Mijn vader was erbij

Sonja van Oudheusden: ,,In een interview met een muziekblad werden we voorgesteld als: `Precisiewerkster Wil Noordermeer (22) bas-gitaar, kroepoeksnijdster Minia Morks (17) sologitaar, kamermeisje Sonja van Oudheusden (18) slaggitaar, en platenverkoopster Marja van der Toorn (18) slagwerk.' De naam `Beatsisters' had mijn vader bedacht. Hij bepaalde ook onze kostuums en regelde optredens. Hij was manager van `Hu and The Hilltops', dus dat ging in één moeite door.

Mijn vader was onder de naam `Charles Oud' bekend als jazzgitarist/bassist. Hij kon ook goed zingen. Met zijn `Big Band' had hij tournees gedaan over de hele wereld. Hij was ontzettend muzikaal. Mijn ouders hadden in Den Haag een muziekschool: `Quick'.

Iedere zondagavond was daar een dansavond en een keer per jaar organiseerden ze een feestavond. Voor de pauze was er een programma van leerlingen. Mijn moeder had de kostuums gemaakt en de dansen met ze ingestudeerd en na de pauze traden er beroepsartiesten op zoals de `Jumping Jewels'. De avond werd afgesloten met een bal.

Er was rond 1964 een enorme gitaarrage, iedereen wilde spelen, spelen! Den Haag was in die tijd helemaal beat. Alles was beat. Mijn vader wilde in die beatrage meedraaien met iets bijzonders: een beatband met alleen maar meisjes. Zelf zou ik er nooit voor gekozen hebben maar het was mijn vader, je zit er in dus: `Oké, laten we eens wat proberen.' Nou, in het begin ging het helemaal niet omdat het zo amateuristisch was, maar het groeide en er kwamen betere mensen bij, allemaal leerlingen van de muziekschool. We zochten een drumster toen is Marja er bij gekomen via haar broer Hans die bij `Hu en de Hilltops' zat. Hij zei: `Mijn zus kan vreselijk goed drummen en is gek van beatmuziek'.

Onze kostuums werden door mijn moeder gemaakt. Mijn vader vond dat het uniform moest zijn. We droegen zwarte lurex pakken met goud afgezet, daaronder blouses en dan van die zwartglimmende laarsjes. Dat was voor die tijd heel progressief.

Ik speelde slaggitaar en ik zong. Een meisje met een elektrische gitaar, dat was zo bijzonder. En dan vier van die meiden! We speelden alles wat we leuk vonden en wat we qua toonhoogte en instrumentenbereik aankonden. Nummers van de Beatles, van Trini Lopez, als het maar eigentijds en modern was.

Mijn vader was er altijd bij wanneer we in de muziekschool repeteerden, alles werd op band opgenomen en dan liet hij ons de fouten horen en zei: `Probeer het eens zus, of probeer het eens zo', totdat het wel goed klonk. Pas dan werd het nummer aan het repertoire toegevoegd. Doordat hij met de `Hilltops' ontzettend veel relaties in de muziekwereld had opgebouwd, kwamen er thuis bekende journalisten over de vloer en dan was het van: `Ik heb ook nog een leuke meidenband' en zo kwamen we vanzelf in the picture natuurlijk.

We deden zo'n zes optredens per maand. De sfeer was heel vriendschappelijk. Er werd geld verdiend en dat was voor ons wel interessant. Mijn vader deed dat heel serieus. Hij kreeg als manager een vast percentage, de rest werd keurig verdeeld onder de meisjes. Het was het leukste als we moesten spelen voor de marine. We werden ontvangen als koninginnetjes! Er stond van alles voor ons klaar... schalen met lekkere hapjes, het maakte niet uit wat het kostte. We werden echt in de watten gelegd. Dat was hartverwarmend.

Meestal speelden we in Den Helder en op vliegbasis Valkenburg. Er zaten alleen mannen aan tafeltjes in de zaal. Er werd niet gedanst. Op een gegeven moment gooiden de jantjes voor de grap hun petten op het podium en die gooiden we dan terug. Na afloop moesten we dan handtekeningen op petten, kragen en borstrokken zetten. Maar daar bleef het dan bij hè? Nooit vervelende dingen meegemaakt met mannen of zo. Maar mijn vader ging overal mee naar toe. Die was er altijd bij.

Ik denk dat hij de bedoeling had om de `Beatsisters' een zekere bekendheid te geven en dat is niet gelukt, omdat niet alle meiden dezelfde instelling en hetzelfde talent hadden. Dan blijf je op een bepaald niveau steken. En ja, meiden van die leeftijd zijn nou eenmaal heel onvoorspelbaar. Ze kregen andere interesses: verkering, een vriendje, een verloofde. Ze gingen een eigen leven leiden en vervolgens is het uit elkaar gevallen. En ik, ik had een heel leuke stem, ik speelde niet onverdienstelijk gitaar, maar een echt talent was ik ook niet.

Het speelde zich allemaal af van 1965 tot 1967. En ineens was die hele gitaarrage afgelopen en alle ambities verdwenen in het niet. De muziekschool werd opgedoekt. Het was toch wel triest voor mijn vader. Zijn ziel en zaligheid lagen bij de muziek. Hij had er graag oud in willen worden. Dat is niet gebeurd. Toen kort daarna ook het management ophield te bestaan, is hij op een kantoor gaan werken en is daar gebleven tot aan zijn pensionering.

Er is nooit een plaatje uitgekomen van de `Beatsisters'. We zijn wel een keer in de studio geweest en er is een keer een demo gemaakt, maar ik geloof niet dat daar ooit iets mee is gedaan. Wat er van die andere meisjes is geworden weet ik niet. Behalve Sonja, die als `Sugar Lee Hooper' bekend is geworden.

Ik heb nu een heerlijk leven, een lieve man en twee schatten van dochters. Ik denk zelden meer aan die tijd terug. Zingen doe ik niet meer, nee. Als mijn man thuiskomt van zijn werk en ik sta te koken dan zet ik muziek op en galm ik nog wel mee. Maar dan helemaal voor mijn eigen plezier.

Ik vond het allemaal wel leuk, je liet het over je heenkomen, maar voor de rest had ik er niet zo'n binding mee, dat zeg ik heel eerlijk. Wat er toch met die demo gebeurd is...het stond er echt goed op. We hebben hem nog beluisterd en het klonk erg leuk, met een echootje erin en zo. Ik weet eigenlijk niet waarom er nooit een plaatje van is geperst.''