SNS voorbode Clickfonds

De rechtszaak rondom de SNS-bank die de afgelopen twee dagen diende, geeft een goed voorproefje van alle andere Clickfondszaken die de komende maanden nog voor de rechter komen. Grijpt justitie te hoog, of wordt er een nieuwe norm gezet?

Is het spierballenvertoon van justitie? Of gaat het om de consequentie van een door de politiek gewenst beleid voor meer integriteit in de financiële sector? Dat waren de cruciale vragen die na twee lange zittingsdagen in de Amsterdamse rechtszaal bleven hangen. Urenlang had de rechtbank, die speciaal is vrijgemaakt voor de afwikkeling van het beursfraudeonderzoek ('Operatie Clickfonds'), zich gebogen over de zaak waarbij drie voormalige medewerkers van SNS Bank in de beklaagdenbank zaten. Zij moesten zich verantwoorden voor hun gedrag tijdens de beursgang van (toenmalige) post- telecombedrijf KPN in 1994, waar SNS voor het eerst 'co-manager' van het emissiesyndicaat was.

Daar was inderdaad wel wat over te zeggen. In haar enthousiasme een rol te kunnen spelen in de lucratieve emissiemarkt bleek er binnen SNS een opmerkelijke methode te zijn bedacht. De bank betaalde provisies uit aan enkele effectenhuizen in ruil voor het aanbrengen van klanten die KPN-aandelen wilden hebben. Dat had een aantal gevolgen. SNS kreeg een veel groter aantal aandelen dan de andere syndicaatsleden en dus meer commissie. Bovendien, zo redeneert justitie, was er bij de effectenhuizen geen drang om hun klanten bij andere co-managers aan te bieden. Daarnaast is leadmanager ABN Amro benadeeld. Zij had immers minder commissie aan SNS moeten betalen als de effectenhuizen hun klanten, zoals het volgens de regels hoort, rechtstreeks bij ABN Amro hadden aangemeld. Iets doorgeredeneerd zou zelfs de Staat, de oorspronkelijke bezitter van de te plaatsen aandelen, kunnen zijn benadeeld.

Het betalen van provisies was volgens het emissieregelement verboden. Daarom werd er binnen SNS nog een andere truc bedacht: de provisies werden als obligatietransacties in de boeken gezet. Valsheid in geschrifte, volgens het OM, die het juridische plaatje verder inkleurde met de delicten oplichting en oneerlijke concurrentie en de affaire als ,,een zeer sprekend voorbeeld van beursgerelateerde fraude'' omschreef. Die redenering toont de hardere opstelling van het OM tegen financiële criminaliteit aan. Officier van justitie H. de Graaff wees tijdens de rechtszaak nog eens fijntjes op de wens van de politiek voor meer integriteit in deze sector: ,,En dan moet je ook niet dit soort personen uit de wind houden.''

In dat licht leverde de zitting een boeiende botsing op tussen de sfeer van vroeger en het aangescherpte klimaat van nu. Tekenend was de getuigenverklaring in het dossier van een van de branchegenoten van SNS over de gewraakte handelingen: ,,In die tijd, in 1994, waren er veel vrijheden.'' En een vertegenwoordiger van de beurs schetste de sfeer van het 'zelfregulerende toezicht': de schending van de emissieregels had kunnen worden opgelost door ,,een pittig gesprek'' of korting op de commissie voor SNS. Die tijd is echter voorbij, zo lijkt het OM te willen onderstrepen. En dus werden de overtredingen via het zware middel van het strafrecht aangepakt en moesten de drie volgens justitie verantwoordelijke mannen voor het hekje komen.

Zeker voor personen uit de financiële wereld is dat een drama, zo bleek ook gisteren weer. Alle verdachten, die elkaar overigens de schuld in de schoenen schoven, zeggen getekend te zijn door de affaire. Baan kwijt, reputatie weg en zwaar beschadigd door het langdurige onderzoek. Een wrange constatering, onderstreepten de advocaten, zeker als je daarbij neemt dat de de drie geen persoonlijk financieel gewin hadden bij de laakbare acties. Het echte voordeel lag immers bij de bank zelf, maar die had in een vroeg stadium een schikking getroffen. Waarom dan niet met onze cliënten, zo vroegen de raadslieden zich af.

Het OM betoogde dat bij een langlopende strafzaak tegen SNS veel onschuldige klanten en relaties de dupe waren geworden. Reputatieschade voor een bank kan nu eenmaal een sneeuwbaleffect hebben. Dat was natuurlijk ook de reden dat SNS in 1998 de schikking van 1,7 miljoen gulden in recordtempo afsloot.

Voor schikking zijn dus valide argumenten. Maar als het om de principiële kwestie van de integriteit op de financiële markten gaat is de vraag over het gelijkheidsbeginsel wel degelijk relevant. Of zoals een van de advocaten sneerde: ,,Dan moet je niet zo'n onderknuppel als mijn cliënt nemen, maar de bank.'' Dat is een opmerking die ook in breder verband in het Clickfondsdossier vaker aan de orde zal komen. Ook de zakenbank Bank Bangert Pontier kon in no time schikken terwijl twee directeuren wel vervolgd worden. Waarom is de zaak rond pensioenfondsbeheerder Fred H. van Philips inzake fiscale fraude nooit in de openbaarheid voor de rechter gebracht, maar afgedaan met een forse transactie? En waarom wordt de Kas Associatie, waar 'getrapt' coderekeningen liepen niet vervolgd en een effectenkantoor als Leemhuis en van Loon wel?

Het gelijkheidsbeginsel zal een van de terugkomende thema's zijn in de komende Clickfondsrechtszaken, die nu eindelijk een beetje op gang lijken te komen. De SNS-zaak was daarvan een aardig voorproefje omdat er een aantal typische 'Clickfondsindicatoren' aan bod kwamen. Zo was er, naast het gelijkheidsbeginsel, veel kritiek op de proportionaliteit en de lange duur van het onderzoek. Bovendien, en ook dat lijkt traditie te worden, kwamen er weer een aantal slordigheden van het OM bovendrijven. Het zijn allemaal aspecten die ook in andere Clickfondszaken spelen. Alleen daarom al kijken alle betrokkenen met spanning uit hoe de rechtbank al dit soort elementen in haar oordeel op 18 oktober zal meewegen.