Hofleverancier van het Amerikaanse anti-gif

In New York wordt, goed getimed, Gore Vidals toneelstuk The Best Man (1960) weer opgevoerd, een stuk over twee presidents- kandidaten.

Het is weer Gore Vidal-seizoen in Amerika. Vrijwel gelijktijdig verscheen The Golden Age, het voorlopig laatste deel in zijn romanserie over de geschiedenis van de Verenigde Staten, en werd op Broadway zijn veertig jaar oude toneelstuk The Best Man opnieuw opgevoerd. De figuren verschillen, het thema blijft vintage Vidal: hartgrondige afkeer van Amerika's imperialistische ontsporing.

Tijdens een goed bezochte lunch in de National Press Club in Washington tierde de schrijver er eergisteren weer lustig op los: ,,Liegen is onderdeel van het presidentschap. De waarheid mag het openbaar bestuur in dit land niet onmogelijk maken.' Aanleiding was de slinkse manier waarop volgens Vidal president Franklin Delano Roosevelt het Amerikaanse volk de Tweede Wereldoorlog had ingelokt. Het had even goed over presidenten van een recentere lichting kunnen gaan.

De pretentie eeuwige Amerikaanse politieke wetten bloot te leggen heeft de heropvoering in New York's Virginia Theatre van Vidals The Best Man natuurlijk ook. Anders zou het niet in ongewijzigde vorm uit de kast zijn gehaald. De politieke verslaggevers hebben nog blocnootjes en gleufhoeden. Voor eerdere her-opvoeringen heeft Vidal de tekst aangepast aan actuele politieke omstandigheden.Maar nu na Vietnam, Watergate, de Val van de Muur en de opkomst van de internet-democratie - wordt de oertekst weer gespeeld. Die straalt een uitdagende zelfverzekerdheid uit.

Het stuk ging in 1960 met aanzienlijk succes in première, toen John F. Kennedy en Richard M. Nixon duelleerden om het hoogste ambt. Enkele jaren later schreef Vidal het bekroonde scenario voor een filmversie op basis van het zelfde stuk. Henry Fonda speelde toen de min of meer op Adlai Stevenson en JFK geïnspireerde minister van buitenlandse zaken William Russell, een naïef-progressieve presidentskandidaat van goede komaf. Hij legt het af tegen de gewetenloos ambitieuze senator Joseph Cantwell, een beroepspoliticus in de ogen van de cynisch-ervaren oud-president Arthur Hockstadter.

Het publiek anno 2000 lijkt een groter feest van herkenning te beleven dan de New Yorkse critici. De recensent van The New York Times had de eerste tien minuten gehoopt dat het echt spannend zou worden op deze gestileerde partijconventie. Daarna vond hij de hoofdfiguren vlak, bleef hun gevecht `een formeel debat' en de sfeer vervuld van een zeker `elitarisme dat typisch Vidal is'. De populaire kranten in New York waren nauwelijks opgetogener.

Toch doet de kassa goede zaken voor prijzen boven de honderd gulden per stoel. De gniffels en uitroepen van plezier waren niet van de lucht toen ik het stuk vorige week zag. Men zuigt de satire bijna uit het stuk, al zijn de toepasselijke verwijzingen naar de huidige kandidaten Bush en Gore niet eens zo talrijk. Als de ethische presidentskandidaat Russell, die de grootste kanshebber op de nominatie van zijn partij lijkt, zich bezorgd afvraagt hoe hij op het Witte Huis voldoende aanvoer van vrouwelijk schoon kan verzekeren, weet het moderne publiek zich in de nadagen van William Jefferson Clinton op vertrouwd terrein.

Stug

Na afloop van zijn promotie-lunch deze week wilde Vidal niets weten van enig verband tussen het stuk en zijn nieuwe roman. ,,Het boek bestrijkt de periode van 1939 tot 1954. Het stuk speelt in 1960', verklaarde hij stug. Een even onweerlegbaar als onbehulpzaam antwoord op een vraag naar de literaire lijn in zijn politieke kritiek. Vidal is zeer constant in zijn opvatting dat de Verenigde Staten een doorgeschoten `security state' is, die noch door andere grootmachten, noch door de eigen kiezers wordt afgeremd. Maar hoe zijn blik als schrijver daarop zich heeft ontwikkeld, dat is geen favoriet thema.

Door zijn merendeels bewonderende landgenoten werd de Vidal woensdag ondervraagd als ware hij een Schlesinger, een Kissinger, een militair-diplomatiek historicus van een Instituut voor Wereldkunde. Wat is uw eindoordeel over de Cuba-crisis? (,,Uitgelokt door Eisenhower en Nixon, onvermijdelijk gemaakt door de Kennedy's. Wij dwingen landen tot terrorisme. In Irak hebben we voor straf de aspirinefabriek opgeblazen, Saddam heeft zijn lesje geleerd.') Hoe ziet u de huidige rol van de Verenigde Staten in Colombia en de `War on Drugs' in het algemeen? (,,Colombia was een van de aardigste landen van het Westelijk Halfrond. Toen een gematigd vooruitstrevende regering een kleine belasting op de verdiensten van de United Fruit Company instelde, werd op advies van Henry Cabot Lodge, die commissaris was bij het bedrijf, de CIA erop gezet en is het land op termijn geruïneerd.')

Gore Vidal zegt het met zijn sarcastische grijns in de aanslag, in een verzorgd Engels dat bijna Brits klinkt. Dat herinnert onwillekeurig aan zijn stamboom, die voor Amerikaanse begrippen rijk en deftig is. Via zijn moeder en haar tweede man was hij verwant met Jacqueline Kennedy, die dezelfde stiefvader deelde, zij het in een andere periode. Vidals grootvader was de vooraanstaande senator Gore uit Oklahoma, vandaar zijn niet-geactiveerde familieband met de huidige Al Gore. Als hij wilde had hij zijn hele leven goede maatjes met de machtigen kunnen zijn. In plaats daarvan koos hij ervoor, zeker na breed uitgemeten afkeer van Robert Kennedy, de hofleverancier van het Amerikaanse antigif te zijn.

De schrijver, die dinsdag 75 wordt, bevindt zich, naar eigen zeggen, `in de lente van zijn seniliteit'. Na 22 romans en een zelden gespecificeerd aantal essays, toneelstukken en filmscenario's toont hij weinig neiging tot het opmaken van de balans. In recente vraaggesprekken is hij toeschietelijker als hem wordt gevraagd naar de politiek van alledag dan over zijn werk. Hij steunt Ralph Nader, de presidentskandidaat van de Groenen, die volgens de huidige peilingen de vijf procent niet zal halen. Daarmee zegt Vidal impliciet: lees liever mijn boeken, ga naar mijn toneelstuk.

Politiek telt hij niet mee, maar dat is anders geweest. In '60 was hij zelf kandidaat voor een New Yorkse zetel in het Huis van Afgevaardigden. Na een goede start (waarin hij het in de staat beter deed dan Kennedy) redde Vidal het niet. In '82 deed hij nog een vergeefse gooi naar een Senaatszetel voor Californië. Het heeft hem niet belet af en toe op te merken dat hij een betere president zou zijn geweest dan de functionaris van het moment.

Baronnen

Gore Vidal wordt alom geprezen als vlijmscherp polemicus, zijn typeringen van politieke baronnen zijn onovertroffen. Met zijn romans weten lezers beter raad dan literatuurkenners en critici. Die hebben moeite met Vidals romanfiguren die zich ongehinderd mengen met de levensgrote helden van de Amerikaanse geschiedenis. Dat heeft hem regelmatig dodelijke zinnen over de academische literatuurwetenschap ontlokt. Het zal geen toeval zijn dat Vidal op de omslag van `The Golden Age' nadrukkelijk ook als historicus wordt geprezen door Ronald Steel, die heeft geschreven over Amerika's rol in de wereld, onder meer in de prachtige, brede biografie Walter Lippmann and the American Century.

Vidals omgang met de macht had intensiever kunnen zijn als hij bij de eerste productie van The Best Man acteur Ronald Reagan had geaccepteerd in de rol van de vaag-idealistische William Russell. Vidal vond hem te licht en Reagan moest wachten tot zijn grotere kans kwam in 1980. Zo moet ook bij de huidige productie de goedkeuring van de maestro zijn gegeven voor de onorthodoxe keuze voor dezelfde rol: de schrijver en performance-kunstenaar Spalding Gray speelt nu de rol die duidelijk het leeuwendeel van Vidals sympathie meekrijgt. Deze tengere, subtiele levenspoëet, die meestal solo optreedt en dan anderhalf uur over zijn leven vertelt, maakt van de presidentskandidaat een lichtvoetige filosoof over politiek goed en kwaad. De tekst schrijft hem een opzichtig libido voor, maar Gray draagt dat nauwelijks met zich mee. Hoewel hij een aanzienlijk film-oeuvre op zijn naam heeft staan (The Killing Fields, Swimming to Cambodia, Gray's Anatomy en Monster in the Box) staat hij op het toneel sympathiek onthand met zoveel tekst uit een wereld die niet de zijne is.

Wat dat betreft is Chris Noth (bekend van de tv-serie Sex in the City) als de overambitieuze senator Cantwell geloofwaardiger in het métier. ,,Er zijn geen doelen, alleen middelen in de politiek', is een gevleugeld woord dat deze karikatuur afdoende typeert. De acteur kan er niet veel aan doen dat de schrijver hem niet meer vlees en bloed gunde en hem ook nog een krulspeldvrouwtje voorschreef.

Door The Best Man niet naar het begin van de 21ste Eeuw te transponeren, heeft Vidal bewust het risico genomen dat zijn stuk gedateerd zou zijn. De campagnestaven zijn intussen veel groter en gestroomlijnder, de opiniepeilingen wisselen elkaar zo snel af dat zij de tijd niet krijgen om indruk te maken. Het idee dat twee kandidaten voor de nominatie van hun partij bij elkaar op de hotelkamer komen, om chantage te bedrijven en elkaar het vice-presidentschap aan te bieden, is weinig geloofwaardig meer.

Maar wat doen de details er toe als de grote lijn overtuigt? Wat is de ultieme boodschap? Dat Gore Vidal ervan overtuigd is dat voor eerlijke motieven in de Amerikaanse politiek geen plaats is. Zoals hij tijdens de Democratische conventie in Los Angeles aan het internet tijdschrift Salon.com toevertrouwde: ,,Wij hebben nooit een democratie gehad, of iets dat daarbij in de buurt kwam. Dat was ook nooit de bedoeling. De Grondleggers van de Verenigde Staten waren voor democratie en voor monarchie. Zij wilden een Republiek die veilig was voor blanke zakenmannen.'

Op het toneel levert die opvatting af en toe vrolijke momenten op, en soms ogenblikken van geloofwaardige emotie vooral tussen de `idealist' en de vrouw die hem steunt ondanks jaren van vervreemding. Maar de boodschap steekt niet zo diep. Zoals het stuk zelf ontdekt: politici die alleen hun zuivere wereld willen uitventen, komen niet ver, terwijl concurrenten zonder gewetensnood voortdurend langs de afgrond van totaal cynisme schuiven.

Zou dat nieuw geweest zijn in 1960? Misschien wel voor het grote publiek. Zoals Vidals doorbraakroman The City and the Pillar in 1948 grensverleggend want ongeremd schreef over homoseksuele levens in New York en Los Angeles. The New York Times negeerde het boek en zijn auteur destijds enkele jaren, totdat zijn plaats als nationaal moralist zodanig was gevestigd dat verzwijgen niet meer kon.

Op het Broadway van september 2000 is The Best Man een ideeënvoertuig, dat door de tijdmachine in licht onthechte toestand is afgeleverd. De jaren '60 zijn de onze niet meer. Ambitie is van alle tijden, maar zulke lessen zijn niet bestand tegen ons schouderophalen, doortrokken als we zijn van de scepsis die decennia kiezersbedrog in Oost en West heeft achtergelaten.

Vidal is op zijn best wanneer hij de kolossale verschijnselen als de Koude Oorlog typeert: ,,Op een spreekbeurt in Californië kwam destijds een huisvrouw naar me toe, die vroeg: `Wat kan ik doen om het communisme te bestrijden? En ten tweede: Wat is communisme?' Of wanneer hij de wapenlobby en haar voorzitter (`Charlatan Heston') afschildert als vijanden van het Amerikaanse volk, dat in overgrote meerderheid geen wapens op straat of op school wil, maar opgezadeld zit met een Congres dat domweg wordt opgekocht door de National Rifle Association: ,,De pers zou ieder bloedbad moeten aangrijpen om dit schandaal aan de kaak te stellen, maar ze zijn eigendom van het grootkapitaal en ze schrijven er saai over zodat niemand zich te lang druk maakt. Presidentskandidaten die iets willen veranderen, worden weggeschreven.'

Met alle overdrijving van de one-issue politicus heeft Vidal wel het grootste thema van iedere democratie bij de kop: heeft het volk het laatste woord, of is die stem een ritueel en weinig meer? Zijn onderwerp is de grootste democratie op aarde. Zoals hij in Salon.com zei: ,,Mijn familie heeft geholpen dit land te stichten. Ik trek het me persoonlijk aan wat er van terecht is gekomen. Heel weinig. Ik wil graag het herstel zien van de Republiek, die ons door Harry Truman is afgenomen en vervangen door de Nationale Veiligheids-staat, die nu een wereldwijde kernmacht is. Dat heeft ons volk geen goed gedaan, en de wereld evenmin.'

The Best Man, t/m 31 dec. 2000. Virginia Theatre, New York.

Inl. 001 212 2396200