Ik had van de vertaler en de uitgever al positieve reacties gekregen.''

Mulisch is inmiddels druk bezig met het voltooien van een roman, Siegfried. Een zwarte idylle. Oorspronkelijk was het de bedoeling dat die op 1 januari, mathematisch gezien de eerste dag van het nieuwe millennium, zou verschijnen, maar daar hebben schrijver en zijn uitgever de Bezige Bij van afgezien. ``Voor de meeste mensen is de eeuw toch al sinds begin dit jaar afgelopen'', verklaart Mulisch. ``Nu publiceren we het begin maart, zo tegen het begin van de Boekenweek.''. Mogelijk hangt de vertraging ook samen met het feit dat Mulisch het boek nog niet helemaal voltooid heeft. ``Ik moet nog twintig bladzijden. Een bladzijde per dag haal ik niet, dus ik zal wel veertig dagen nodig hebben. De uitgever en ik hebben afgesproken dat ik de tekst voor het einde van het jaar inlever. Dan is het hele boek toch nog in de twintigste eeuw geschreven.''

Franke boos op examenmakers

Schrijver Herman Franke wil dat de Centrale Examencommissie Vaststelling Opgaven (CEVO) voorkomt dat de door hen bewerkte versie van het essay `Het is hoog tijd voor een cultureel reveil' verder wordt verspreid in examenbundels. Hij vindt dat de tekst door de examenmakers ernstig is verminkt en dat hem vooraf om toestemming voor het gebruik had moeten worden gevraagd. Bovendien wil hij dat er voor het gebruik van het stuk wordt betaald.

Woensdag 21 juni van dit jaar kregen de Nederlandse Havo-leerlingen die eindexamen Nederlands deden een ingekorte versie van het essay van Franke te lezen, waarover zij een aantal vragen moesten beantwoorden. Franke meent echter dat er door de bewerking weinig van zijn tekst is overgebleven. Zinnen als `Een cultuurshock? Ja, best wel' werden veranderd in `Dit vind ik schokkend' en er werden passages tussen gezet waar Franke het helemaal niet mee eens is. Voor de schrijver is het een principezaak. ``Bovendien kreeg ik nadat ik over deze zaak een brief had geschreven een buitengewoon onvriendelijke brief terug van de CEVO.'' Franke heeft inmiddels de Vereniging van Letterkundigen ingeschakeld.

In een schriftelijke reactie op Franke's klacht stelt de examencommissie dat het onmogelijk is om auteurs vooraf om toestemming te vragen bij een zo geheime zaak als het schriftelijk eindexamen. Vergoedingen worden doorgaans niet gevraagd voor het gebruik van examenteksten. Bovendien meent M. Melissen, secretaris van de organisatie, dat de aanpassingen afdoende aangegeven zijn door de mededeling dat het om een bewerking van een tekst van Franke gaat. Bij het Cevo was niemand bereikbaar voor nader commentaar.

Een medewerker van het Cito in Amsterdam die de gewraakte bewerking heeft gemaakt, heeft zich inmiddels bij Franke geëxcuseerd. Franke heeft verder gebruik van de tekst in examenbundels in een brief aan de Cevo verboden.