Mengsel van tragiek en droge humor

Met Donald Duck heb ik nooit moeite gehad en ook niet met Kikker van Max Velthuijs of met Winnie the Pooh: aandoenlijke, aangeklede fantasiedieren die van alles meemaken. Hun charme ontlenen ze vooral aan hun beperkingen: ze zijn naiëf, onhandig en verder tamelijk ongecompliceerd. Onlangs heb ik me weer eens afgevraagd waarom ik de eekhoorn van Toon Tellegen, toch ook een aangekleed fantasiedier, nooit helemaal in mijn hart heb weten te sluiten, anders trouwens dan veel andere, volwassen lezers die juist nogal met hem weglopen. Ik erger me zelfs wel eens aan die fijnbesnaarde eekhoorn, die van alle gevoelsmarkten thuis is. Hij kan boos zijn, maar ook erg blij, weemoedig en hartelijk, begripvol en besluiteloos, somber en euforisch, verongelijkt en berustend.

Een ideaal personage welbeschouwd, als hij ons tenminste niet als dier zou worden gepresenteerd. De dieren van Tellegen zijn mij in het algemeen net iets te volmaakt en te weldenkend om mij te kunnen overtuigen. Zijn krantenlezende olifanten, feestredes afstekende muizen, immer pudding en taart voorbereidende en verjaardagen vierende krekels, torren en hagedissen, brieven schrijvende ibissen, mieren en sprinkhanen zijn te goed voor deze wereld. Maar het kan ook zijn dat hun wereld, `het bos', waarin zij figureren, mij te zoet is.

Tellegen is mij liever als hij wat rauwer uit de hoek komt en het niet over het bos, maar over de grote boze wereld heeft, in zijn mooie, bewonderenswaardig heldere stijl. Die rauwheid tref ik veel meer aan in zijn mensen- dan in zijn dierenverhalen. Bijvoorbeeld in Juffrouw Kachel (1992), het boze, maar ook erg geestige, dagboekachtige relaas van een schooljongen die zich afvraagt waaraan hij zo'n verschrikkelijke juffrouw heeft verdiend, die maar de hele tijd om zich heen mept. `Ik heb een boek', schrijft hij, `waarin staat: `'Haar gezicht was betraand''. Dat zoek ik vaak op. In onze klas zijn sommige gezichten altijd betraand. Eén meisje, Corrie, huilt elke dag. Maar ze krijgt precies evenveel klappen als iedereen.'

Ook in zijn nieuwe verhalenbundel, De trein naar Pavlovsk en Oostvoorne, zit die vermenging van tragiek en droge humor. Alle 38 zeer korte verhalen zijn gewijd of ontleend aan Tellegens grootvader, de grootvader van moederszijde die in 1918 uit Rusland vluchtte en in 1955 stierf toen zijn kleinzoon dertien was. Maar eigenlijk, schrijft Tellegen, was hij toen allang dood, want hij leefde in werkelijkheid maar van 1875 tot 1918, toen hij gedwongen was met vrouw en zes kinderen zijn geliefde Sint Petersburg te verlaten. Hij woonde wel in Nederland, maar waande zich al die tijd in Rusland. Als de jonge Toon een keer een reisje maakt met moeder en grootvader naar Oostvoorne in Zeeland, zoals hij beschrijft in het titelgedicht dat aan de verhalen vooraf gaat, dan reizen ze volgens de grootvader naar Pavlovsk, waar ooit het zomerhuis van de familie stond.

De verhalen die Tellegen optekent uit zijn mond, vele jaren later pas, hebben allemaal iets ijls over zich, iets sprookjesachtigs, alsof ze uit een heel ander, verdroomd bewustzijn afkomstig zijn, al twijfel ik geen moment aan de waarheid ervan. Wonderlijke verhalen zijn het, over wonderlijke mensen uit een wonderlijke tijd, stuk voor stuk van een al even wonderlijke schoonheid. Kommer en kwel voeren de boventoon: schuld en boete, honger, ellende, ongeluk, ziekte, dood, waanzin, terreur, eenzaamheid en zelfmoord. Maar Tellegen vertelt erover op zo'n lichte, vanzelfsprekende manier, dat de verhalen zeker niet alleen treurig stemmen, maar ook verbazing wekken, en ontroering en hilariteit.

Zoals het op zichzelf droevige pasteitjesverhaal. De grootvader besloot in 1919 tot de impulsaankoop van een kleine bakkerij aan de Hogewoerd in Leiden, ongehinderd door enige kennis van zaken. Van huis uit zat hij in de handel en zijn hele leven had hij nog nooit iets gebakken. Hij wilde Russische pasteitjes gaan verkopen omdat hij dacht dat dat wel eens een gat in de Nederlandse markt zou kunnen zijn. Maar het experiment met de bakkerij mislukte jammerlijk. `In 1919', staat er dan nogal laconiek, liep men op de Hogewoerd in Leiden niet storm voor rare, hardgebakken Russische pasteitjes gevuld met droge weidecham-pignons en haring. Soms werd er `s avonds een half opgegeten pasteitje door de brievenbus teruggeduwd met een briefje eraan: `Vreet de rest zelf maar op'.

Tellegens grootmoeder had als bijzondere eigenschap dat zij nooit klaagde en dus zal ze ook dit pasteitjesdrama berustend hebben aanvaard, maar zij speelt niet meer dan een vriendelijke rol op de achtergrond. Alle aandacht gaat uit naar de grootvader en diens onstelpbare melancholie. Hij zucht veel, lacht zelden, schrijft zware gedichten, verlangt terug naar de steppe en doet graag categorische uitspraken: `Een Rus is tot alles in staat',of `in Rusland gebeurt heel veel van de ene dag op de andere.'

Tellegen biedt ons in De trein naar Pavlovsk en Oostvoorne als ghostwriter onvergetelijke inkijkjes in een grote, boze wereld van voor de revolutie, waar een tsaar, als hij toevallig werd gebeten door een hond, geen halve maatregelen nam. Desnoods werden alle honden van Rusland over de kling gejaagd, om zijn blessure te wreken. Maar de Rus, de grootvader althans, is ook trouw en verleent graag bijstand, desnoods in bizarre omstandigheden. Het mooiste verhaal is misschien wel dat over de zielsverhuizing, waar een kennis van de grootvader heilig in gelooft. Als de man op zijn sterfbed ligt, wordt hij erbij geroepen om mee te maken hoe de ziel van de stervende na het uitblazen van de laatste adem zal wegfladderen in de gedaante van een blauwe vlinder. De grootvader gelooft niet in zielsverhuizing, maar hij blijft wel een hele nacht zitten wachten op de blauwe vlinder die inderdaad niet verschijnt. Tientallen jaren later vertelt hij over die vreemde nacht aan zijn kleinzoon, die het nog weer tientallen jaren later zal doorvertellen aan ons. `De ziel verhuist niet', zei mijn grootvader tegen mij. Het leek wel of hij pijn had. (-) Het was alsof hij het over zichzelf had, een oude man die in 1918 verhuisd was. Maar zonder zijn ziel. Met geweld van zijn ziel weggesleurd.' Tellegen heeft er in deze liefdevolle Russische episoden werkelijk alles aan gedaan om zijn grootvader te herenigen met zijn ziel.

Toon Tellegen: De trein naar Pavlovsk en Oostvoorne.

Querido, 188 blz. ƒ34,90.