`Louis Couperus was voor mij een rolmodel'

Paul Schnabel, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau presenteerde deze maand het rapport `Nederland in Europa'.

Hij verloor zich in Couperus.

Veel literatuur leest hij eigenlijk niet meer, zegt dr. Paul Schnabel, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau en hoogleraar Sociologie aan de Universiteit Utrecht. Per auto onderweg van Den Haag naar Amsterdam, vertelt hij dat hij op Zuckermann (Philip Roth) wat is uitgekeken, tegen Nicolien (J.J. Voskuil) een gezonde haat heeft ontwikkeld en dat hij Bruno en Michel (Michel Houellebecq) achteraf gezien toch onwaarschijnlijke personages vindt. De moderne roman bevat, wat Schnabel betreft, te weinig psychologisch realisme.

Dat kan niet gezegd worden van de klassieke romans van Louis Couperus (1863-1923), meent Schnabel. Als veertienjarige jongen las hij de roman De berg van licht (1905). ``Het was voor die tijd een heel schokkende roman, omdat daarin de `perversies' van het Romeinse Rijk in de tweede eeuw na Christus op een weliswaar heel literaire manier, maar toch zeer open en enthousiast werden beschreven. Op die leeftijd doen boeken je erg veel, meer dan later in je leven. Je bent dan bezig met je seksualiteit, in mijn geval met je homoseksualiteit. Het was nog vóór Nader tot U en Op weg naar het einde van Van het Reve. Het was echt een schok. Dat lag ook aan Couperus' bloemrijke stijl. Als je jong bent zwelg je daarin, als je ouder wordt leer je dat af. Ik herinner me nog dat ik het boek las tijdens een vakantie met mijn ouders en mijn broer, in de Pfalz. Het was in 1963, het honderdste geboortejaar van Couperus. Zijn foto intrigeerde mij meteen. Couperus was voor mij een soort role-model. De neiging tot een bepaald soort esthetisering van het leven, dat dandyisme, dat sprak mij aan. Dat heb ik als jongen kennelijk intuïtief aangevoeld. Magische dingen speelden daar ook een rol bij. Ik ben bijvoorbeeld precies vijfentwintig jaar na zijn dood geboren: hij is op 16 juli gestorven en ik ben op 17 juli geboren. Als puber heb je daar meteen fantasieën over, maar ook dat leer je allemaal af. Je wilt tenslotte geen karikatuur van jezelf worden."

``Op school ging ik opstellen maken in diezelfde wat gekunstelde, half Frans-grammaticale stijl. Je leert tenslotte te schrijven door pastiches te maken van anderen en daarin een stukje verder te gaan. Ik weet nog dat een leraar Nederlands, een Marsman-liefhebber, aan me vroeg of ik de avond daarvoor weer kaarsen had gebrand voor Couperus. Ik antwoordde dat dat nog altijd beter was dan missen lezen voor Marsman."

``Ook daarna ben ik Couperus altijd blijven volgen. Uit H.T.M. van Vliets boek, Met Louis Couperus op tournee, een publicatie van het Letterkundig Museum, herinner ik me bijvoorbeeld de beschrijving van Couperus als voordrachtskunstenaar tijdens de oorlog. Het was zeker voor Nederlandse begrippen een dandy van de eerste orde, heel koket, en daar speelde hij in zijn publieke optredens ook mee. Proust zat thuis achter de gordijnen, Couperus trad veel meer in het openbaar, schreef cursiefjes voor allerlei kranten. Journalisten schreven over zijn kleding (`nooit geweten dat er zulke mooie sokken bestonden'), maar er werd natuurlijk ook wel een beetje lacherig over gedaan. Een paar jaar geleden zijn er een paar filmbeeldjes van hem ontdekt - de enige waarop je hem ziet bewegen. Ja, ze pasten wel bij het beeld dat ik van hem had. Het was een kleine, magere man, oververfijnd en heel formeel gekleed. Een man die zakelijk overigens keihard was. Het was ook een harde werker, die ongelofelijk veel heeft geproduceerd. Jammer genoeg hebben we geen opnames van zijn stem. Die gold toen al als hoog en heel geaffecteerd - misschien zoiets als die van Maarten 't Hart, maar dan in hoog Haags."

Vier jaar geleden zag Schnabel op een overzichtstentoonstelling van Sir Lawrence Alma Tadema het muurgrote schilderij `De rozen van Heliogabalus', de Romeinse keizer die een hoofdrol speelt in De berg van licht. ``Het was een orgie van wit, roze en rood, een prachtig naturalistisch beeld". Zo wordt Schnabel nog steeds geboeid door Couperus' naturalisme. ``Die Haagse romans zitten vol met elementen die je psychoanalytisch en vooral ook sociologisch kunt duiden, omdat Couperus de dingen heel goed opmerkte. Zijn beschrijvingen van het leven van de elite is prachtig. Hij is opvallend zuinig met informatie en treft toch het geheel, dat vind ik bijzonder virtuoos gedaan.

Ik gebruikte in mijn colleges psychiatrie altijd twee pagina's uit De boeken der kleine zielen, waarin Couperus heel efficiënt het hele beeld van de psychiatrie uit die tijd samenvat. Het zijn de bladzijden waarin Ernst, één van de zonen van de oude mevrouw Van Lowe, psychotisch wordt. Hij wordt in half ontklede staat op straat aangetroffen en naar huis gebracht. De volgende dag komt die hele Haagse familie in paniek bij elkaar, want in 1895 is krankzinnigheid een diepe schande. Couperus vertelt het hele wetenschappelijke verhaal, wat een dokter kan en niet kan, hoe een deftige familie dat beleeft en welke theorieën en angsten er speelden. Schitterend beschrijft hij het slechte weer buiten, de duisterheid in huis - elementen die Couperus altijd metaforisch gebruikt - en hoe iedereen zit te fluisteren. De huisarts komt binnen met een jonge `zenuwspecialiteit', zoals een zenuwarts bij Couperus heet.

Ernst wordt opgenomen in een rustige villa op de Veluwe. Krankzinnig is een woord dat niet uitgesproken kan worden. Het interessante is dat in 1893 inderdaad de eerste hoogleraar psychiatrie in Nederland, Winkler, werd aangesteld. Alles klopt precies, want Couperus heeft het allemaal zelf meegemaakt: zijn broer werd in diezelfde periode opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis."

``Als je terugkijkt op de eerste helft van de twintigste eeuw, is Couperus eigenlijk de enige auteur die meer is gaan leven naarmate hij langer dood is. Van het oeuvre van Vestdijk, van Frederik van Eeden, van Arthur van Schendel wordt niets meer gelezen. Van Couperus is een tiental romans klassiek geworden. Hij heeft niet alleen zijn tijd weten te reflecteren, maar ook een meerwaarde kunnen bieden. Welke dat is? Die zit hem in zijn psychologische diepgang, in de rijkheid van zijn thema's en in de levendigheid van zijn dialogen. Zijn Indische romans en zijn Haagse romans over de hoogste kringen blijven fascineren. Couperus was een eenling, die bij voorkeur in Nice en Florence woonde, veel te chique voor een gemiddelde Nederlandse schrijver. Het was ook een aansteller van de eerste orde. Als je leest wat voor eisen hij stelde aan de lunch, alvorens een lezing te geven! Wat dat betreft was het een echte tuthola."

Louis Couperus: De berg van licht. Uitgeverij Veen ƒ53,40. Nog leverbaar