Hockeyers tonen mentale kracht

Zelfverzekerd en gewapend met een ironische glimlach richtte Ronald Jansen gisteravond, vlak voor de strafballenserie, het woord tot zijn Australische collega Damon Diletti. ,,Ik vroeg hem: wil jij de koning van de avond worden of zal ik het maar doen?'', zei de 36-jarige doelman een uur nadat de Nederlandse hockeyploeg was doorgedrongen tot de olympische finale.

Met een katachtige reflex voorkwam Jansen de uitschakeling van de titelverdediger. Zijn redding op de inzet van Livermore, bij de stand 5-4 voor Nederland, betekende dat de ploeg van bondscoach Hendriks morgen in de finale tegen Zuid-Korea speelt.

Strafballenseries leken tot voor kort niet besteed aan de hockeyers. Drie keer op rij ging de ploeg in de fout, te beginnen op de plek waar het gisteren toesloeg: in Homebush Bay, waar Nederland zes jaar geleden in de WK-finale werd afgetroefd door Pakistan. Een jaar later, bij de EK in Dublin, was Duitsland te sterk vanaf 6 meter 40. Een scenario dat zich vorig jaar, bij de EK in Padova, herhaalde.

Na die zeperd besloot Hendriks meer aandacht aan het nemen van strafballen te geven. In de olympische voorbereiding ging geen dag voorbij of zijn spelers oefenden op het specifieke onderdeel. Hendriks riep verder de hulp in van een sportpsycholoog John Syer.

Syers komst kwam voor rekening van NOC*NSF en sponsor Ben. Twee keer kwam de oud-volleyballer langs in Amstelveen. ,,Syer heeft gesprekken gevoerd met de zeven die ik had geselecteerd'', vertelde Hendriks. ,,Ervaring en kwaliteit om een goede strafbal te nemen, hadden we al. Alleen waren we ons dat onvoldoende bewust, en dat straalden we ook uit. Syer heeft de spelers bewust gemaakt van hun mogelijkheden.''

Niets ten nadele van Syer, maar Jansen wees vooral op de gedegen voorbereiding. ,,Toen we woensdag bijeen zaten, hebben we goede afspraken gemaakt, en dat straalden we vandaag uit. Ook langs de lijn. Daar stond een team. Terwijl de rest nog niet zo lang geleden achterover in de dug-out hing, zo van: jongens, succes en zoek het lekker uit.''

Jansen prees vooral het koelbloedige optreden van zijn medespelers die één voor één raak pushten: Lomans, Van Pelt, Geeris, Veen en Eikelboom. ,,Bij hen lag de druk, niet bij mij'', wist Jansen. ,,Ik had helemaal niets te verliezen.''