Hockeysters mogen heel blij zijn met brons

Onbewogen slenterde Tom van 't Hek van het kunstgras dat hem nog lang zal bijblijven als het podium waar zijn hockeysters voor het oog van de wereld door het ijs zakten. Een bronzen medaille won zijn selectie vandaag, dankzij een 2-0 overwinning op Spanje in de troostfinale. Maar tot een vrolijk dansje liet de bondscoach zich naderhand niet verleiden. Wie de martelgang van zijn elftal de laatste dagen van nabij heeft mogen meemaken, kon hem slechts gelijk geven.

Van 't Hek troostte zich na een slaapverwekkend duel met de gedachte dat ,,brons het hoogste was wat we konden halen na alles wat er gebeurd is''. Maar wat er nu precies is gebeurd, weet niemand. Ook Van 't Hek niet. Zijn ploeg presteerde ondermaats en een aantal speelsters was mentaal onvoldoende voorbereid voor ,,het grotemensen-feest'', zoals Van 't Hek de Olympische Spelen eerder typeerde. Maar verder? Van 't Hek, cynisch: ,,Daar zouden we een week over kunnen discussiëren.''

Hoe dan ook: zoveel goodwill verspeelden de hockeysters de afgelopen dertien dagen in Sydney dat ze uitgroeiden tot de risee van de Nederlandse olympische ploeg. Want de ene tenenkrommende vertoning was nog niet voorbij of het volgende armzalige optreden diende zich al weer aan. Van 't Hek werd er moedeloos van, maar hield de kin omhoog. ,,Ik ben eindverantwoordelijk'', luidde steevast zijn antwoord.

De opzet van het olympisch toernooi, met een voorronde gevolgd door een Super Six-competitie, bood de ploeg de kans om een totale afgang te voorkomen. Twee minieme overwinningen (Spanje en Nieuw Zeeland), tegenover drie nederlagen en twee gelijke spelen bleken voldoende voor de strijd om de bronzen medaille.

Daarin troffen de hockeysters vandaag een tegenstander die, onder leiding van Van 't Heks opvolger Marc Lammers, in Australië wel in staat bleek om boven zichzelf uit te stijgen. Al is daarmee niet gezegd dat het spel van de Spaanse vrouwen een lust voor het oog was. Als iets de afgelopen dagen duidelijk is geworden, dan is het wel dat het Europese hockey meer en meer terrein heeft moeten prijsgeven.

Dat mag Nederland, twee jaar geleden nog vice-wereldkampioen, vooral zichzelf verwijten. Zeker de helft van de selectie gedroeg zich in Sydney allerminst als potentiële olympische winnaars. Vlak na het verlies tegen het modale China, twaalf dagen geleden in een zwakke openingswedstrijd, stond een aantal speelsters doodleuk foto's te maken in en rondom het State Hockey Centre.

Schrijnend was ook het tafereel dat zich maandag afspeelde, na de oorvijg (5-0) die Australië uitdeelde. Terwijl Van 't Hek en aanvoerster Carole Thate in de perszaal een aangeslagen indruk maakten, hadden Mijntje Donners en Ageeth Boomgaardt een vrolijk onderonsje. Het gekwek van de Bossche meiden ontging Van 't Hek niet hij zat er naast maar de bondscoach hield zich ten overstaan van de pers wijselijk in.

In zijn nabeschouwing, onder het genot van een goed glas en een sigaar, zal Van 't Hek een dezer dagen ongetwijfeld tot de slotsom komen dat hij én te vroeg zijn afscheid heeft aangekondigd én de harde lijn heeft gefaald. In plaats dat zijn selectie zich als een massief blok achter de coach schaarde, op weg naar diens laatste kunstje, leidden Van 't Heks woorden tot afnemende concentratie. Of erger nog: tot chaos en paniek. Winst van de Champions Trophy, drie maanden geleden in Amstelveen, verdoezelde slechts de alarmerende staat waarin het Nederlandse vrouwenhockey zich op dat moment reeds bevond.

Die inschattingsfout valt Van 't Hek nauwelijks aan te rekenen, zijn speelsters des te meer. Ondanks een overdosis aan ervaring lieten zij het afweten op de Olympische Spelen in Sydney. Zondag al gaf de afzwaaiende coach zijn opvolger Lammers de wijze raad mee om in de komende jaren vooral de mentale weerbaarheid aan te scherpen. Vandaag of morgen zal Van 't Hek die woorden zeker herhalen, als hij met Lammers de balans opmaakt na dertien doldwaze hockeydagen in het Olympic Park.